Joeri de Wilde: Een flexibele wereldeconomie, maar voor wie?

Joeri de Wilde: Een flexibele wereldeconomie, maar voor wie?

Politiek Recessie (dreiging) Geopolitiek

Door Joeri de Wilde, Senior Econoom bij Triodos Investment Management

In de meest waarschijnlijke scenario’s zal de oorlog tegen Iran voor de wereldeconomie weinig meer zijn dan een hobbel op de weg. Maar terwijl de groei ogenschijnlijk op peil blijft, zorgt deze nieuwe crisis onder het oppervlak voor verdere erosie.

De titel van de recente World Economic Outlook van het Internationaal Monetair Fonds is duister: de wereldeconomie opereert in de schaduw van oorlog. Dat wekt verwachtingen van stilstand of op zijn minst een scherpe groeivertraging. Toch blijven de IMF-ramingen relatief geruststellend, net zoals die van vele andere economische instituten. In het basisscenario ligt de mondiale economische groei nog steeds iets boven de 3%, vergelijkbaar met de voorgaande jaren.

Economen voorzichtiger met voorspellen recessie

Economen zijn terughoudender geworden met het voorspellen van recessies. De economische gevolgen van eerdere schokken, zoals de energiecrisis na de Russische invasie van Oekraïne en de Amerikaanse handelsspanningen, bleken uiteindelijk beheersbaar. Financiële markten herstelden snel en bereikten zelfs nieuwe recordhoogtes.

De gangbare conclusie is dat de wereldeconomie flexibeler is geworden. Bedrijven verplaatsen makkelijker hun toeleveringsketens, de afhankelijkheid van olie is afgenomen, en overheden en centrale banken staan klaar om in te grijpen zodra risico’s escaleren. Ook de enorme investeringen in AI dragen bij aan een gevoel van vooruitgang en stabiliteit.

Wie profiteert van voortdurende crisisstand?

Maar die voortdurende crisisstand zorgt onder het oppervlak voor geleidelijke erosie. De focus ligt op overleven in plaats van vooruitgang, waardoor structurele problemen blijven liggen of zelfs verergeren. Zo hebben de afgelopen crisisjaren geresulteerd in een verdere concentratie van vermogen en vooral macht. Wie beschikt over financiële bezittingen, profiteert van volatiliteit en het snelle herstel van markten. Wie afhankelijk is van inkomen, ervaart vooral stijgende kosten.

Want tijdens crisistijd klinkt de roep om flexibiliteit luid, en dit vertaalt zich in de praktijk vaak in het sneller doorberekenen van kosten en het versoepelen van regulering en arbeidsmarkten, om economische activiteit te ondersteunen. Deze aanpassingen zijn niet neutraal: ze creëren winnaars en verliezers, en het zijn vaak dezelfde groepen die telkens opnieuw de klappen opvangen. Zo kan een economie herstellen, terwijl grote delen van de bevolking structureel achterblijven.

Democratische depressie

Ondertussen bewegen we verder buiten de planetaire grenzen. Crisismanagement verdringt langetermijnbeleid, waardoor klimaatverandering, verlies van biodiversiteit en uitputting van grondstoffen telkens naar de achtergrond verdwijnen.

Dit wordt versterkt door toenemende geopolitieke spanningen. Rivaliteit tussen grootmachten en groeiend wantrouwen ondermijnen de internationale samenwerking. Dat bemoeilijkt de aanpak van grensoverschrijdende problemen zoals klimaatverandering, maar ook van schuldencrises en handelsverstoringen. Waar juist meer coördinatie nodig is, ontstaat fragmentatie.

Wanneer economische schokken zich zo opstapelen, blijven ze bovendien niet beperkt tot de economische realiteit. Ze sijpelen door in vertrouwen, instituties en politieke stabiliteit. Wat twee decennia geleden begon als een democratische recessie, ontwikkelt zich steeds meer tot een wereldwijde democratische depressie, gekenmerkt door toenemend populisme en scherpere maatschappelijke tegenstellingen.

Een flexibele doorschuifeconomie

Wanneer economen spreken over een flexibele wereldeconomie, dringt zich daarom een fundamentele vraag op: flexibel voor wie, en ten koste van wat?

De belangrijkste les van de afgelopen jaren is minder geruststellend dan de recente groeiramingen doen vermoeden. We zijn niet beter geworden in het voorkomen van crises, maar wel in het absorberen ervan, zonder de onderliggende kwetsbaarheden aan te pakken. Dat begint te lijken op een systeem waarin ongelijkheid, institutionele verzwakking en ecologische druk steeds verder worden doorgeschoven. Met zo’n vorm van flexibiliteit kan niemand zich echt gelukkig prijzen.