CFA Society Netherlands: Sterkere pensioensystemen wereldwijd

CFA Society Netherlands: Sterkere pensioensystemen wereldwijd

Pensioenfondsen Pensioen

Wereldwijd zit de kwaliteit van pensioensystemen in de lift. De 2025-editie van de Mercer CFA Institute Global Pension Index geeft hogere rapportcijfers aan de pensioensystemen in veel landen. Dit jaar bevat de index ook tips voor overheidsbeleid op het gebied van pensioenbeleggen.

Door Alwin Oerlemans, Head of Product Management bij APG Asset Management, en Rik Albrecht, bestuurder en voorzitter beleggingscommissie bij diverse pensioenfondsen, docent bij SPO en adviseur bij Roccade Advies. Beiden zijn lid van de Advocacy Committee van CFA Society Netherlands.

In de 17e editie van de Mercer CFA Institute Global Pension Index zien we aan top (1) Nederland, (2) IJsland en (3) Denemarken. Samen met Singapore en Israël hebben deze landen robuuste pensioensystemen die goede pensioenuitkomsten voor de deelnemers bieden (‘adequacy’), houdbaar zijn in opzet (‘sustainability’) en goed scoren op organisatie, besturing, transparantie en kosten (‘integrity’). Nederland scoort op alle drie de terreinen goed, maar wint op het bieden van goede pensioenuitkomsten.

Nieuwkomer in de hoogste categorie op plaats 4, Singapore, scoort wereldwijd het beste op ‘integrity’. Het onderzoek wordt steeds uitgebreider, met inmiddels 52 landen en dekking van 65% van de wereldbevolking. Diverse landen, waaronder een aantal groeieconomieën, hebben grote sprongen vooruit gemaakt.

Dit jaar zoomt het rapport specifiek in op de invloed van overheden op de beleggingen van pensioenfondsen. De meeste landen hebben regelgeving om binnen een duidelijk kader en onder toezicht te beleggen, zoals de prudent person-regel. Dit kader moet waarborgen dat het beleggen op een zorgvuldige, deskundige en verantwoordelijke manier plaatsvindt, in het belang van de deelnemers aan de pensioenregelingen.

In veel landen (40 van de 52) blijken overheden echter aanvullende restricties op te leggen. Dit kunnen limieten zijn op specifieke beleggingscategorieën, zoals aandelen, vastgoed of zakelijke waarden. Zo kent Spanje een 30% limiet op vastgoed en Zuid-Afrika een 15% limiet op private equity. Sommige landen kennen limieten op buitenlandse beleggingen, zoals Brazilië, die deze beperkt tot 10%. Landen met een hoger inkomen per hoofd van de bevolking, beter ontwikkelde kapitaalmarkten en uitgebreider toezicht kennen doorgaans minder restricties. Andere regelgeving betreft restricties op lifecycles bij individuele beleggingen, zoals in Zuid-Amerika, en restricties op zeggenschap in ondernemingen. Canada heeft op dit laatste punt zijn beleid recent aangepast. Daarnaast zijn er ook indirecte regels met betrekking tot relatieve performance, solvabiliteit of belastingen. Actuele discussies betreffen het meer beleggen in private markten in eigen land, zoals in het Verenigd Koninkrijk, Canada, Australië en Maleisië, en de implementatie van verantwoord beleggen, zoals in Japan en Zweden.

Met het aanreiken van acht principes biedt het rapport handvatten om tot een evenwichtiger overheidsbeleid te komen. De eerste vier principes hebben betrekking op het primaire doel van pensioenfondsen om inkomen te verschaffen aan gepensioneerden, het borgen van de fiduciaire rol, robuuste governance en het geven van toegang tot een scala aan asset classes passend bij de omvang en complexiteit van de pensioenuitvoerders. De andere vier principes gaan specifieker over overheidsrestricties, en over overheidsbeleid dat beleggen in eigen land stimuleert, zonder in de fiduciaire rol van de pensioenfondsen te stappen. Bovendien gaan ze over samenwerking tussen pensioenuitvoerders en overheid om barrières voor beleggen weg te nemen ten aanzien van schaal of risico. Eén van de principes benoemt specifiek dat overheden zouden moeten afzien van performance tests of kostenplafonds voor pensioenfondsen vanwege de ongewenste invloed daarvan op specifieke beleggingen. Tot slot vraagt een ander principe aandacht voor de invloed van pensioenfondsen op de nationale economie. Met deze principes kunnen landen hun pensioensystemen in de komende jaren verder verbeteren.

Bijlagen