Aon: Dalende rente zorgt voor daling dekkingsgraden pensioenfondsen
Aon: Dalende rente zorgt voor daling dekkingsgraden pensioenfondsen
De indicatieve gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in oktober gedaald naar 133%. Een daling van de rente leidde tot deze daling. De aandelenrendementen waren beperkt negatief. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, liep in oktober op naar 131%.
Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, wereldwijd dienstverlener op het gebied van risico-, pensioen- en gezondheidsoplossingen, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.
Winstgroei ondersteunt risicovolle beleggingen
De financiële markten bewegen momenteel in een omgeving waarin geopolitieke spanningen, hoge energieprijzen, aanhoudende inflatie en grote AI-investeringen elkaar versterken. De wereldeconomie blijft relatief robuust, maar de risico’s zijn toegenomen. Vooral de ontwikkelingen in het Midden-Oosten en de obligatiemarkten zijn bepalend voor het marktbeeld.
De situatie rond Iran en de Straat van Hormuz houdt de olieprijs hoog, terwijl aanvallen van de Houthi’s op Saudi-Arabië de vrees voor verdere escalatie vergroten. Ook de oorlog tussen Rusland en Oekraïne blijft via aanvallen op energie-infrastructuur bijdragen aan onzekerheid op de oliemarkt. Nog hoger oplopende spanningen kan energieprijzen, inflatie en rentes opnieuw opdrijven. Daarnaast neemt de politieke onzekerheid toe door de Amerikaanse midterms en de verslechterde politieke en begrotingssituatie in Frankrijk.
Economisch blijft vooral de Amerikaanse groei sterk. De grootschalige investeringen in AI, datacenters, halfgeleiders en energie-infrastructuur vormen een belangrijke groeimotor. Voor 2027 blijft het groeibeeld daarom positief, maar de afhankelijkheid van de AI-investeringscyclus neemt toe. Tegelijkertijd zorgen hoge energieprijzen en hardnekkige inflatie ervoor dat centrale banken hun monetaire beleid langer restrictief moeten houden.
Aandelenmarkten hebben zich ondanks de fors hogere rente relatief goed gehouden, vooral dankzij sterke winstgroei bij Amerikaanse technologiebedrijven. Bovendien groeit de aandacht voor de enorme financieringsbehoefte van AI-infrastructuur en de vraag of deze investeringen uiteindelijk voldoende rendement opleveren.
In oktober daalde de rente vanaf de hoogste niveaus. Op de obligatiemarkt blijven de rentes relatief hoog en weerspiegelt dat niet alleen inflatie, maar ook sterke economische groei, grote overheidstekorten, omvangrijke AI-investeringen en een hogere termijnpremie. Hierdoor concurreren overheden en bedrijven nadrukkelijker om kapitaal. Vooral Frankrijk blijft kwetsbaar door politieke onzekerheid en begrotingsproblemen, al wordt een nieuwe eurocrisis niet als het meest waarschijnlijke scenario beschouwd.
Wereldwijde aandelen daalden in oktober licht, de verschillen tussen ontwikkelde opkomende markten waren groot. Zo daalden de emerging markets zelfs met 6,4% vanwege winstnemingen in de halfgeleider/AI-sector in Taiwan en Zuid-Korea. Aandelen ontwikkelde markten stegen licht, mede door een verschuiving van beleggingen in de halfgeleider/AI-sector naar sectoren die eerder waren achtergebleven. In de eurozone daalde de rente door de gestegen vraag naar veilige staatsobligaties. Hierdoor steeg de vastrentende waardenportefeuille met 4,0%. Het totaalrendement van de portefeuille was positief en bedroeg 1,4%.
Indicatief rendement voor beschikbare premieregelingen positief
De rendementen voor beschikbare premieregelingen (DC-regelingen) varieerden deze maand gemiddeld tussen de minus 0,2% en de minus 2,1% voor alle leeftijdscohorten. De verschillen tussen jonge en oudere deelnemers werden deze maand bepaald door de dalende rente die voor oudere deelnemers met meer obligaties positiever bijdroegen aan het rendement dan de beperkte stijging op aandelen.
In oktober kon het resultaat van de beleggingen de prijsstijging van pensioen niet bijbenen, maar de resultaten tot en met oktober doen dat wel voor deelnemers tot en met 60 jaar. Voor deelnemers vanaf 60 jaar is het beeld gemengd en hangt het resultaat af van de gekozen uitkeringsvorm: een variabele uitkering, waarbij wordt doorbelegd, of een vaste uitkering.
Rente daalt en vermogen stijgt in oktober
In oktober daalde de risicovrije rente over de eerste dertig jaar met gemiddeld 24 basispunten. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, kwam uit op 2,0%. Door de rentedaling nam de waarde van de verplichtingen toe met ruim 4%. Dit leidde, in combinatie met een toename van het vermogen in oktober, tot een dekkingsgraad van 133%.
Transitie naar nieuw pensioenstelsel ziet er financieel gezien rooskleurig uit
Ook na de daling van de gemiddelde dekkingsgraad in oktober ziet de financiële positie van de fondsen die nog overgaan er goed uit. De gemiddelde dekkingsgraad ligt boven de 130%. 'Voor deelnemers die bij fondsen zitten die per 1 januari 2027 overgaan, ziet het er op dit moment goed uit, maar de laatste maanden van het jaar zijn spannend', zegt Frank Driessen, Director Wealth, Aon Nederland.
Aon heeft ook berekend wat de overgang mogelijk betekent voor de hoogte van de pensioenen. 'Op basis van de situatie per 1 oktober 2026 ramen we de gemiddelde pensioenverhoging voor deelnemers van fondsen die per 1 januari 2027 overgaan op 14% tot 17%. De uiteindelijke verhoging verschilt per leeftijdsgroep. Voor gepensioneerden schatten we de mogelijke verhoging op 12,5% tot 25%. Dat zijn aanzienlijke percentages, die een goede start in het nieuwe stelsel kunnen betekenen. Tegelijkertijd blijft voorzichtigheid geboden. Oktober heeft laten zien dat de dekkingsgraad in korte tijd met meerdere procentpunten kan dalen. De uiteindelijke verhogingen staan dan ook nog niet vast', aldus Driessen.
'De financiële positie van pensioenfondsen in de laatste maanden van het jaar is van grote invloed op hun uitgangspositie bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Veel fondsen hebben maatregelen genomen om zich gedeeltelijk te beschermen tegen schommelingen op de financiële markten. Dat biedt enige zekerheid, maar neemt de risico’s niet volledig weg. Hoe sterker de financiële positie op het moment van invaren, hoe meer ruimte er is om deelnemers een goede start in het nieuwe stelsel te bieden', besluit Driessen.
Nog werk aan de winkel bij verzekeraars en ppi’s
Terwijl de meerderheid van de deelnemers bij pensioenfondsen al is overgestapt naar het nieuwe pensioenstelsel en een groot deel per 1 januari 2027 volgt, verloopt de overgang bij verzekeraars en premiepensioeninstellingen (PPI’s) minder voortvarend.
Op 1 juli van dit jaar moest nog ruim de helft van de regelingen worden omgezet volgens een transitie-update van DNB. 'Dit is een zorg. De capaciteit in de markt is beperkt en trajecten vragen tijd en aandacht. Ook wij roepen op om actie te ondernemen', besluit Driessen.