Aon: Ook in mei sterke stijging dekkingsgraden pensioenfondsen
De indicatieve gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in mei fors gestegen naar 133%. Sterk positieve aandelenrendementen leidden tot een stijging van de dekkingsgraad, ondanks een beperkte rentedaling. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, is in mei gestegen naar 127%.
Herstel op financiële markten houdt aan
De wereldeconomie blijft veerkrachtig, met de Verenigde Staten die rond 2,2% bbp-groei in 2026 kunnen realiseren. In het Verenigd Koninkrijk verraste de groei positief: +0,3% in maart en +0,6% in Q1, gedreven door diensten. Tegelijkertijd drukken hogere energieprijzen en de onzekerheid rond het Midden-Oosten de vooruitzichten voor de tweede helft van het jaar. Inflatie blijft een kernrisico: zowel in de VS als Europa verrasten recente CPI-cijfers licht hoger.
Aandelenmarkten consolideren na eerdere recordstanden. In de VS zorgden goede kwartaalresultaten voor een sterke winstgroei in de S&P 500, maar een aanzienlijk deel komt uit eenmalige winsten rond AI-investeringen, terwijl kasstromen onder druk staan door hoge investeringen. Geopolitieke risico’s en stijgende lange rentes zetten vooral groeiaandelen onder druk.
De obligatiemarkten blijven zeer volatiel. In de VS stegen lange rentes tot rond 4,6–4,7% (10-jaars) en ruim 5% (30-jaars) door hogere inflatieverwachtingen en sterke data, waarna de rente daalde door hoop op een Midden-Oosten deal. In de eurozone was deze daling van de rente op eurostaatsobligaties ook zichtbaar.
De Fed wordt geconfronteerd met hardnekkige inflatie en robuuste arbeidsmarktcijfers. De markt prijst “hoger voor langer” in, met beperkte kans op renteverlagingen in 2026 en zelfs enige kans op een extra verhoging. Vooralsnog houdt de ECB de beleidsrente onveranderd, maar als de inflatie hardnekkig blijkt, dan sluit de ECB renteverhogingen niet uit om de inflatie te beteugelen.
In mei zette het herstel in april van de financiële markten door. Dat kwam mede door het handhaven van het staakt-het-vuren en verlenging van de onderhandelingen tussen de VS en Iran. Aandelen stegen 5,7%. Aandelen van opkomende markten stegen met 10,3% en presteerden beter dan de 4,9% van de ontwikkelde markten.
In de eurozone daalde de rente door de verwachtingen dat Iran en de VS dichter bij een 'deal' zijn, waarop de olieprijzen daalden tegen het einde van de maand. Hierdoor steeg de vastrentende waardenportefeuille met ongeveer 1,5%. Het totaalrendement van de portefeuille was positief en bedroeg 2,9%.
Rente gedaald en vermogen gestegen in mei
In mei daalde de risicovrije rente over de eerste 30 jaar met gemiddeld 7 basispunten. Voor de langere looptijden steeg de rente. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, kwam uit op 2,0%. Door de rentedaling nam de waarde van de verplichtingen toe met ongeveer 0,3%. Dit, in combinatie met een forse stijging van het vermogen in mei, leidde tot de dekkingsgraad van 133%.
AOW-plannen voorlopig van de baan
Het kabinet heeft de voorgenomen versnelde verhoging van de AOW-leeftijd afgelopen week geschrapt. Ook de bezuinigingen op de WIA en WW zijn opgeschort. Vooralsnog zijn stakingen vanuit de bonden niet van de baan.
Als we naar de cijfers kijken, zien we het volgende beeld: bij de introductie van de AOW stonden er nog zeven werkenden per AOW'er. Inmiddels zijn dat er drie en volgens de prognoses in 2040 twee. De AOW is een forse kostenpost die door steeds minder werkenden opgebracht moet worden. Toch was het bevriezen van de AOW-leeftijd een belangrijke afspraak van het pensioenakkoord.
WIA-uitdagingen
De eerder aangekondigde bezuinigingen op de WIA betreffen een verlaging van het maximum dagloon (dit is nog geen wet). Dit kan voor arbeidsongeschikten veel impact hebben als werkgevers niet aanvullend boven het maximum dagloon verzekeren. Het onderliggende probleem is dat de WIA-instroom fors is toegenomen de afgelopen jaren.
Het UWV zelf vat de ontwikkeling als volgt samen: tussen 2018 en 2024 is de WIA-instroom gestegen van circa 43.000 naar circa 69.000 nieuwe uitkeringen per jaar, een toename van bijna 60% in zes jaar. De trend is over de hele periode duidelijk stijgend, met versnelling rond en na de coronajaren en een recordniveau in 2024. De oorzaken zijn als volgt:
- structureel: vergrijzing, hogere AOW-leeftijd, meer werkenden;
- sociaal/medisch: meer psychische klachten en burn-out (vooral jonger dan 40 jaar), long COVID;
- technisch: voorschotten die de instroomstatistiek deels vertekenen.
“Wij zien duidelijke uitdagingen voor werkgevers op het WIA-dossier”, zegt Frank Driessen, Director Wealth, Aon Nederland. “Structureel ziekteverzuim kost de werkgever geld. Het is dus van belang om vitaliteit en duurzame inzetbaarheid te agenderen en daar invulling aan te geven.”
De achterstanden bij het UWV en het verstrekken van voorschotten maken het moeilijker om een goed beeld te krijgen van verzuim binnen organisaties. “De koppeling tussen de hogere AOW-leeftijd en verzuim komt uit onze analyse duidelijk naar voren. Wat dat betreft is het een zegen dat de AOW-leeftijd voorlopig niet versneld oploopt. Dat neemt niet weg dat wij werkgevers adviseren actief beleid te vormen op duurzame inzetbaarheid. Dat wordt met de huidige ontwikkelingen steeds belangrijker”, besluit Driessen.
Bijhouden koopkracht
Een ander onderwerp dat de gemoederen blijft bezighouden is het bijhouden van de koopkracht binnen de Wtp. Een belangrijke reden voor de overgang naar het nieuwe stelsel was het uitblijven van indexatie in het FTK (het huidige kader).
Met het nieuwe stelsel moest er meer ruimte komen voor koopkrachtbehoud. Dat blijkt in de praktijk toch wat ingewikkelder. DNB heeft daarom een onderzoek laten doen naar verschillende koopkrachtinstrumenten. Hierbij zijn verschillende varianten onderzocht. Hieruit komt naar voren dat alles een prijs heeft. Betere koopkrachtbescherming kan alleen bereikt worden door: of meer premie, of meer beleggingsrisico of inzet van andere instrumenten.
“Opvallend wat ons betreft is dat er niet gekeken is naar het inzetten van de solidariteits- of risicodelingsreserve voor het afdekken van onverwachte inflatie”, zegt Driessen. “Dit kan wat ons betreft een effectief middel zijn om in tijden van hoge inflatie koopkrachtbescherming te bieden.”
Bescherming kopen
Met de terugverende markten lijkt het een uitgelezen moment om dekkingsgraadbescherming te kopen voor de fondsen die nog moeten invaren. Optiepremies zijn gedaald en de dekkingsgraden weer teruggelopen naar het niveau van voor het sluiten van de Straat van Hormuz. “Steeds meer fondsen maken de afweging om het aandelenrisico deels of volledig af te dekken”, zegt Driessen. “Met het oog op het invaren begrijpen wij deze afweging.”