etoro: Energiesector verslaat de AI-rally

etoro: Energiesector verslaat de AI-rally

Artificial Intelligence Technology

Geschreven door etoro-marktanalist Jean-Paul van Oudheusden

Technologieaandelen stegen dit jaar 30%, geholpen door de AI-boom. Energie doet het met een stijging van 43% tot begin september nog beter.

Hoge olieprijzen hebben geholpen, maar de sterke prestaties van energieaandelen hebben meer oorzaken. Het wereldwijde energiesysteem is krapper geworden en energiebedrijven staan er financieel sterker voor.

Een wereld zonder energiebuffer

Een olieprijs tussen de $90 en $100 per vat is hoog, maar niet ongekend. Het verschil in 2026 is dat het energiesysteem minder ruimte heeft om problemen op te vangen. Volgens het Internationaal Energieagentschap (IEA) zijn de wereldwijde olievoorraden sinds het begin van de oorlog in het Midden-Oosten met 410 miljoen vaten gedaald. De olieproductie ligt nog altijd 6,3 miljoen vaten per dag lager dan vorig jaar.

Bij geraffineerde producten is de druk nog duidelijker zichtbaar. Raffinaderijen verwerken bijna 5 miljoen vaten per dag minder dan vorig jaar. Verstoringen in het Midden-Oosten en aanvallen op Russische raffinaderijen hebben het aanbod van diesel, benzine en kerosine verminderd. Raffinagemarges in het Atlantische gebied bereikten recordhoogtes.

Dat helpt verklaren waarom bedrijven als Marathon Petroleum de aandacht trekken dit jaar. Het vermogen om ruwe olie om te zetten in bruikbare brandstoffen is schaars en waardevol geworden. Beleggers hebben dat ontdekt: het aandeel Marathon Petroleum is dit jaar bijna 140% gestegen.

De Straat van Hormuz blijft het grootste risico. De export vanuit de Golf herstelt, maar ligt nog ruim onder het niveau van vóór het conflict. Alternatieve routes kunnen slechts een deel van de weggevallen aanvoer vervangen. Met lagere olievoorraden wordt een volgende verstoring moeilijker op te vangen.

Energieaandelen kunnen hier ook enige bescherming bieden aan een portefeuille. Hogere energiekosten kunnen de inflatie aanjagen en drukken op consumenten en veel bedrijven, terwijl energieproducenten profiteren van hogere prijzen. Energie speelde deze rol tijdens de inflatieschok van 2022 en doet dat in 2026 opnieuw.

Oliebedrijven staan er beter voor

Ook de energiebedrijven zelf zijn veranderd. Na jaren van tegenvallende rendementen zijn olieproducenten voorzichtiger geworden met investeringen. Ze verlaagden kosten, versterkten hun balansen en legden meer nadruk op dividend en aandeleninkoop. ExxonMobil en Chevron beschikken daarnaast over groeiende, relatief goedkope productie in gebieden als Guyana en het Permian Basin.

Noord- en Zuid-Amerika worden belangrijker voor de wereldwijde olievoorziening. Een productiegroei van ongeveer 1,4 miljoen vaten per dag uit deze regio helpt om verliezen in het Midden-Oosten en Rusland op te vangen. Amerikaanse producenten bevinden zich daarmee in een sterke positie: ze kunnen extra olie leveren terwijl het aanbod elders onder druk staat. Dankzij hun lagere kosten kan dat ook bij een minder hoge olieprijs aantrekkelijk blijven.

Er is wel een duidelijk risico. Hoge prijzen beginnen de consumptie al te raken, vooral in Azië. Het IEA verwacht dat de wereldwijde vraag naar olie in 2026 met 1,6 miljoen vaten per dag daalt, voordat deze volgend jaar weer groeit. Als de productie in het Midden-Oosten herstelt, kan de olieprijs snel dalen. Dit betekent dat de markt waarschijnlijk een premie betaalt voor bedrijven die winstgevend blijven wanneer de olieprijs zakt.

LNG en elektriciteit ondersteunen verdere groei

Vooruitkijkend biedt aardgas mogelijk meer structurele groeikansen. Europa heeft LNG nodig voor zijn energiezekerheid, terwijl de vraag in Azië op langere termijn sterk kan groeien. De Verenigde Staten spelen een steeds grotere rol. De Amerikaanse LNG-export zal naar verwachting in 2026 gemiddeld 17 miljard kubieke voet per dag bedragen en volgend jaar nog eens 9% groeien wanneer nieuwe exportterminals hun productie opvoeren. Dat geeft Cheniere Energy, de grootste Amerikaanse LNG-exporteur, een structurele groeimarkt.

Aan de andere kant combineert Shell een grote wereldwijde LNG-positie met olie, raffinage en handel. Shell verwacht dat de wereldwijde vraag naar LNG tot 2050 met ongeveer 65% groeit, waarbij vooral Zuid- en Zuidoost-Azië belangrijker worden. Tot 2030 wordt bovendien al ongeveer 180 miljoen ton nieuwe jaarlijkse LNG-capaciteit verwacht, waarvan een groot deel uit Noord-Amerika komt.

Elektriciteit voegt daar een nieuwe groeimotor aan toe. AI-datacenters hebben enorme hoeveelheden betrouwbare stroom nodig, terwijl een aansluiting op het elektriciteitsnet jaren kan duren. Bedrijven die direct op locatie elektriciteit kunnen leveren, kunnen hiervan profiteren. Bloom Energy, waarvan brandstofcellen ter plaatse elektriciteit kunnen produceren, is een voorbeeld met een hoger risico.

Tegelijkertijd groeien zonne-energie en batterijopslag snel, waardoor een deel van de extra stroomvraag zonder aardgas kan worden opgevangen. AI creëert zo kansen voor verschillende vormen van energie-infrastructuur die de digitale economie draaiende houden.

Capaciteit en infrastructuur bepalen de winnaars

Na een stijging van 43% is het gemakkelijke deel van de energierally voorbij. Meer rust in het Midden-Oosten kan de olieprijs flink laten dalen, terwijl nieuwe problemen rond Hormuz de energiemarkt juist langer krap kunnen houden.

De volgende fase vraagt daarom waarschijnlijk om meer selectiviteit. Goedkope olieproductie, schaarse raffinagecapaciteit, groeiende LNG-export en een stijgende vraag naar elektriciteit kunnen de winsten ondersteunen zonder dat daarvoor opnieuw een sterke stijging van de olieprijs nodig is.

Energie heeft het eerste deel van 2026 gewonnen. Of de sector ook de tweede helft wint, hangt steeds meer af van welke bedrijven beschikken over de productie, capaciteit en infrastructuur waar de wereld het meest behoefte aan heeft.