AllianzGI: Tweede renteverhoging in september, verdere stappen waarschijnlijk
De Europese Centrale Bank (ECB) zal tijdens de rentevergadering van aanstaande donderdag naar verwachting de rente voor de tweede keer dit jaar verhogen. De depositorente komt daarmee uit op 2,5%.
De verhoging komt niet als een verrassing en is al grotendeels verwerkt in de markt. Toch blijft het belangrijk om de ontwikkelingen de komende maanden goed te volgen. Veranderingen in de economie kunnen gevolgen hebben voor het rentebeleid, de obligatiemarkten en de keuzes van beleggers. Een verdere renteverhoging in december ligt voor de hand, meent Michael Krautzberger, CIO Public Markets bij AllianzGI.
De nieuwe economische ramingen van de ECB zullen naar verwachting iets positiever uitvallen. De bbp-groei voor 2026 wordt vermoedelijk verhoogd van 0,8% naar 0,9% en voor 2027 naar 1,3%. De totale inflatie kan in 2026 dalen naar 2,8%, mede door tijdelijke effecten. Voor 2027 wordt juist een stijging naar 2,6% verwacht. De kerninflatie blijft naar verwachting in beide jaren op 2,5%.
Daarbij spelen verschillende factoren een rol. De economie blijft veerkrachtig, terwijl de sterk gestegen gasprijzen en een zwakkere euro de inflatie kunnen aanjagen.
Voorzichtig met volgende stappen
ECB-president Christine Lagarde zal naar verwachting vasthouden aan de bekende lijn dat de centrale bank haar besluiten baseert op de economische cijfers en per vergadering bekijkt wat nodig is. Toch zijn de oplopende inflatieverwachtingen en de voorzichtige houding van de ECB veelzeggend.
De drempel voor een volgende renteverhoging ligt volgens ons laag. Een verhoging met 0,25 procentpunt in december is daarom het meest waarschijnlijke scenario.
Marktimplicaties: rentecurve wordt steiler
De markt lijkt al relatief veel renteverhogingen door de ECB in te prijzen, zeker voor de korte rente. Hierdoor kan het verschil tussen de korte en lange rente verder oplopen en wordt de Europese rentecurve steiler. Drie factoren spelen daarbij een rol:
- Veel toekomstige renteverhogingen zijn al in de markt verwerkt.
- De vooruitzichten voor de economische groei verbeteren.
- Overheden geven meer staatsobligaties uit.
De Duitse 30-jaarsrente zal in het vierde kwartaal van 2026 naar verwachting verder stijgen. Nu deze rente richting 4% gaat, worden obligaties weer interessanter voor langetermijnbeleggers, zeker wanneer wordt gekeken naar het rendement na inflatie.
Positionering
We verwachten dat de renteverhoging van september maar beperkt effect heeft op de markt. De ECB heeft de stap immers al ruim van tevoren aangekondigd.
Onze portefeuille is ingericht op een verdere stijging van het verschil tussen de korte en lange rente in Europa. We spelen hier onder meer op in met een positie die profiteert van een steilere Duitse 2s30s-rentecurve. Daarnaast hebben we meer korte Duitse staatsobligaties dan Amerikaanse staatsobligaties en meer langlopende Britse staatsobligaties dan langlopende Duitse staatsobligaties.
Conclusie
De ECB bevindt zich in een overgangsfase: van een beleid dat vooral gericht was op het voorkomen van problemen naar een beleid dat de economie en inflatie nadrukkelijker afremt. Tegelijk kijkt de centrale bank steeds meer naar de ontwikkeling van de vraag in de economie.
Voor beleggers biedt dit mogelijkheden om kritisch te kijken naar de looptijd van obligaties en de verdeling binnen hun vastrentende portefeuille.
De rente gaat omhoog, maar waarschijnlijk niet in hoog tempo. Dat biedt vooral aan de lange kant van de rentecurve ruimte voor interessante kansen.