Schroders: Energiezekerheid maakt infrastructuur aantrekkelijk voor belegger

Schroders: Energiezekerheid maakt infrastructuur aantrekkelijk voor belegger

Infrastructure Energy Transition

De energietransitie draait allang niet meer alleen om klimaat. Na de schokken op de olie- en gasmarkt is energiezekerheid uitgegroeid tot een strategisch thema voor overheden, bedrijven en beleggers.

Juist die verschuiving creëert nieuwe kansen in infrastructuur, van windparken en stroomnetten tot batterijen, waterstof en biogas, meent Duncan Hale van Schroders’ Private Markets Group.

De wereldwijde energietransitie is een nieuwe fase ingegaan. Verduurzaming blijft belangrijk, maar de afgelopen jaren hebben duidelijk gemaakt dat ook betaalbaarheid, economische weerbaarheid en nationale concurrentiekracht een grotere rol spelen.

De energieprijsschokken na de Russische inval in Oekraïne legden de kwetsbaarheid bloot van landen die sterk afhankelijk zijn van geïmporteerde fossiele brandstoffen. De spanningen rond Iran hebben dat beeld dit jaar opnieuw bevestigd, toen olie- en gasprijzen opliepen en zorgen over inflatie en economische groei terugkeerden.

Vooral in Europa en delen van Azië is daarmee het besef gegroeid dat binnenlandse energieproductie geen louter klimaatpolitiek thema is, maar een kwestie van strategische autonomie.

Wie minder afhankelijk is van invoer van olie en gas, verkleint de kans op prijsschokken en vergroot de leveringszekerheid. Dat geeft een structurele impuls aan investeringen in duurzame opwekking, elektriciteitsnetwerken, opslagtechnologie en alternatieve brandstoffen.

Drie structurele trends

Volgens Schroders Greencoat ontstaan de aantrekkelijkste kansen rond drie thema’s: meer binnenlands opgewekte duurzame energie, verdere elektrificatie van de economie en oplossingen voor opslag en alternatieve brandstoffen.

Die thema’s hangen nauw met elkaar samen. De vraag naar elektriciteit stijgt door elektrificatie, digitalisering en kunstmatige intelligentie, terwijl het energiesysteem tegelijk complexer wordt door de groei van weersafhankelijke bronnen als zon en wind.

De meest zichtbare kans blijft de verdere uitbouw van hernieuwbare energie. Dat gaat niet alleen om zonne-energie en wind op land en zee, maar ook om waterkracht, bio-energie en geothermie.

Deze bronnen bieden landen een directe manier om minder afhankelijk te worden van geïmporteerde fossiele brandstoffen en tegelijk de eigen energieproductie te vergroten. De schaal van private investeringen is inmiddels aanzienlijk. Hernieuwbare energie is wereldwijd het dominante segment binnen infrastructuurinvesteringen geworden.

In Europa is de sector goed voor ongeveer 70% van de infrastructuurdeals, terwijl in de Verenigde Staten circa 90% van de nieuwe elektriciteitscapaciteit uit hernieuwbare bronnen komt.

Voor beleggers zijn dit activa die toegang geven tot meerjarige structurele groei. Vaak gaat dat gepaard met gecontracteerde inkomsten, gereguleerde kaders of andere mechanismen die de zichtbaarheid van kasstromen ondersteunen.

Elektrificatie vergroot stroomvraag

Een tweede grote kans ligt in de elektrificatie van de bredere economie. Sectoren die historisch op fossiele brandstoffen draaiden, stappen steeds vaker over op elektrische oplossingen. Dat helpt om uitstoot te verlagen in moeilijk te verduurzamen sectoren, maar creëert ook nieuwe infrastructuurbehoeften.

Een voorbeeld zijn warmtenetten. Die leveren koolstofarme warmte aan woningen en bedrijven door vrijgekomen warmte uit verschillende bronnen opnieuw te gebruiken. Zulke netwerken kunnen de uitstoot van gebouwen fors verlagen en tegelijk de energie-efficiëntie verbeteren.

Ook de uitrol van laadinfra voor elektrische voertuigen ondersteunt de overstap weg van verbrandingsmotoren in personen- en commercieel vervoer. Warmtepompen, elektrische verwarmingssystemen en laadnetwerken gebruiken stroom uit het net in plaats van gas of andere fossiele brandstoffen. Daardoor versterken ze de noodzaak om te blijven investeren in duurzame opwekking en ondersteunende infrastructuur.

Een steeds belangrijkere factor is de snelle groei van datacenters, aangejaagd door kunstmatige intelligentie, cloudcomputing en digitale diensten. AI-zoekopdrachten en toepassingen vragen doorgaans meer rekenkracht dan traditionele internetzoekopdrachten. Daarmee raken digitale infrastructuur en de energietransitie steeds sterker met elkaar verweven.

Waterstof, biogas en batterijen

Niet alle sectoren zijn eenvoudig rechtstreeks te elektrificeren. Bovendien vraagt de wisselende productie van zon en wind om oplossingen die pieken en dalen kunnen opvangen.

Daar komen alternatieve brandstoffen en opslagtechnologieën in beeld. Groene waterstof is daarvan een voorbeeld. Deze wordt geproduceerd met duurzame elektriciteit en kan worden ingezet in onder meer chemie, raffinage en zwaar transport, waar directe elektrificatie minder praktisch is.

Ook biomethaan biedt kansen. Het wordt gemaakt uit organisch afval en kan conventioneel aardgas vervangen, terwijl veel bestaande transport- en distributie-infrastructuur bruikbaar blijft. Vooral in Europa is de productie de afgelopen jaren snel gegroeid.

Opslag is minstens zo belangrijk. Naarmate het aandeel hernieuwbare energie stijgt, groeit de noodzaak om schommelingen in productie op te vangen. Batterijsystemen kunnen overtollige elektriciteit opslaan wanneer de productie hoog is en weer leveren wanneer de vraag stijgt. Ook investeringen in transmissie- en distributienetten zijn cruciaal: zonder voldoende netcapaciteit kunnen nieuwe duurzame projecten niet volledig bijdragen aan het energiesysteem.

Voor beleggers ontstaat zo een brede infrastructuurkans. Energiezekerheid, elektrificatie en digitalisering zorgen samen voor een langdurige kapitaalbehoefte. Dat maakt de energietransitie niet alleen een klimaatverhaal, maar ook een beleggingsverhaal over zekerheid, weerbaarheid en groei.