LFDE: Ophef over bouw datacenters zet beleggers voor het blok

LFDE: Ophef over bouw datacenters zet beleggers voor het blok

Infrastructure ESG

Nagenoeg overal ter wereld maken mensen hun onvrede over de bouw van nieuwe datacenters kenbaar. In de Verenigde Staten zijn sinds 2023 ruim 300 nieuwe lokale moratoria ingesteld.

North Virginia, het eerste mondiale centrum van datacenters, is uitgegroeid tot een symbool van deze weerstand. Ook hebben er grote protesten plaatsgevonden in Arizona, Texas, Pennsylvania, Michigan en in de staat New York. Europa, India en Brazilië volgen hun voorbeeld, zegt Alexis Bienvenu, portefeuillemanager bij La Financière de l’Échiquier (LFDE).

De inwoners laten zich met name kritisch uit over de stijgende elektriciteitsprijzen, de geluidsoverlast van de installaties, de druk op de watervoorraden en de transformatie van landschapsgebieden tot bedrijventerreinen.

Beleggers ervaren het risico nu reeds. Volgens Morgan Stanley is tussen 2025 en het eerste kwartaal van 2026 bijna 286 miljard dollar aan geplande datacenters uitgesteld of geannuleerd. Dit is niet alleen toe te schrijven aan de lokale weerstand maar deze draagt er wel toe bij, met vertragingen bij de bouw en hogere kosten tot gevolg.

Er is vooral veel ophef over de hulpbronnen, en in de eerste plaats het waterverbruik. De nieuwe AI-datacenters produceren enorme hoeveelheden warmte, hetgeen koelsystemen vereist die veelal gebruik maken van verdamping.

Juist dit waterverbruik is een heet hangijzer nu perioden van droogte en hittegolven zich in steeds sneller tempo opvolgen. In gebieden die reeds te maken hebben met waterstress, zoals het westen van de Verenigde Staten, wijzen de tegenstanders van geplande datacenters erop dat de behoeften van huishoudens, de landbouw, de industrie en natuurlijke ecosystemen tegen elkaar moeten worden afgewogen.

De kritiek richt zich niet alleen op het waterverbruik. Datacenters worden er tevens van beschuldigd de elektriciteitsnetten onder druk te zetten, bij te dragen aan de uitstoot van broeikasgassen en het verdwijnen van landbouwgrond.

Morgan Stanley is dan ook van mening dat de wereldwijde ontwikkeling van rekeninfrastructuur ten behoeve van AI tussen nu en 2030 circa 2,5 gigaton cumulatieve CO₂-emissies zou kunnen genereren, een volume dat gelijk is aan ongeveer 40% van de huidige jaarlijkse uitstoot van de Verenigde Staten.

Verschillende oplossingen tegen het licht

Om deze schadelijke gevolgen te beperken, worden verschillende oplossingen tegen het licht gehouden. Met name technologieën voor koeling met behulp van vloeistof, die minder water verbruiken, hergebruik van water, of de nuttige toepassing van vrijgekomen warmte. Ook zou de bouw van kleinere datacenters hun maatschappelijke acceptatie ten goede komen.

Maar door de hevige concurrentie tussen de grote spelers, of het nu gaat om bedrijven of overheden, krijgen deze oplossingen niet veel tijd om aan de weg te timmeren. Temeer daar er om geopolitieke redenen haast wordt gezet achter de bouw van datacenters.

Datacenters zijn uitgegroeid tot kritische infrastructuren voor nationale en regionale soevereiniteit, evenals elektriciteitsnetten of mijnen voor de winning van zeldzame metalen. De rivaliteit tussen de Verenigde Staten en China op dit punt brengt een wedloop om digitale capaciteit met zich mee.

Keuze uit twee opties

Om deze uitdagingen het hoofd te bieden, hebben beleggers in AI de keuze tussen twee opties.

De eerste optie is om de knelpunten ten aanzien van de hulpbronnen en de maatschappelijke acceptatie van AI-fabrieken volledig te integreren, hetgeen op korte termijn waarschijnlijk ten koste zal gaan van de winstgevendheid voor hyperscalers als Alphabet, Amazon, Microsoft en Meta, maar deze wel veerkrachtiger zal maken.

De tweede optie, eenvoudiger maar minder duurzaam, en waar op langere termijn dus haken en ogen aan zitten, is om te gaan investeren in regio’s die de lat momenteel minder hoog leggen, zoals Maleisië, de Verenigde Arabische Emiraten, Saoedi-Arabië of Indonesië.

Het is echter lang niet zeker dat deze optie beschikbaar zal blijven: deze regio’s zullen wellicht op de een of andere manier financieel voordeel willen halen uit hun grotere tolerantie met betrekking tot de exploitatie van hun lokale hulpbronnen.

Het in aanmerking nemen van ESG-factoren in de AI-economie is dus niet enkel meer een maatschappelijke verantwoordelijkheid, maar wordt bepalend voor de langetermijnwaardering.

Het vestigen van rekencentra op de maan of op Mars zal hier niets aan veranderen: ook daar zouden de hulpbronnen beperkt blijven en zouden datacenters onvermijdelijk op bezwaren stuiten. De weerstand tegen datacenters komt als geroepen om ons eraan te herinneren dat de AI-economie niet alleen virtueel maar ook materieel en politiek van aard is.