Harry Geels: Belastingen en prijsplafonds werken niet tegen graaiflatie

Harry Geels: Belastingen en prijsplafonds werken niet tegen graaiflatie

Inflation
Harry Geels (foto credits Cor Salverius)

Door Harry Geels

De media doken dit weekend als aasgieren op een Rabobankrapport over graaiflatie. Het gevolg was een verwarrende discussie over de vraag of bovenmatige prijsverhogingen door grote bedrijven überhaupt bestaan. Nog gekker werden de geopperde maatregelen ertegen, zoals prijsplafonds en hogere winstbelastingen.

Het was weer zo’n discussieweekend op social media, met ditmaal als aanstichter het rapport van Rabobank Research over het al dan niet bestaan van graaiflatie, in Engelstalige media ‘greedflation’ genoemd. De Telegraaf kopte: '’Graaiflatie’ wekt woede: ’Het zijn gewoon een stelletje zakkenvullers’', waarin ook stond dat de FNV door bovenmatige prijsstijgingen met hogere looneisen gaat komen. Anderen riepen op tot prijsplafonds en hogere winstbelastingen.

Laten we eerst even de meest recente onderzoeken over graaiflatie kort behandelen om daarna iets te zeggen over de potentiële oplossingen, om af te sluiten met enkele opmerkingen over de hijgerige media.

Oudere onderzoeken

Op 14 juni vorig jaar schreef ik een column onder de titel Ook de corporatocracy draagt bij aan inflatie, waarin ik een tweetal onderzoeken en één enquête besprak waaruit blijkt dat vooral de grotere bedrijven in staat zijn hun prijzen te verhogen. Zo bleek uit een onderzoek van Federal Reserve Bank of Boston dat Amerikaanse bedrijfssectoren die maar uit enkele bedrijven bestaan over de periode 2005 tot en met 2018 zo’n 25% meer hebben bijgedragen aan de inflatie dan sectoren met meer concurrentie.

De Fed-onderzoekers noemden hun schattingen nog conservatief, omdat de economie in de loop der jaren steeds ‘geconcentreerder’ is geworden (eind 2018 zo’n 50% meer concentratie dan in 2005) en prijsstijgingen daardoor in 2018 gemakkelijker worden doorgegeven dan in bijvoorbeeld 2005. Verder bleek uit een onderzoek van Harvard Business Review dat grotere bedrijven in staat zijn sneller hun winsten te vergroten dan kleinere, mede door het met behulp van voortschrijdende technologie steeds meer voorkomende ‘winner takes all’ principe.

De enquête over de prijsstijgingen betrof onder andere de vraag van PEW Research of bedrijven ‘de huidige inflatie gebruikten om prijzen meer te verhogen dan de gestegen kosten rechtvaardigden’. Grote bedrijven bleken dat vaker te doen dan middelgrote of kleine.

Tot slot ging het in de column over oligopolies, die niet bekend staan om hun prijsdruk. Deze stelling onderbouwde ik met een onderzoek van de Consumentenbond waaruit bleek dat Nederlandse banken de laatste jaren de prijzen veel meer hadden verhoogd dan de inflatie rechtvaardigde (mede omdat betaalrekeningen lange tijd verlieslatend waren) en met een onderzoek van The Guardian over de macht, en prijskracht, van de grote voedingsconcerns in de wereld.

Nieuwe onderzoeken

Een maand voordat de mediadiscussie over graaiflatie afgelopen weekend uitbrak, schreef ik een nieuwe column onder de titel ‘Greedflation’, waarom kapitalisme niet meer bestaat, met nieuwe onderzoeken, ditmaal van Société Générale, die vaststelde dat het Amerikaanse bedrijfsleven sinds corona in staat is gebleken de winsten veel meer te laten groeien dan de loonkosten, de Federal Reserve Bank of Kansas City, die met een vergelijkbaar onderzoek kwam, en wederom The Guardian, die hetzelfde concludeerde op basis van onderzoek sprak over ‘profiteering’ van de 250 grootste Britse bedrijven.

Voor de duidelijkheid ging het nu om onderzoek sinds de uitbraak van corona. Blijkbaar zijn bedrijven vooral sindsdien in staat geweest hun prijzen goed te verhogen. Iets vergelijkbaars kan worden geconcludeerd op basis van het vorige week door Rabobank uitgebrachte rapport, al is de conclusie hier voorzichtiger: ‘Dat laatste [de extra winsten] is vooral zichtbaar in het vierde kwartaal van 2022 en kan op graaiflatie duiden. Het kan echter ook duiden op anticipatie van bedrijven op verdere toekomstige kostenstijgingen, in het bijzonder snel stijgende lonen. Ook de oververhitte economie vormt een mogelijke verklaring.’

Een ander interessant onderzoek komt van het Amerikaanse Economic Policy Institute (EPI) dat de bijdrage in de prijsstijgingen uit drie bronnen (winst, niet-arbeidskosten en arbeidskosten) berekende, en wel over twee perioden: van 1979 tot en met 2019 en van Q2 2020 tot en met Q4 2020. Uit de uitkomsten, zoals afgebeeld in Figuur 1, blijkt duidelijk dat sinds de coronacrisis de prijsstijgingen vooral door extra winsten komen, daar waar voorheen prijsstijgingen vooral bestonden uit extra arbeids- en andere kosten.

Figuur 1

09052023-Harry Geels-Figuur 1

Een conclusie van EPI was verder: ‘In de afgelopen twee jaar is de reeds buitensporige macht van de bedrijven gebruikt om de prijzen te verhogen in plaats van de meer traditionele vorm die zij de afgelopen decennia hebben aangenomen: het drukken van de lonen.’

Hijgerige media

Er kan een uitgebreide discussie worden gevoerd over de vraag of graaiflatie nu wel of niet bestaat. Dat het zich vooral vlak na de coronacrisis heeft voorgedaan, omdat er daardoor vraag- en aanbodfricties ontstonden, en dat het dus waarschijnlijk een tijdelijk fenomeen is. Of dat het vooral door grote bedrijven wordt aangezwengeld, of zich vooral in bepaalde (oligopolistische) sectoren heeft voorgedaan. Er is de nodige nuance mogelijk. Die nuance ontbreekt bijna altijd in de media.

Dus klinkt al snel de roep om loonsverhogingen, prijsplafonds en extra winstbelastingen voor de graaibedrijven. Extra loonsverhogingen leiden mogelijk tot de vermaledijde loon-prijsspiraal. Prijsplafonds werken niet, omdat markten er minder efficiënt van gaan werken en de prijzen dan de neiging hebben naar het plafond toe te bewegen en het ertoe kan leiden dat producten niet meer gemaakt worden. En belastingen werken verstorend. Het is meestal symptoombestrijding. Het is belangrijker om naar de werkelijke oorzaken te kijken.

En dan komen we al snel op andere oplossingen uit, zoals het opbreken van oligopolies, het afschaffen van de lobbycratie, het oplossen van vraag- en aanbodfricties (of het überhaupt niet laten ontstaan ervan, door bijvoorbeeld lockdowns of sancties zo beperkt mogelijk te houden, indien mogelijk en politiek haalbaar natuurlijk) en een normaler fiscaal en monetair beleid, want het met extra overheidsuitgaven en (voorheen) extreem lage rente op de pof leven terwijl er machtige bedrijven en aanbodproblemen zijn, is een vrijbrief voor prijsverhogingen.

Gelukkig zorgen die hogere winsten als gevolg van graaiflatie er wél voor dat de belastinginkomsten en aandelenkoersen stijgen respectievelijk op peil blijven. Dat is dan weer goed voor onder andere de pensioenen en zo komt het geld toch weer deels bij de werknemer. Verder ligt mogelijk het grootste deel van de graaiflatie al weer achter ons, onder andere volgens strategen van TS Lombard.

Het is, tot slot, een bijzonder fenomeen dat de media ineens in brand vliegen op basis van een onderzoek, terwijl er al meer dan een jaar over het fenomeen graaiflatie wordt geschreven (zie bovenstaande onderzoeken). De Rabobank komt met een rapport en dat is dan is het ineens wél nieuws, een soort argumentum ex cathedra. Interessant voer ook voor een filosofische discussie over wat het woord ‘nieuws’ nu precies betekent.

 

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels