Pimco: Vooruitblik op periode na de vele recessies

Pimco: Vooruitblik op periode na de vele recessies

Outlook Coronacrisis
Vooruitzicht.jpg

Wereldwijd staan landen voor ongekende uitdagingen in de strijd tegen COVID-19. Naast de inspanningen om zoveel mogelijk levens te redden, worstelen beleidsmakers met dalende bedrijfs- en consumentenactiviteiten te midden van angsten op korte termijn en onzekerheden op langere termijn, en reageren ze met dramatische monetaire en fiscale maatregelen om industrieën, bedrijven en individuen te versterken.

Onderstaand de beoordelingen voor grote economieën, waarbij ’s werelds grootste obligatiebelegger Pimco inzichten put uit de regionale portefeuillecommissies en beleggingsprofessionals.

  • Verenigde Staten: Ongekende recessie en beleidsreactie

Tiffany Wilding

Pimco verwacht dat de Amerikaanse economie in de eerste helft van 2020 een scherpe recessie zal doormaken, aangezien niet-essentiële bedrijfssluitingen nodig zijn om de verspreiding van COVID-19 te vertragen. Pimco verwacht bbp-krimp van ongeveer 10% dit kwartaal.

Ondanks ongekende inspanningen van beleidsmakers, ziet Pimco nog steeds duidelijke neerwaartse risico's voor de prognoses. Ten eerste blijft de onzekerheid over de verspreiding van het coronavirus groot. Een tweede golf van infecties of een tragere heropening van de economie zou de economische pijn verlengen. Ten tweede vergroten vertragingen bij de spreiding van financiële middelen over de hele economie het risico dat faillissementen leiden tot economische schade op de langere termijn.

  • Canada: Dubbele schok en neerwaartse risico’s

Tiffany Wilding

Ook Canada belandt in een diepe recessie, verwacht Pimco. De bpp-krimp dit kwartaal zal rond de 15% bedragen. Omdat de energiesector een relatief groot deel van het Canadese bpp (8%) en investeringen (18%) vormt, zal de sterke daling van de energieprijzen de krimp waarschijnlijk verergeren.

 Wilding voorspelt tevens een langzamer herstel van Canadese economie, omdat huishoudens relatief veel schulden hebben en bovendien schulden willen aflossen door lagere inkomens in de toekomst. Deze aspecten vergroten eveneens de neerwaartse risico’s. 

  • Eurozone: Korte, zeer diepe recessie

Nicola Mai

De eurozone moet zich opmaken voor een korte, diepe recessie waarbij de bbp over het gehele jaar met 10% krimpt. Voor het eerste half jaar houdt Nicola Mai rekening met een bbp-krimp van 20%. Mai denkt daarnaast dat overheden binnen het eurogebied de huidige inspanningen op het gebied van begrotingsmaatregelen van in totaal ongeveer 2% van het BBP kunnen verdrievoudigen, bovenop de bijna 20% van het bbp aan garanties en liquiditeitsmaatregelen voor bedrijven.

  • Verenigd Koninkrijk: Monetair en begrotingsbeleid gaan hand in hand

Peder Beck-Friis

De recessie in het Verenigd Koninkrijk is eveneens kort (2 kwartalen), maar scherp. Over het gehele jaar ziet het VK een bbp-krimp van 8%. Werkloosheid stijgt naar 6% aan het einde van het jaar, omdat de regelingen voor baanbehoud door de Britse overheid het aantal ontslagen enigszins vermindert.

De Britse beleidsreactie is snel en gecoördineerd, waardoor de val is afgezwakt. Deze reactie heeft volgens Beck-Friis voorkomen dat de schok blijvende schade aan de aanbodzijde van de economie heeft veroorzaakt.

  • Japan: coördinatie van monetair en begrotingsbeleid

Jun Yamamoto

Het bbp van Japan daalt in 2020 met 3% tot 4%., met een dieptepunt van de economische activiteit in mei, wanneer de nu afgekondigde noodtoestand eindigt. Gedurende de tweede helft van het jaar trekt de economische groei weer aan, zij het langzaam.

De toename van het aantal obligatie-uitgiften door de Japanse overheid om het pakket aan maatregelen vereist een coördinerende aanpak rondom monetair en begrotingsbeleid. Het huidige beleid rondom yield curve control door de Bank of Japan is hiervoor zeer geschikt, constateert Yamamoto.

  • China: Ongekende recessie, gedempt herstel

Isaac Meng, Stephen Chang

COVID-19 dook afgelopen december op in Wuhan en op 23 januari sloot de Chinese centrale regering de provincie Hubei resoluut af en zorgde landelijk voor sociale afstand. Het economische verlies dat hierop volgde, is ongekend: tijdens de negen weken lockdown, slonken de industriële productie en diensten ongeveer 10 tot 15 procentpunt van hun pre-pandemische niveaus. Het werkloosheidscijfer zou van 5% naar 8% á 9% kunnen stijgen.

Het economisch herstel dient zich aan in een U-vorm, in de loop van 2020. De bpp-groei ligt ergens tussen de -4 en +2%, hetgeen voor China de eerste recessie sinds 1976 betekent. De onzekerheden zijn groot en de neerwaartse risico's zijn dominant, stellen Meng en Chang. De epidemie kan zich mogelijk opnieuw voordoen in nieuwe golven, en faillissementen van bedrijven en banenverlies zullen moeilijk te keren zijn. Globalisering en verstedelijking hebben al een grote tegenslag ondergaan, met flinke verstoringen voor handel, toeleveringsketens, arbeidsmigratie en investeringsstromen.

De Chinese economie zal zich waarschijnlijk pas in het eerste kwartaal van 2021 herstellen naar het niveau van het vierde kwartaal van 2019.