Capital Group: AI in Europa en de gevolgen voor de productiviteit

Capital Group: AI in Europa en de gevolgen voor de productiviteit

Artificial Intelligence Europa

Terwijl Amerikaanse hyperscalers de groei van AI aanjagen, blijft Europa voorlopig grotendeels buiten de schijnwerpers van deze technologische revolutie. En hoewel Europa achterloopt in de ontwikkeling van geavanceerde AI-modellen, leert de geschiedenis dat de grootste winst voortkomt uit toepassing en niet uit ontwikkeling. 

Europese bedrijven plukken steeds meer de vruchten van AI

Europa heeft een sterkere positie dan vaak wordt gedacht, stellen economen Beth Beckett en Tryggvi Gudmundsson van Capital Group in hun macro-analyse. Europese landen behoren volgens hen, na de VS, tot de best gepositioneerde regio’s om te profiteren van AI-toepassingen.  

Volgens AI-indexen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en diverse beleidsinstituten behoren vooral Frankrijk, Duitsland en het VK als koplopers, tot de best voorbereide regio’s voor AI, vóór Azië en Latijns-Amerika.

Verwachtingen van de OESO tonen dat de arbeidsproductiviteitsgroei in de VS en het VK jaarlijks met 1 tot 1,25 procentpunt kan toenemen dankzij AI. Duitsland en Frankrijk zitten daar vlak achter, met een verwachte stijging van 0,7 tot 1,1 procentpunt per jaar. Zo’n productiviteitsimpuls zou de gemiddelde arbeidsproductiviteitsgroei sinds 2010 verdrievoudigen in het VK en Frankrijk en in Duitsland zelfs verdubbelen.

Net als bedrijven elders in de wereld plukken ook Europese ondernemingen de vruchten van AI. Onderzoek van de Europese Commissie toont een gemiddelde stijging van de arbeidsproductiviteit met ongeveer 4,5%. Dat komt neer op een tijdsbesparing van ongeveer 7,5% per maand, uitgaande van een werkweek van veertig uur.

Daarnaast blijkt uit een studie van de Bank for International Settlements dat bedrijven die AI inzetten gemiddeld 4% productiever zijn dan vergelijkbare ondernemingen, waarbij rekening is gehouden met verschillen tussen landen en sectoren.

De AI-kloof met de VS blijft groot

Tot nu toe verloopt de vooruitgang traag: de productiviteit nam in de VS in 2025 met meer dan 2% toe terwijl de groei in Europa en het VK achterbleef. Deze toenemende kloof laat zien dat Europa het risico loopt verder achterop te raken.

Het gebruik van AI in Europa neemt echter snel toe. Volgens de Europese Unie gebruikte ongeveer 20% van de bedrijven AI in 2025, een stijging van 6,5 procentpunt ten opzichte van 2024. Uit een aanvullende enquête van de Europese Commissie blijkt bovendien dat meer dan de helft van de Europeanen AI gebruikt, onder wie een op de vier op het werk. Vooral jongere en hogeropgeleide werknemers in de meest innovatieve landen, zoals Zweden en Nederland, maken er geregeld gebruik van.

Ondanks deze groei blijft Europa achter op de VS. Uit een enquête van het Brookings Institution blijkt in de eerste maanden van 2026 ongeveer 43% van de Amerikaanse werknemers AI gebruikte op werk, tegenover 32% in Europa. Die kloof nam bovendien toe ten opzichte van dezelfde periode in 2025, toen dat 39% en 31% was.

Vergeleken met de VS blijft ook het intensieve AI-gebruik in Europa nog achter. Ongeveer 20% van de werknemers in de VS, het VK, Zweden, Nederland en Duitsland gebruikte gen-AI minstens één keer in de week voorafgaand aan het onderzoek. Waar 15% van de Amerikaanse werknemers dagelijks AI gebruikte, bleef dat aandeel in Europa steken op 6%.

Minder intensief AI-gebruik leidt doorgaans tot kleinere en tragere productiviteitswinsten. De verschillen tussen de VS en Europa weerspiegelen bovendien de ongelijkmatige adoptie van eerdere digitale technologieën.

Beckett en Gudmundsson stellen dat veel Europese bedrijven zonder verdere marktintegratie of een grotere openheid voor grensoverschrijdende fusies en overnames waarschijnlijk niet de schaal zullen bereiken die nodig is voor grote AI-investeringen.

Volgens de economen verloopt de verspreiding trager en zijn ondernemingen minder geneigd hun productieprocessen en werkwijzen aan te passen, waardoor een deel van de Europese potentiële productiviteitswinst verloren dreigt te gaan.