BNP Paribas AM: Schone energie is dé manier om van de AI-boom te profiteren
BNP Paribas AM: Schone energie is dé manier om van de AI-boom te profiteren
Waar schone energie en infrastructuur enkele jaren geleden nog werden geremd door politieke onzekerheid en hoge rentes, zijn ze volgens Ulrik Fugmann van BNP Paribas Asset Management inmiddels onmisbaar geworden.
Door Harry Geels
|
Ulrik Fugmann Ulrik Fugmann is Co-Head van de Environmental Strategies Group binnen Fundamental Active Equities en ESG Champion bij BNP Paribas Asset Management, waar hij in 2019 begon en verantwoordelijk is voor de strategie en prestaties van de milieugerichte portefeuilles. Fugmann begon zijn carrière in 2001 bij Goldman Sachs, waar hij thematisch investeerde in energie, materialen en landbouw. Vanaf 2012 was hij CIO en medeoprichter van North Shore Partners, later onderdeel van Duet Asset Management, en medeoprichter van Sustainable Solutions. Fugmann heeft ruim 22 jaar ervaring en behaalde een MSc in Economics & Political Science aan de University of Copenhagen. |
Sinds begin vorig jaar hebben we – ondanks politieke tegenstand vanuit de VS – een ware opmars van schone energie gezien. Hoe is die te verklaren?
‘In de jaren 2019 en 2020 ontstond er een boom in hernieuwbare energie toen decarbonisatie een hot topic werd en het tegelijkertijd, door voortschrijdende technologische innovatie en schaalvergroting, kostenefficiënt kon worden opgewekt. In de jaren daarna kwam er significante tegenwind van macroeconomische cyclische ontwikkelingen als gevolg van een aanzienlijke stijging van de goederen- en looninflatie, hogere rentetarieven wereldwijd en verstoringen in de toeleveringsketen na Covid. Hierdoor ontstond een verslechtering van de business case voor hernieuwbare infrastructuur en een moeilijke operationele omgeving voor fabrikanten van installaties van schone energie. Daarbovenop hebben geopolitieke ontwikkelingen de decarbonisatie-agenda opnieuw geprioriteerd te midden van gespannen overheidsbalansen en werd zowel de Europese als de Amerikaanse regelgevingsomgeving steeds onzekerder. Met andere woorden, de jaren tussen 2021 en 2024 waren een perfect storm.
Sinds ongeveer een jaar is het verhaal echter fundamenteel veranderd. Schone energie is de goedkoopste vorm van energie geworden en bovendien ruimschoots beschikbaar: binnen twaalf tot achttien maanden kunnen hernieuwbare energieprojecten aangesloten zijn, terwijl nieuwe gasopwekking al snel een doorlooptijd van zes jaar kent en kernenergie gemakkelijk vijftien jaar vergt.
Ondanks de politieke backlash tegen ESG is de structurele, onderliggende trend wereldwijd duidelijk zichtbaar: de tektonische verschuiving van ‘moleculen naar elektronen’, niet alleen in Europa, maar ook in China en de VS. Zelfs na het aantreden van Trump in januari 2025 is 98% van de netto opgewekte energie in de VS afkomstig van zonne- en windenergie, evenals energieopslag. Slechts 2% komt uit gas, en de winning uit kolen nam af. Elektriciteitsprijzen blijven ondertussen records breken, wat een van de belangrijkste politieke issues vormt richting de tussentijdse Amerikaanse verkiezingen in november. De enige manier om het probleem van de hoge energieprijzen op korte tot middellange termijn op te lossen, is het bouwen van goedkope schone-energiecapaciteit. De Big Beautiful Bill, die een afbouw van tax credits voor schone energie introduceerde, was in feite ook netto positief voor schone energie door een gelijk speelveld te creëren voor bedrijven die geen subsidies meer nodig hebben, en zorgde voor een versnelling van schone energieprojecten. We zien nu dat Republikeinen deze wet opnieuw willen invoeren om de energierekeningen te verlagen.
De media zijn vaak misleid door het energiebeleid van de VS. Beslissingen over investeringen in energie worden namelijk meestal niet op federaal niveau genomen, maar van staat tot staat. Daar wordt simpelweg een economische afweging gemaakt: wat kost het en hoe snel is de energie beschikbaar? Trumps retoriek tegen windmolens, gelardeerd met slogans als ‘drill baby drill’, is in dat opzicht vooral woorden in plaats van daden. China doet het overigens nog beter, met meerjarenplannen met duidelijke doelstellingen. Ze moeten wel: China beschikt zelf over te weinig fossiele brandstoffen en wil daarvan minder afhankelijk zijn.’
Welke groeipercentages verwacht u de komende jaren?
‘We verwachten dat de vraag naar elektriciteit in het Westen in de komende vijfentwintig jaar met 60% zal stijgen, nadat we de afgelopen twee decennia juist stagnatie hebben gezien. Om dat te realiseren, zullen de investeringen in het energienet met ongeveer 40% moeten toenemen over dezelfde periode. In het komende decennium zullen de investeringen in batterij-installaties zelfs met 800% groeien. Achter deze elektrificatie-opmars gaan diverse structurele ontwikkelingen schuil, zoals het streven naar energie-onafhankelijkheid, het verder elektrificeren van huishoudens en bedrijven, en natuurlijk de in toenemende mate impactvolle opkomst van AI en de digitale infrastructuur die daarmee gepaard gaat.
Het verschil tussen moleculen en elektronen wordt door de oorlog met Iran goed duidelijk: elektriciteitsprijzen, geholpen door nieuwe records in de opwekking van zonne- en windenergie, zijn sinds de inval stabieler gebleven dan olie- en gasprijzen. Binnen Europa is de impact voor landen met meer hernieuwbare energie in hun energiemix minder groot dan voor landen met een hoge afhankelijkheid van buitenlandse energievoorraden. In Europa speelt daarnaast mee dat ons elektriciteitsnet inmiddels alweer vele decennia oud is en er aanzienlijke investeringen nodig zijn om dit te onderhouden en uit te breiden. Die verwachte stijging van 60% in de elektriciteitsvraag kan alleen tot stand komen dankzij schone energie. Die groei zal zelfs groter zijn dan de verwachte economische groei in de komende 25 jaar.’
De elektrificatie van de economie vraagt om veel grondstoffen, die deels afkomstig zijn uit minder stabiele of zelfs corrupte landen. Hoe zorgen we ervoor dat ESG-issues in de mijnbouw voldoende worden geadresseerd?
‘We moeten ervoor zorgen dat we beleggen in mijnbouw- en materiaalverwerkende bedrijven waar ESG-vraagstukken hoog op de agenda staan. Daarin moeten we zeker niet naïef zijn. Soms hoor je mensen bijvoorbeeld stellen dat alle lithiummijnen slecht zijn, maar er worden belangrijke stappen gezet om lithium op een duurzamere manier te winnen, waarbij zowel een minimale impact van de extractie wordt nagestreefd als de groei in energieopslag en elektrische voertuigen wordt gewaarborgd die de decarbonisatie stimuleert.
Het gaat erom dat de mijnen waarin wij beleggen in ieder geval voldoen aan de minimale normen op het gebied van biodiversiteit en de bescherming van lokale gemeenschappen en medewerkers, en bijdragen aan de economische ontwikkeling van de betreffende landen. Vervolgens kunnen we via engagement proberen die normen verder te verhogen. Uiteraard blijven er altijd afwegingen, maar onder geen beding mogen de nadelen van ontginning en verwerking van essentiële grondstoffen groter zijn dan de voordelen van de energietransitie. Ik denk dat de meeste Europese beleggers hier inmiddels goede raamwerken voor hebben ontwikkeld.’
Laten we nog even stilstaan bij AI, dat overduidelijk veel energie kost en daarmee een drijver is achter de elektrificatieboom.
‘AI genereert inderdaad een enorme vraag naar energie. AI-datacenters zijn energieintensiever dan de traditionele cloud-infrastructuur en veranderen regionale en nationale elektriciteitsmarkten fundamenteel. AI verbindt meerdere megatrends tegelijk, zoals de omgeving, geopolitiek, innovatie, en demografie, en wordt gemeten en gefaciliteerd door energie.
In feite worden de verdere ontwikkelingen van AI en computing momenteel afgeremd door een tekort aan energie-infrastructuur. In de VS is AI bovendien een van de oorzaken van de sterk opgelopen elektriciteitsprijzen. Tegelijkertijd zijn er ook specifieke aandachtspunten rond AI-datacenters: ze vereisen veel ruimte, er is deels sprake van CO₂- emissies – we zijn immers nog niet volledig geëlektrificeerd – en er spelen veiligheidsvraagstukken, zoals de gevolgen van een hack of zelfs een fysieke aanslag. Hoe dan ook: AI is, samen met de bredere elektrificatie van de economie, de belangrijkste drijvende kracht achter de globale megatrends, gefaciliteerd door energie.’
Gaat die elektrificatie van de economie vooral via private markten of via beursgenoteerde bedrijven?
‘Dat is een interessante vraag. De afgelopen jaren is er een aanzienlijke groei geweest in investeringen in infrastructuur via de private markten. Tegelijkertijd heeft de underperformance van environmental and infrastructural solutions van 2021 tot en met 2024 ertoe geleid dat beursgenoteerde infrastructuur momenteel met een 40% tot 50% discount wordt verhandeld ten opzichte van private infrastructuurbeleggingen.
Dat betekent óf dat private infrastructuur te duur is, óf dat beursgenoteerde infrastructuur te goedkoop is. Brookfield, een van de grootste infrastructuurondernemingen ter wereld, kondigde recent nog een grotere focus aan op beurgenoteerde infrastructuur en een deelneming in een beursgenoteerd infrastructuurbedrijf vanwege de aantrekkelijke waardering in die sector.
Die lage waarderingen zien we ook in de schone-energiesector, ondanks dat de index voor schone energie vorig jaar met ongeveer 50% is gestegen en dit jaar eveneens goed van start is gegaan. Met andere woorden, beleggers kunnen op dit moment investeren in grote, kwalitatief hoogwaardige, beursgenoteerde infrastructuurbedrijven met aantrekkelijke dividenduitkeringen en defensieve bedrijfsmodellen, tegen lagere waarderingen en bovendien tegen lagere kosten.’
Hoe kunnen beleggers het beste van deze trend profiteren?
‘Het grootste probleem is dat veel beleggers wel van de elektrificatietrend willen profiteren, maar tegelijkertijd niet te ver willen afwijken van bekende wereldwijde benchmarks. Van de circa $ 5 biljoen aan ESG-beleggingen wordt slechts 0,3% geïnvesteerd in schone energie. Deze sector is zwaar ondervertegenwoordigd in de indices vanwege de omvang van vele van deze bedrijven, die meestal in de range van $ 1 tot $ 20 miljard ligt.
Grote beleggers hebben soms meer beleggingen in Microsoft, of zelfs in Netflix, dan in schone energie. Low-carbon indices met een maximale tracking error van 2% veranderen fundamenteel weinig aan de energietransitie buiten het uitsluiten van fossiele brandstoffen en het prioriteren van bedrijven met structureel lage emissies, zoals technologie, telecom, media en financiële bedrijven. Beleggers die daadwerkelijk willen profiteren van het thema schone energie en van infrastructuuroplossingen van bedrijven, en ook een positieve impact willen maken, zullen vaak grotere tracking errors moeten accepteren.
We hebben veel portefeuilles van grote beleggers geanalyseerd. Die voldoen vaak prima aan de eisen rond een lage CO₂- footprint, bijvoorbeeld door overwegingen in financials of technologie, of door uitsluiting van olie- en gasbedrijven. Tegelijkertijd hebben ze amper geïnvesteerd in de daadwerkelijke schone transitie met weinig of geen exposure naar het mogelijk maken van schone energiemogelijkheden.
Juist nu, gezien de aantrekkelijke waarderingen en de verwachte structurele groei, ligt er een grote kans om allocaties fundamenteel te herzien en echte impact te maken. Techbedrijven zullen waarschijnlijk het grootste deel van hun vrije cashflow aanwenden om in de wereldwijde ratrace geen ‘dinosauriërs’ te worden. Wie wil profiteren van de AIboom, moet daarom voorzichtig zijn met beleggen in technologie, dat weinig winnaars maar veel verliezers zal kennen. De ‘known knowns’ verdienen de voorkeur: AI heeft goedkope en onmiddellijk beschikbare energie – schone energie – nodig. Bovendien noteert de MSCI Technology momenteel rond 6,5 keer de omzet, schone energie rond 1,5 keer ‘price-to-sales’. Take your pick.’
Welke strategieën hebben volgens jullie de meeste potentie?
‘Voor beleggers die dicht bij de gevestigde marktindices willen blijven, hebben wij een reeks ‘core diversified environmental’ themastrategieën ontwikkeld die beleggen tegen regionale MSCI-benchmarks. Bovendien is onze Clean Energy Solutions-strategie niet gebonden aan marktbenchmarks en zoekt het nauwe aansluiting bij het thema schone energie, over verschillende technologieën en over de hele waardeketen van schone energie wereldwijd. Aan deze strategie is onlangs de impact-status toegekend.
Recent hebben we daarnaast een wat defensievere Environmental Infrastructure Income-strategie gelanceerd, met een aantrekkelijk dividendprofiel en meer focus op beleggen met instandhouding van kapitaal, onder meer in digitale en energieinfrastructuur, water en afvalverwerking. In totaal beheren we inmiddels ongeveer $ 2 miljard dollar binnen deze vijf strategieën. Er is veel hernieuwde aandacht hiervoor. Deze strategieën kwalificeren alle onder SFDR artikel 9 en worden beheerd binnen onze Environmental Strategies Group, gevormd in 2019 door Edward Lees en mij. Dit team en de strategieën onderschrijven het commitment van BNP Paribas AM om een duurzame belegger voor een wereld in verandering te blijven.’
|
IN HET KORT Na een periode van tegenwind en politieke weerstand tussen 2021 en 2024 is schone energie nu wereldwijd de goedkoopste en snelst realiseerbare energiebron geworden. De energietransitie wordt gedreven door elektrificatie in de VS, Europa en China. De elektriciteitsvraag groeit sterk door onder meer de opkomst van AI, wat grote investeringen in netwerken en batterijen vereist. Beursgenoteerde schone energie en infrastructuur zijn aantrekkelijk geprijsd. Profiteren vraagt gerichte allocaties en afwijking van traditionele benchmarks. |
Lees het volledige interview in Financial Investigator magazine.