DNB: De nasleep van de inflatiepiek en de rol van monetair beleid

DNB: De nasleep van de inflatiepiek en de rol van monetair beleid

Inflatie Monetair beleid ECB

De Europese Centrale Bank (ECB) heeft tussen juli 2022 en september 2023 flinke ingrepen gedaan om de inflatie terug op het gewenste niveau te krijgen. In een nieuwe DNB-analyse kijken we terug op hoe dit beleid heeft uitgepakt en wat we daarvan kunnen leren, ook met oog op de nu weer oplopende inflatie.

Na jaren van lage inflatie, kreeg het eurogebied te maken met een sterke stijging van prijzen. Grote schokken zoals de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne hebben geleid tot scherp hogere inflatie en veel onzekerheid. Hoe kan de ECB met haar monetair beleid in zo’n situatie de inflatie weer richting 2% brengen? En wat hebben we geleerd van hoe dat sinds 2022 is gegaan?

Hoe stuurt de ECB de inflatie?

De ECB stuurt de inflatie vooral via het bepalen van de rente. Voor de effectiviteit van het rentebeleid is het belangrijk dat inflatieverwachtingen stabiel zijn.

Vertrouwen houdt prijzen in toom

Het begint bij vertrouwen. Geloofwaardigheid vormt de kern van effectief monetair beleid. Als de ECB geloofwaardig is, vertrouwen financiële markten, economen, bedrijven en huishoudens erop dat de inflatie op termijn rond de 2%-doelstelling blijft.  Bedrijven zullen hun prijzen dan minder snel verhogen en werknemers zullen gematigder loonstijgingen vragen. Dit helpt voorkomen dat tijdelijke schokken, zoals een stijging van energieprijzen, uitmonden in langdurig hoge inflatie. Daarom is geloofwaardigheid cruciaal: als een centrale bank haar geloofwaardigheid verliest, wordt het aanzienlijk moeilijker en kostbaarder om de inflatie terug naar de doelstelling te brengen.

De rente als rem- en gaspedaal

Het behoud van geloofwaardigheid vereist dat de ECB de beleidskoers aanpast als de situatie daarom vraagt. Door de rente te verhogen of te verlagen, en het daarmee aanjagen of vertragen van de economie, kan zij de inflatie beïnvloeden. De doorwerking van monetair beleid verloopt echter met vertraging: veranderingen in de rente hebben pas na verloop van tijd effect op bestedingen, investeringen en uiteindelijk de inflatie. Dat betekent dat de ECB vooruit moet kijken en deze vertraging moet meewegen in haar beleidsbeslissingen. In de praktijk reageert de ECB daarom niet op kleine of tijdelijke schokken: monetair beleid heeft in dat geval pas effect, als de schok alweer voorbij is. Ingrijpen is wel nodig als inflatie langduriger dreigt op te lopen.

Wat gebeurde er met inflatieverwachtingen tijdens de energiecrisis in 2022?

Tijdens de inflatiepiek, liepen ook inflatieverwachtingen beperkt op. Toen de ECB de rente begon te verhogen, stopte de oploop en liepen verwachtingen zelfs weer terug. Overkoepelend zijn inflatieverwachtingen in het eurogebied in grote lijnen goed verankerd gebleven, een groot verschil met bijvoorbeeld de jaren ’70 en ‘80. Tegelijkertijd bestaan er nog kwetsbaarheden, met name bij huishoudens. Hun inflatieverwachtingen – die bijvoorbeeld relevant zijn voor loonvorming – vertonen meer spreiding en liggen veelal hoger. De inflatiepiek van 2022 ligt nog vers in het geheugen. Daardoor blijft de aandacht voor inflatie hoog en kunnen verwachtingen sneller oplopen, nu de oorlog in Iran de inflatiezorgen weer aanwakkert.

Wat zijn lessen van de recente inflatiepiek?

De analyse laat zien dat de snelle en stevige renteverhogingen sinds 2022 hebben geholpen om de Europese inflatie terug te dringen naar de doelstelling van 2%. Het tempo van de renteverhogingen was belangrijk. In 2022 nam de ECB grote rentestappen, van 50 en 75 basispunten per vergadering. De analyse laat zien dat als de ECB zich had beperkt tot het gebruikelijke, geleidelijker, tempo van 25 basispunten per vergadering, de inflatie waarschijnlijk hoger zou zijn geweest en langer zou hebben aangehouden. De geloofwaardigheid van de ECB had dan onder druk kunnen komen te staan.

De noodzaak om grote stappen te zetten, kwam wel deels voort uit een late start. De oploop van de inflatie begon nog tijdens de pandemie, wat bijdroeg aan grote onzekerheid over hoe de economie ervoor stond. En de ECB zelf kampte met de erfenis van de langdurig lage inflatie, inclusief het gebruik van onconventionele beleidsinstrumenten (zoals obligatie-aankopen en forward guidance), en was daardoor weinig wendbaar. Een eerdere beleidsreactie had de inflatiepiek niet kunnen voorkomen, maar mogelijk wel kunnen afzwakken. Dit was samengegaan met een zwakkere economie.

Wat betekent dit voor de toekomst?

Monetair beleid heeft bijgedragen aan het terugdringen van de zeer hoge inflatie. Het vertrouwen in de ECB is overeind gebleven, maar de inflatiepiek ligt nog wel vers in het geheugen. Dat kan leiden tot sneller oplopende inflatieverachtingen en betekent dat extra waakzaamheid vereist is bij de – als gevolg van de oorlog in Iran – weer oplopende inflatie. Een bredere les is dat voor centrale banken wendbaarheid cruciaal is. In een volatielere en onzekerdere omgeving moeten centrale banken bereid zijn tijdig en resoluut te reageren wanneer risico’s voor prijsstabiliteit en geloofwaardigheid zich voordoen.