IFM Investors: Infrastructuur is tastbaar, essentieel en direct verbonden met de reële economie

IFM Investors: Infrastructuur is tastbaar, essentieel en direct verbonden met de reële economie

Infrastructuur

Institutionele beleggers tonen steeds meer belangstelling voor infrastructuur. Dat heeft niet alleen te maken met stabiele kasstromen en inflatiebescherming, maar ook met de enorme investeringsopgave die wereldwijd voorligt.

Door Michiel Pekelharing

Volgens recente schattingen van adviesbureau McKinsey loopt de mondiale infrastructuurbehoefte tot en met 2040 op tot zo’n $ 106 biljoen. Voor pensioenfondsen en andere langetermijnbeleggers betekent dat zowel een uitdaging als een kans. Else Bos, Non-Executive Director bij IFM Investors, en Donné Hendrick, Manager Global Client Solutions bij IFM Investors Benelux, gaan in op de rol van infrastructuur in portefeuilles, de ontwikkeling van de Nederlandse markt en de manier waarop traditionele infrastructuur steeds sterker verweven raakt met nieuwe infrastructuur, zoals datacenters en digitale netwerken, en de energietransitie.

IFM werd in 1990 opgericht door een groep Australische pensioenfondsen. Hoe beïnvloedt die oorsprong de beleggingsfilosofie en langetermijnstrategie?

Bos: ‘Die oorsprong bepaalt eigenlijk alles. IFM is inderdaad dertig jaar geleden ontstaan vanuit Australische pensioenfondsen, de zogeheten superannuation funds. Die zagen destijds dat er infrastructuur werd geprivatiseerd en realiseerden zich dat dit een unieke kans bood om impact te maken door rechtstreeks te investeren in de reële economie. Hun langetermijnoriëntatie zit echt in het DNA van onze organisatie. Onze missie is om de pensioenspaargelden van werkenden te beschermen en te laten groeien. Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het betekent dat je voortdurend vanuit het perspectief van de deelnemer kijkt. Het gaat niet alleen om rendement, maar ook om stabiliteit, robuustheid en maatschappelijke relevantie. Infrastructuur past daar goed bij. Het gaat om essentiële voorzieningen – energie, transport, digitale netwerken – die een samenleving nodig heeft om te functioneren. Door daarin te investeren, bouw je aan stabiele kasstromen voor beleggers én aan economische infrastructuur waar mensen dagelijks gebruik van maken. Die intrinsieke verbinding met de deelnemer en de reële economie is voor ons een heel belangrijk uitgangspunt.’

Hendrick: ‘Onze aandeelhouders zijn zelf ook investeerders in onze fondsen. Dat zorgt ervoor dat de belangen op één lijn liggen. Het model is ooit begonnen in Australië, maar het werkt eigenlijk overal. Pensioenfondsen en verzekeraars wereldwijd hebben dezelfde uitdaging: ze moeten reële rendementen realiseren voor het pensioen van hun deelnemers, dat vaak pas over enkele decennia wordt uitbetaald. Infrastructuur kan daarin een belangrijke rol spelen, omdat veel projecten lange contracten hebben en inkomsten vaak gekoppeld zijn aan inflatie. Dat maakt het een natuurlijke match met pensioenverplichtingen. Een andere mooie match is de wijze waarop infrastructuurinvesteringen investeerders in staat stellen om hun duurzame ambities in te vullen. Essentiële diensten zoals duurzame energie, water, mobiliteit en digitale connectiviteit vormen de basis voor economische en sociale ontwikkeling. Tegelijkertijd creëren ze veilig werk, hoogwaardige banen en opleidingskansen, waarbij een sterke focus op arbeidsveiligheid en goede arbeidsomstandigheden extra betekenis krijgen.’

Sinds wanneer zijn jullie in Nederland actief en waarom?

Hendrick: ‘Nederland is voor ons een belangrijke markt. We zijn hier al sinds 2014 actief en hebben inmiddels meer dan tien klanten. Dat zijn voornamelijk pensioenfondsen, maar ook verzekeraars en family offices. Sinds 2021 hebben we ook een kantoor in Amsterdam, waardoor we echt lokaal aanwezig zijn. Nederlandse investeerders, met name pensioenfondsen en verzekeraars, stellen hoge eisen aan rapportage, governance en transparantie. Daarnaast hebben zij vaak een sterke focus op duurzaamheid en op risicobeheer. Je moet dus goed begrijpen hoe de regelgeving werkt en welke informatie klanten nodig hebben. Nederlandse beleggers behoren bovendien tot de voorlopers op het gebied van private markten. Veel fondsen hebben al relatief grote allocaties naar private equity en vastgoed, en kijken nu steeds nadrukkelijker naar infrastructuur als aanvullende bouwsteen. Daardoor ontstaat er een steeds volwassener dialoog over hoe infrastructuur in een portefeuille past. Voor IFM is Nederland dus echt een belangrijke markt en we zijn dan ook heel trots dat we bij de Nederlandse Pensioen Awards 2026 zijn aangewezen als infrastructuurmanager van het jaar.’

Bos: ‘Wat mij opvalt in Nederland, is dat pensioenfondsen traditioneel sterk internationaal georiënteerd zijn. Ze bouwen hun portefeuilles wereldwijd op, in plaats van een sterke binnenlandse focus te hebben. Dat zie je ook terug in infrastructuur. Tegelijkertijd kijken overheden natuurlijk graag of institutionele beleggers kunnen bijdragen aan de financiering van projecten in eigen land. Dat gesprek wordt ook gevoerd, maar Nederlandse fondsen willen vooral goed gediversifieerde portefeuilles. Dat betekent dat een wereldwijde benadering vaak logischer is dan een puur nationale focus.’

IFM richtte zich aanvankelijk op traditionele ‘oude’ infrastructuur. In hoeverre geldt dat nog?

Hendrick: ‘Met traditionele ‘oude’ infrastructuur bedoelen we assets die essentieel zijn voor het functioneren van een economie en die vaak een lange levensduur hebben. Denk aan havens, luchthavens, snelwegen, energie- en elektriciteitsnetwerken. Dat zijn voorzieningen waar dagelijks gebruik van wordt gemaakt en waar de vraag relatief stabiel is. Tegelijkertijd zien we dat infrastructuur sterk verandert. Naast de traditionele sectoren zijn digitale infrastructuur en energie-infrastructuur steeds belangrijker geworden. Datacenters, glasvezelnetwerken, het opwekken van groene stroom en energieopslag zijn bijvoorbeeld cruciaal voor een digitale economie en voor de energietransitie. Wat interessant is, is dat die nieuwe en oude infrastructuur steeds meer met elkaar verweven raken. Neem datacenters. Die vragen enorme hoeveelheden energie en koeling. Daardoor ontstaat weer een sterke link met energie- en waterinfrastructuur. Je ziet dus dat de verschillende onderdelen van infrastructuur steeds meer onderdeel worden van één geïntegreerd systeem.’

Bos: ‘Vanuit een beleggingsperspectief betekent dit dat je naar verschillende rendementen kijkt. Een tolweg heeft andere risico’s en inkomstenstromen dan een datacenter of een elektriciteitsnetwerk. Door over sectoren te diversifiëren, kun je een robuustere infrastructuurportefeuille opbouwen. Bovendien spelen in elke sector andere risico’s. Bij een haven kijk je bijvoorbeeld naar economische activiteit en handelsstromen. Bij digitale infrastructuur spelen technologische ontwikkelingen een grotere rol, terwijl in het energiesegment regelgeving en energiemarkten weer zwaarder wegen. Die diversiteit maakt de beleggingscategorie interessant, omdat je binnen één asset class verschillende economische dynamieken kunt combineren.’

In hoeverre is er sprake van een investeringskloof in infrastructuur?

Hendrick: ‘Als je kijkt naar de cijfers, dan is de investeringsbehoefte enorm. Volgens schattingen moet er de komende decennia wereldwijd meer dan 100 biljoen dollar in infrastructuur worden geïnvesteerd. Overheden kunnen dat simpelweg niet alleen financieren. Historisch gezien werd infrastructuur grotendeels door de publieke sector betaald, zeker in landen als Nederland, Duitsland en de Scandinavische landen. In Nederland hebben de vijf grootste pensioenfondsen in 2024 zelfs nog een brief naar het kabinet gestuurd met de vraag het makkelijker te maken om samen met de overheid in infrastructuur te investeren. In andere landen is die beweging al langere tijd gaande. Australië loopt hierin voorop. Onder meer Frankrijk, de VS en het VK zijn in dit opzicht ook al goed op weg. In veel westerse landen dateren bruggen, wegen en elektriciteitsnetwerken uit de jaren zestig en zeventig. Die moeten worden gemoderniseerd. Tegelijkertijd komt daar een enorme investeringsgolf bovenop door digitalisering en de energietransitie.’

Bos: ‘Voor beleggers betekent dit dat er structureel veel kansen ontstaan. Infrastructuur wordt daardoor steeds meer een mainstream asset class binnen institutionele portefeuilles. Waar het vroeger vaak een nichebelegging was, zien we nu dat steeds meer pensioenfondsen een strategische allocatie naar infrastructuur opnemen. Dat komt door de interessante combinatie van stabiele inkomsten, diversificatie en inflatiebescherming. Daar komt bij dat impactbeleggen een steeds grotere rol speelt. Pensioenfondsen blijven streven naar een zo hoog mogelijk pensioen, maar willen er ook aan bijdragen dat dit straks in een leefbare wereld wordt uitgekeerd. In de infrastructuursector is het mogelijk om veel zaken heel concreet te meten, zoals de hoeveelheid groene stroom die wordt opgewekt of het aantal mensen dat dankzij een project een goede, veilige baan krijgt. Als een pensioenfonds aan de hand van de SDG’s specifieke doelen heeft, kan de voortgang daarvan relatief eenvoudig worden gemeten. Zo gaan financieel en duurzaam rendement hand in hand.’

Wat pleit voor een wereldwijde benadering in plaats van een sterke binnenlandse focus?

Bos: ‘Een van de belangrijkste redenen is diversificatie. Infrastructuurprojecten zijn sterk verbonden met de economische en regulatoire context van een land of regio. Door wereldwijd te beleggen kun je risico’s spreiden over verschillende economieën, sectoren en regelgeving. Daarnaast zijn de investeringskansen simpelweg niet gelijk verdeeld over de wereld. In Azië is bijvoorbeeld veel nieuwe infrastructuur nodig vanwege snelle economische groei en urbanisatie. In Europa en Noord-Amerika ligt de nadruk meer op de modernisering en verduurzaming van bestaande infrastructuur. Door wereldwijd te kijken, kun je dus beter inspelen op waar de kansen op dat moment liggen.’

Hendrick: ‘Daar komt nog bij dat in Noord-Europa relatief minder investeringsmogelijkheden zijn, aangezien veel publiek gefinancierd wordt. Daarbij is lokale expertise cruciaal. Infrastructuur is geen asset class waarin je op afstand kunt investeren zonder de lokale context te begrijpen. Je moet weten hoe regelgeving werkt, hoe concessiestructuren in elkaar zitten en hoe je met overheden samenwerkt. Daarom hebben wij teams in verschillende regio’s. Zij kennen de lokale markt en kunnen kansen identificeren die je van buitenaf misschien niet zou zien. Die combinatie van lokale kennis en een wereldwijde portefeuille is volgens ons essentieel.’

Wat mogen beleggers verwachten qua rendement, risico en portefeuillefunctie?

Bos: ‘Infrastructuur wordt vaak gezien als een asset class die stabiele rendementen genereert. Veel projecten hebben contracten of regulatoire structuren die relatief voorspelbare kasstromen opleveren. Dat maakt het interessant voor beleggers die op zoek zijn naar inkomen en inflatiebescherming. Dat betekent overigens niet dat het risicoloos is. De risico’s zijn anders dan bij beursgenoteerde aandelen. Denk aan risico’s op het vlak van regelgeving, operationele risico’s of herfinancieringsrisico’s. Maar als je die goed beheert, kan infrastructuur een waardevolle rol spelen in een gediversifieerde portefeuille.’

Hendrick: ‘Een belangrijk verschil met beursgenoteerde markten is dat infrastructuur minder gevoelig is voor schommelingen op de korte termijn. De waarderingen worden periodiek vastgesteld door onafhankelijke accountants en zijn onder andere gebaseerd op de onderliggende kasstromen. Voor pensioenfondsen betekent dit dat infrastructuur kan bijdragen aan stabiliteit in de portefeuille en dat het een complementaire rol speelt naast andere beleggingen zoals private equity, vastgoed en obligaties.’

Wat is de impact van de Wtp en de groeiende duurzaamheidsambities?

Bos: ‘Het nieuwe pensioenstelsel legt meer nadruk op individuele pensioenvermogens en op lifecycle-beleggen. Jongere deelnemers hebben een langere horizon en kunnen daardoor meer groeigerichte beleggingen opnemen in hun portefeuille. Infrastructuur past daar goed bij, omdat het een langetermijnbelegging is met een duidelijke economische functie. Bovendien blijft het Nederlandse pensioenstelsel collectief beleggen, waardoor schaalvoordelen behouden blijven. Dat maakt het mogelijk om ook in minder liquide asset classes te investeren.’

Hendrick: ‘Daarnaast speelt de energietransitie een grote rol. Veel van de investeringen die nodig zijn voor een duurzamere economie, vallen in het infrastructuursegment. Voor beleggers biedt dat de mogelijkheid om niet alleen financieel rendement te behalen, maar ook bij te dragen aan de transformatie van de economie.’
 

Else Bos

Else Bos startte haar loopbaan na een studie aan de Erasmus Universiteit in de financiële sector. Zij bouwde een lange en toonaangevende carrière op bij ABN AMRO en PGGM, waar zij haar laatste rol vervulde als CEO. Vervolgens maakte zij de overstap naar De Nederlandsche Bank als lid van de directie en Voorzitter Toezicht. Nu vervult zij diverse non-executive en toezichthoudende functies, waaronder bij IFM Investors.

  

Donné Hendrick

Donné Hendrick is Manager Global Client Solutions bij IFM Investors Benelux. Hij startte na zijn studie aan Nyenrode Business Universiteit als Accountmanager bij ING Investment Management. Vervolgens werkte hij vier jaar als Senior Relatiebeheerder bij Aegon Asset Management. Daarna was hij bij BlackRock sales-verantwoordelijke voor private markets in Nederland.

 

Lees het volledige verslag in Financial Investigator magazine