Han Dieperink: Een havik of een duif?

Han Dieperink: Een havik of een duif?

Inflatie Rente Monetair beleid Fed
Han Dieperink (credits Cor Salverius Fotografie)

Door Han Dieperink, geschreven op persoonlijke titel

De Amerikaanse Senaat is akkoord met de benoeming van Kevin Warsh tot voorzitter van de Federal Reserve. Maar wie is Kevin Warsh eigenlijk en wat kunnen we van hem verwachten?

Kevin Warsh is geen nieuwkomer. Hij studeerde aan Stanford University en Harvard Law School, en was tussen 2006 en 2011 al bestuurslid van de Federal Reserve. In die periode maakte hij de grote financiële crisis van 2008 mee. Hij weet dus wat het betekent om in moeilijke tijden beslissingen te moeten nemen. Na zijn vertrek bij de Fed ging Warsh terug naar Stanford, waar hij les gaf en onderzoek deed. Hij werkte ook samen met bekende beleggers, onder andere bij het kantoor van hedgefondsmanager Stanley Druckenmiller. In 2017 was Warsh al bijna voorzitter van de Fed geworden, maar Trump koos toen voor Jerome Powell. Achteraf noemde Trump dat een vergissing.

Jerome Powell lag de laatste jaren regelmatig in conflict met Trump. De president vond dat hij de rente te langzaam verlaagde. Trump uitte openlijk kritiek en het ministerie van Justitie begon zelfs een strafrechtelijk onderzoek naar Powell. Dat onderzoek is inmiddels stopgezet, waardoor de weg vrij is voor de benoeming van Warsh.

Havik of duif?

In de wereld van centrale banken worden beleidsmakers vaak getypeerd als ‘haviken’ of ‘duiven’. Een havik geeft prioriteit aan lage inflatie en prijsstabiliteit, en is eerder geneigd de rente te verhogen of hoog te houden, ook als de groei daardoor vertraagt. Een duif kijkt daar anders naar en geeft juist prioriteit aan economische groei en werkgelegenheid, ook als dat een iets hogere inflatie met zich meebrengt.

Warsh stond lange tijd bekend als havik. Hij waarschuwde tegen te veel geldcreatie en was kritisch over het opkoopprogramma van de Fed. Maar in de aanloop naar zijn benoeming verschoof zijn toon. Hij sprak vaker over lagere rentes en leek meer in lijn te komen met de wensen van Trump. Critici noemen zijn veranderende houding opportunistisch en vrezen dat hij zich te veel zal laten leiden door politieke druk. Voorstanders zeggen dat de wereld is veranderd door ontwikkelingen als kunstmatige intelligentie en deglobalisering, en dat een ander beleid simpelweg nodig is. Pas wanneer Warsh daadwerkelijk aan het roer staat, zal duidelijk worden of hij zich opstelt als havik, als duif, of als iets daartussenin.

Wat wil Warsh veranderen?

Tijdens zijn hoorzitting in de Senaat sprak Warsh over verschillende hervormingen. Hij wil het inflatiemodel van de Fed vernieuwen en preciezer kijken naar welke prijzen structureel stijgen en welke slechts tijdelijk veranderen door geopolitieke spanningen of seizoenseffecten. Hij wil ook de balans van de Fed verkleinen. Tijdens en na de financiële crisis kocht de Fed enorme hoeveelheden staatsobligaties op. Op het hoogtepunt bezat de Fed bijna negen biljoen dollar aan schulden. Warsh vindt dat te veel en wil dat de Fed zich terugtrekt uit dit soort activiteiten. Daarnaast pleit hij voor betere communicatie en is hij kritisch over de manier waarop de Fed haar zogeheten ‘forward guidance’ inzet.

Wat betekent dit voor beleggers?

Voor beleggers is de benoeming van een nieuwe Fed-voorzitter altijd een belangrijk moment. De rente heeft immers directe invloed op aandelenkoersen, obligaties, hypotheken en valutakoersen. De belangrijkste vraag is of Warsh de geloofwaardigheid van de Fed kan bewaren. Financiële markten vertrouwen erop dat de centrale bank onafhankelijk opereert.

Dat vertrouwen is niet vanzelfsprekend. In de jaren zeventig liet Fed-voorzitter Arthur Burns zich onder druk van president Nixon verleiden tot een te soepel rentebeleid. Het gevolg was een decennium van hoge inflatie. Pas toen Paul Volcker in 1979 de rente naar 20% verhoogde, werd de inflatie gebroken. Die ingreep was buitengewoon pijnlijk, maar ze legde de basis voor de economische stabiliteit van de jaren tachtig en negentig.

De les is helder: een centrale bank die haar onafhankelijkheid opgeeft, betaalt daar uiteindelijk een hoge prijs voor. Als beleggers het gevoel krijgen dat de Fed politieke orders opvolgt in plaats van economische data, zullen zij hogere rentes eisen om het extra risico te compenseren. Dat zou slecht nieuws zijn voor de Amerikaanse overheid, die met een staatsschuld van meer dan 36 biljoen dollar onder enorme financieringsdruk staat.

Het alternatief: kunstmatige intelligentie

De geschiedenis van het centrale bankieren is in wezen een geschiedenis van menselijke fouten. Van de te ruime geldpolitiek onder Arthur Burns tot de te late reactie op de huizenbubbel in 2007. Keer op keer blijkt dat centrale bankiers kwetsbaar zijn voor politieke druk, groepsdenken en verkeerde inschattingen. Misschien is het beste alternatief daarom wel een AI-oplossing. Een algoritme kan ervoor zorgen dat de beleidsrente altijd een kwartje boven de natuurlijke rente ligt. Op die manier zullen bedrijven die niet sterker groeien dan de economie zich niet kunnen financieren en blijft de totale hoeveelheid schuld beperkt. Bedrijven die wel sterker groeien, profiteren van de lagere rente, waarmee innovatie wordt gestimuleerd.

Waar menselijke centrale bankiers steeds weer bezwijken voor de verleiding van kortetermijnoplossingen, of dat nu onder druk van een president is of uit angst voor een recessie, zou een algoritme zonder emotie en zonder politieke agenda consequent het juiste renteniveau kunnen handhaven. Het is een radicaal idee, maar gezien de lange reeks menselijke missers in het monetaire beleid misschien minder vergezocht dan het op het eerste gezicht lijkt.