Han Dieperink: Veilige havens

Han Dieperink: Veilige havens

Obligaties Dollar Goud
Han Dieperink (credits Cor Salverius Fotografie)

Door Han Dieperink, geschreven op persoonlijke titel

Wanneer de onzekerheid op de financiële markten toeslaat, zoeken beleggers hun toevlucht tot goud, staatsobligaties, de dollar, defensieve sectoren, lage-volatiliteitsaandelen, kwaliteitsaandelen, energie en defensie. Ze worden keer op keer aangeprezen als het schild tegen de storm. De reflex is begrijpelijk: wie wil er nu geen rustpunt in de portefeuille als de wereld in brand staat? Maar elk van deze havens heeft zijn eigen achilleshiel. De veiligste haven is zelden zo veilig als zij lijkt.

Laten we beginnen bij de klassiekers. Goud geldt al eeuwen als het ultieme anker in tijden van crisis. Maar ook goud is niet immuun voor de grillen van de geopolitiek. Tijdens het huidige conflict in het Midden-Oosten staat de goudprijs onder druk doordat landen een deel van hun goudreserves verkopen om de oorlogsinspanning te financieren. Het edelmetaal dat bescherming moet bieden tegen chaos, wordt opgeofferd aan diezelfde chaos.

Staatsobligaties hebben een vergelijkbaar geloofwaardigheidsprobleem. Door de jarenlange periode van lage rente hebben ze hun traditionele bufferfunctie grotendeels verloren. Bovendien rijst de vraag hoe hoog de staatsschuld mag oplopen voordat een staatsobligatie niet langer als veilige haven geldt. De zogeheten convenience yield op Amerikaans staatspapier erodeert al jaren, parallel met de gestage toename van de staatsschuld. Zwitserland lijkt de grote winnaar, maar de omvang van die markt is te klein om de mondiale vraag naar veiligheid te absorberen.

Dan de dollar, die van oudsher profiteert van mondiale onrust. Maar de bezwaren stapelen zich op: het begrotingstekort, de politieke druk op de Federal Reserve, de erosie van het petrodollarsysteem, en de toenemende bereidheid van handelspartners om in andere valuta's af te rekenen. De dollar profiteert nu van de onrust, maar het is de vraag of dat profijt structureel is of slechts het laatste restje gewoontegedrag van een markt die nog geen volwaardig alternatief heeft gevonden.

Binnen de aandelenmarkt is het beeld niet rooskleuriger. Defensieve sectoren (nutsbedrijven, dagelijkse consumentengoederen, gezondheidszorg) bieden voorspelbaarheid, maar zodra de economische groei versnelt, worden ze de source of funds voor avontuurlijker beleggingen. Lagevolatiliteit-strategieën presteren doorgaans onder de maat in krachtige opwaartse markten, precies het moment waarop beleggers hun geduld verliezen. En de kwaliteitsfactor, op papier het meest overtuigende verhaal, werd vorig jaar genadeloos afgestraft toen verlieslatende aandelen 10% beter presteerden dan hun kwalitatief sterke sectorgenoten. De kwaliteitspremie is gedaald tot historisch lage niveaus.

Wat zich momenteel op de markten aftekent gaat echter verder dan een klassieke sectorrotatie. We zijn getuige van een van de grootste structurele verschuivingen in een generatie: de overgang van langedurationaandelen naar kortedurationaandelen. Groeiaandelen waarvan de kasstromen ver in de toekomst liggen, gedragen zich als langlopende obligaties, gevoelig voor rente, inflatie en steeds nadrukkelijker voor disruptierisico's. Kunstmatige intelligentie heeft de concurrentiepositie van softwarebedrijven in snel tempo uitgehold. Zelfs reuzen als Microsoft, Adobe en ServiceNow worden geraakt. Microsoft handelt inmiddels op minder dan twintig keer de winst, lager dan de waardering van de S&P 500.

Tegenover deze langedurationaandelen staan bedrijven met nabije, tastbare kasstromen, zoals grondstoffenbedrijven, industriële conglomeraten, infrastructuur, transport en nutsbedrijven. Zij voeren dit jaar de S&P 500 aan. De fundamentele drijfveer is het inzicht dat economische groei aan het verbreden is, weg van de smalle technologiebasis die de markt jarenlang domineerde. Deze bedrijven leveren niet alleen weerstand tegen AI-disruptie, ze ondersteunen de AI-revolutie ook. Zij leveren de energie, de infrastructuur en de grondstoffen die nodig zijn om de belofte van kunstmatige intelligentie waar te maken.

De conclusie is niet dat veilige havens waardeloos zijn. Ze vervullen een functie, maar elk alternatief kent zijn eigen kwetsbaarheid. Goud wordt verkocht om oorlogen te betalen. Obligaties missen hun buffer bij hoge staatsschulden. De dollar leeft op geleende geloofwaardigheid. Defensieve sectoren zijn de spaarpot die wordt aangebroken zodra er iets leukers te kopen valt. Wat de huidige markt ons leert, is dat er iets fundamenteels is verschoven. De structurele rotatie van lange naar korte duration is meer dan een tactische zet: het is een herwaardering van wat veiligheid betekent in een wereld waarin AI de spelregels herschrijft. De werkelijk veerkrachtige portefeuille combineert kwaliteit met nabije kasstromen, tastbare assets en bedrijven die de fysieke ruggengraat van de economie vormen. En met een kwaliteitspremie op historisch lage niveaus is de timing voor die verschuiving zelden gunstiger geweest.