ABN AMRO: Nederlandse sectoren kwetsbaar door conflict Midden-Oosten

ABN AMRO: Nederlandse sectoren kwetsbaar door conflict Midden-Oosten

Grondstoffen Geopolitiek

Het gewapende conflict in het Midden-Oosten heeft economische gevolgen voor Nederlandse bedrijven. Een nieuwe sectoranalyse van ABN AMRO die morgen wordt gepubliceerd laat zien dat vooral de Nederlandse glastuinbouw, industrie, transport, voedingsmiddelen en de vrijetijdssector kwetsbaar zijn voor hogere energieprijzen.

Tegelijkertijd raken verstoringen in internationale handelsketens steeds meer sectoren. Sinds de Amerikaanse en Israëlische aanvallen eind februari zijn de energieprijzen snel gestegen: de Europese gasprijs is fors gestegen en de olieprijs liep tijdelijk op tot bijna 120 dollar per vat. Daardoor komen Nederlandse bedrijven in energie-intensieve sectoren de komende maanden onder druk te staan.

Daarvan zijn de eerste effecten al zichtbaar. Dieselprijzen zijn in korte tijd met ongeveer 20 procent gestegen en luchtvaartmaatschappijen moeten omvliegen doordat delen van het luchtruim boven het Midden-Oosten gesloten zijn. Voor veel bedrijven betekent dit hogere kosten én meer druk op hun liquiditeit, omdat prijsstijgingen vaak pas later aan klanten kunnen worden doorberekend. Wat vandaag slechter uitpakt dan destijds, zijn de huidige hogere rentestand, een gemiddeld lagere liquiditeitspositie bij bedrijven en lagere gasvoorraden in Europa.

Daarnaast spelen geopolitieke risico’s gelijktijdig op meerdere fronten, met verstoringen van scheepvaart en de sluiting van het luchtruim in het Midden-Oosten. Bijna dagelijks wordt energie-infrastructuur bestookt met raketten en drones, zoals opslagterminals, LNG-terminals, raffinaderijen en tankschepen, wat energiemarkten zeer onvoorspelbaar maakt. Positiever dan in 2022 zijn toch de energieprijzen, die vooralsnog lager liggen dan destijds. Een aanhoudende schok in de energieprijzen zou meer merkbare gevolgen hebben voor de inflatie dan voor de groei van de Nederlandse economie.

Sectorimpact in Nederland

Agri

Glastuinbouw

Energie vormt 15-25% van de kosten in de glastuinbouw. Investeringen in verduurzaming, een mix aan energiecontracten en inkomsten uit energieproductie dempen de impact van de prijspiek.

Visserij

In de visserij zijn de uitgaven aan energie, met name brandstof, goed voor ongeveer 20 procent van de totale kosten. Brandstof wordt veelal direct en dus tegen actuele prijzen ingekocht, waardoor hogere energieprijzen onmiddellijk doorwerken in de financiële resultaten.

Landbouw

De landbouw is gevoelig voor prijsveranderingen van kunstmest. De prijs van kunstmest is sterk gekoppeld aan energieprijzen omdat het productieproces zeer energie-intensief is. De kans op verstoring van de aanvoerketens loopt daarnaast op, aangezien 25 tot 35 procent van de wereldwijde grondstoffen uit de regio afkomstig is.

Voedingsmiddelenindustrie

Energie-intensieve sectoren zoals industriële bakkerijen en groente- en fruitverwerking krijgen hogere productiekosten. Containerverstoringen maken import van grondstoffen zoals koffie en tropisch fruit duurder.

Bouw

De bouwsector zal vooral te maken krijgen met hogere transportkosten en stijgende prijzen van bouwmaterialen zoals glas, metaal, hout en kunststoffen. Deze effecten nemen toe naarmate het conflict langer voortduurt en energieprijzen langer hoog blijven.

Industrie

Vooral basismetaal, chemie, papier en kunststofproductie zijn gevoelig voor hogere energieprijzen. Tegelijk kunnen sommige Europese producenten profiteren van exportproblemen van concurrenten in het Midden-Oosten.

Transport & logistiek

Dieselprijzen stijgen snel en vragen meer werkkapitaal van vervoerders. Omvaren van schepen en verstoringen in luchtvracht verhogen transportkosten wereldwijd.

Leisure, horeca en hotels

Energiekosten vormen een groot deel van de bedrijfsuitgaven. Hogere voedsel- en energieprijzen zijn lastig door te berekenen aan consumenten, waardoor marges onder druk komen.

Retail

Het conflict in het Midden-Oosten raakt de retailsector vooral via hogere energieprijzen, duurdere logistiek en verstoringen in wereldwijde aanvoerketens. Nederlandse retailers krijgen hierdoor te maken met stijgende inkoopkosten, toenemende druk op consumentenbestedingen en langere levertijden.