Richard Thaler: Hoogste tijd om vuist te maken tegen Trump
Richard Thaler: Hoogste tijd om vuist te maken tegen Trump
De door president Trump ingevoerde importtarieven zijn economisch gezien volstrekt onlogisch en de negatieve gevolgen worden nog versterkt door het vrijwel dagelijks veranderen van de tariefplannen. Het is dan ook de hoogste tijd dat Europese landen een vuist maken tegen de Amerikaanse president.
Door Joost van Mierlo
Dit zijn woorden van de Amerikaanse econoom Richard Thaler, winnaar van de Nobelprijs voor Economie in 2017. Die onderscheiding kreeg hij vooral voor zijn werk op het gebied van Behavioral Economics, een onderdeel binnen de economische wetenschap waarin wordt getwijfeld aan de vooronderstelling dat alle mensen rationeel handelen en voortdurend op zoek zijn naar het maximeren van nut en geld.
Hij lichtte zijn bevindingen over de huidige stand van zaken in de wereld recent in Londen toe voor een groep buitenlandse correspondenten. De aanleiding was de publicatie van een nieuwe editie van zijn boek The Winner’s Curse, waarmee hij in 1992 faam verwierf. Maar het bleek vooral een goede gelegenheid om zijn zorgen te uiten over het gebrek aan economisch besef bij hedendaagse politici, in het bijzonder Donald Trump. ‘Het zou geen kwaad kunnen als Trump en zijn regering een beginnerscursus economie zouden volgen.’
Is Trump een goede onderhandelaar?
‘Het hangt voor een belangrijk deel af van de reacties van de personen met wie hij onderhandelt. Het doet mij denken aan een cartoon die ik ooit zag in het weekblad The New Yorker. Daarin staat een man afgebeeld die pennen aan het verkopen is. Dat is echter niet alles. In een van zijn handen heeft hij een zweep. Bovendien staat er een bordje bij hem met het woord ‘Irrationeel’.
Dat is vergelijkbaar met de situatie waar landen mee te maken hebben als het gaat om onderhandelen met Trump. Het zijn geen normale onderhandelingen. Het kan zijn dat je niet geïnteresseerd bent in de pennen van de verkoper, maar je gedrag wordt anders als er een zweep in beeld komt en als je weet dat de persoon in kwestie irrationeel handelt. Als het gaat om de tarieven van Trump, is het moeilijk om een econoom te vinden die zegt dat die tarieven slim zijn. We onderschrijven allemaal, of vrijwel allemaal, de theorie van het comparatieve voordeel van de econoom David Ricardo. Je kunt maar beter geen cacao gaan verbouwen in Europa. Focus op de dingen waar je een relatief voordeel hebt.
Tarieven verstoren dat. Ze zorgen voor onzekerheid. Dat geldt helemaal als je die tarieven vrijwel dagelijks verandert. Niemand is gebaat bij deze onrust. Je kunt Trump dan ook met geen mogelijkheid een goede onderhandelaar noemen. Ik kan er geen chocolade van maken. Misschien dat een psychiater nodig is.’
Toch lijkt hij ermee weg te komen.
‘De meeste mensen handelen volgens het eeuwenoude principe dat je andere mensen moet behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden. Trump houdt zich daar niet aan. In het boek gebruiken we een theorie die zegt dat je anderen moet behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden, behalve wanneer je te maken hebt met een schurk. Laat schurken maar aan elkaar over.
China wordt geregeerd door ingenieurs, waardoor er veel wordt gebouwd. De VS wordt geregeerd door advocaten, die voorkomen dat er iets wordt gebouwd.
In zijn onderhandelingen gedraagt Trump zich ten opzichte van bevriende landen alsof het zijn vijanden zijn. Deze landen kunnen daarop reageren door samen te werken en Trump, of de Verenigde Staten, te straffen voor hun gedrag. Ik weet ook niet waarom dat niet gebeurt, of beter gezegd, nog niet gebeurt. Het lijkt mij onvermijdelijk.
In de nieuwe economische theorie wordt het belang van de mogelijkheid om straffen uit te delen als een belangrijke voorwaarde gezien voor het succes van onderhandelingen. Dat geldt ook voor de onderhandelingen met de Verenigde Staten. Hoewel het voor ieder land afzonderlijk misschien niet rationeel is om represailles uit te vaardigen, dienen landen zich te realiseren dat het in het belang is van iedereen om een gezamenlijke vuist te maken ten opzichte van een land dat zich niet aan de regels houdt.’
Hoe werkt dat rond een onderwerp als klimaatverandering, meer specifiek rond het Klimaatakkoord van Parijs?
‘Trump mag dan worden gezien als het meest urgente probleem waar de wereld nu mee te maken heeft, maar het probleem van klimaatverandering is natuurlijk ingrijpender. Er was enorm veel kritiek op het Klimaatakkoord van Parijs. Het zou veel te vrijblijvend zijn en er werden geen maatregelen aangekondigd ten opzichte van landen die zich niet aan de afspraken houden.
Die kritiek is natuurlijk terecht. Maar het akkoord was toch niet helemaal waardeloos. Er is gekozen voor de woorden dat landen ‘beloven’ bepaalde maatregelen te nemen. Het werkt beter als er straffen kunnen worden uitgedeeld, maar het uitspreken van de belofte is toch niet helemaal waardeloos. Uit steekproeven blijkt dat de helft van de mensen zich houden aan gedrag dat tot een sociaal wenselijke situatie leidt. Op het moment dat ze ‘beloven’ zich aan een akkoord te houden, wordt dit 60%. Het is misschien geen wezenlijke verandering, maar het is in ieder geval iets. Straffen werkt echter beter.’
De ongelijkheid in Westerse landen is de afgelopen jaren toegenomen. Hoe kijkt u daartegen aan?
‘Als econoom kun je je voorstellen dat je een soort belastingschroef hebt, waar je aan kunt draaien. Bij het aandraaien van de schroeven wordt er geld overgeheveld van rijkere personen naar minder bedeelden.
Theoretisch is het mogelijk om deze schroef zo ver aan te draaien, dat iedereen evenveel geld bezit. Dat wil je natuurlijk niet, want dan zou er geen sprake meer zijn van enig initiatief, aangezien daar geen beloning tegenover staat.
De meeste mensen handelen volgens het eeuwenoude principe dat je andere mensen moet behandelen zoals jezelf behandeld zou willen worden. Trump houdt zich daar niet aan.
Dat is natuurlijk een situatie waar we op dit moment niet mee te maken hebben. Aan de ene kant hebben we binnenkort ‘trillionaires’, terwijl er een heleboel armoede is. Het probleem is dat deze trillionaires over veel macht beschikken.
In een democratie, en het is de vraag of we daar in de VS nog van kunnen spreken, zijn er beperkte mogelijkheden om die schroef aan te draaien. We hebben nu te maken met een socialistische burgemeester in New York, maar hij zal er snel achter komen dat hij niet in staat is om die schroef aan te draaien.
Xi Jinping heeft meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen dan de meeste leiders in andere landen. In de VS is de Supreme Court nu verwikkeld in een discussie over de beperkingen van de macht van de president. We zullen de uitkomst daarvan moeten afwachten.’
Als u over die schroef zou kunnen beschikken, hoe ver zou u die dan aandraaien?
‘Ik zou hem aandraaien, maar ik zou werkelijk niet weten hoeveel. Er wordt tegenwoordig gesproken over een ‘wealth tax’, een vermogensbelasting. Dat is echter lastiger gezegd dan gedaan. Donald Trump heeft de helft van de belastinginspecteurs van de Amerikaanse belastingdienst ontslagen. Er zijn gewoonweg geen mensen beschikbaar om de waarde van juwelen, kunst en jachten van vermogende Amerikanen te bepalen.
Het bepalen van de waarde van dit soort goederen is sowieso lastig. Het vinden van een prijs van iets dat niet op grote schaal wordt verhandeld, is immers vrijwel onmogelijk. Ik denk dat, als er ooit gekozen wordt voor iets als een vermogensbelasting, het aantal beursgenoteerde bedrijven aanzienlijk zal verminderen. OpenAI is bezig met een beursgang. De kans op zo’n beursgang wordt 0% als er een vermogensbelasting wordt ingevoerd, en heel veel andere bedrijven zullen van de beurs worden gehaald.’
Als u veranderingen zou kunnen doorvoeren, wat zou er dan veranderen?
‘Er is een overvloed aan regelgeving waar ik een streep doorheen zou halen. Een jaar of vijftien geleden schreef ik samen met Cass Sustein het boek Nudge, waarbij Nudge staat voor manieren waarop dingen eenvoudiger kunnen worden gemaakt. Het tegenovergestelde is Sludge, dat dingen lastiger maakt.
Landen dienen zich te realiseren dat het in het belang is van iedereen om een gezamenlijke vuist te maken ten opzichte van een land dat zich niet aan de regels houdt.
Dat geldt voor veel regelgeving. In Californië moet een hogesnelheidsnetwerk komen. Het hele project wordt onmogelijk gemaakt door regelgeving. Zoals het er nu naar uitziet, is er over tien jaar een peperdure trein tussen twee steden waar nauwelijks mensen wonen.
De lijst van absurde voorbeelden is eindeloos. Een vriend van mij heeft een huis in de bergen rond Tahoe in Californië. Hij wilde het verkopen en moest met een verklaring komen dat er geen ongedierte (termieten) aanwezig waren. Er zijn geen termieten op een paar kilometer hoogte. De inspecteur die langskwam deed dat werk al dertig jaar in de regio. Hij had natuurlijk nog nooit termieten aangetroffen.
In plaats van standaardinspecties zou je kunnen kiezen voor een systeem waarbij je één op de honderd huizen inspecteert. Als niet aan de regels is voldaan, geef je een hoge boete. Dan kun je 99% van de inspecties schrappen. Het zou het veel eenvoudiger maken om huizen te bouwen, een van de grote uitdagingen in de meeste landen.’
Moeten we China, waar weinig belemmeringen lijken te bestaan, kopiëren?
‘Er wordt wel gezegd dat China wordt geregeerd door ingenieurs, waardoor er veel gebouwd wordt. De Verenigde Staten wordt daarentegen geregeerd door advocaten, die goed zijn in het voorkomen dat er iets wordt gebouwd.
Daar staat natuurlijk tegenover dat China zich weinig aantrekt van mensenrechten, of het nu gaat om de één-kind-politiek, of het totale uitgangsverbod rond de Covid-epidemie. Ikzelf herinner me de schrik toen ik, nu alweer jaren geleden, met mijn vrouw op vakantie was en we in de buurt kwamen waar de Drieklovendam in de Yangtze-rivier zou komen. In de heuvels was een streep waaraan je kon zien hoe hoog het water zou komen te staan als de dam gereed was. Daaronder woonden miljoenen mensen die te verstaan werd gegeven dat ze moesten verhuizen.
Ik bedoel maar te zeggen dat er veel mis is met democratie, maar het is nog altijd het beste politieke systeem dat er bestaat. Het is wachten op de politicus, of de politieke partij, die in staat is om dingen als nieuwbouw en het aanleggen van hogesnelheidstreinen te realiseren en die tegelijkertijd populair is.’
|
Richard Thaler Richard Thaler (1945) studeerde Economie aan de Universiteit van Rochester, waar hij in 1974 promoveerde. Hij wordt, samen met zijn collega’s Daniel Kahneman en Amos Tversky, beschouwd als de grondlegger van Behavioral Economics, een onderdeel van de economische wetenschap dat uitgaat van het vertrekpunt dat mensen geen rationeel denkende computers zijn. In 2017 kreeg Thaler de Nobelprijs voor Economie. Zijn belangrijkste boeken zijn A Winner’s Curse (1992, dit jaar verscheen een herschreven nieuwe editie), Nudge (2008, met Cass Sustein), en Misbehaving (2015). |