AI en de toekomst van duurzaamheidsdata (ronde tafel ‘10 jaar SDG’s’ deel 3)
AI en de toekomst van duurzaamheidsdata (ronde tafel ‘10 jaar SDG’s’ deel 3)
In het derde deel van het rondetafelverslag ‘10 jaar SDG’s’ staat de vraag centraal hoe beleggers omgaan met imperfecte data, meetbaarheid en bias. Hoe combineer je cijfers met professioneel oordeel, benut je AI en open data, en behoud je de integriteit van het holistische SDG-model in een veranderende politieke context?
Door Daphne Frik
Dit is deel 3 van het verslag. Deel 1 lees je hier en deel 2 lees je hier.
|
VOORZITTER: Piet Klop, PGGM
DEELNEMERS: Sven van den Beld, DNB Raquel Criado Larrea, a.s.r. vermogensbeheer Claudia Kruse, APG Asset Management Anna Pot, Rijksoverheid Paul Ruijs, Robeco Dirk Schoenmaker, Erasmus Universiteit, Sustainable Finance Lab, PFZW Rob van Tulder, Erasmus Universiteit Rotterdam |
De kwaliteit van duurzaamheidsdata laat nog vaak te wensen over. Zijn de beschikbare gegevens inmiddels goed genoeg om risico, rendement en maatschappelijke impact gelijkwaardig te kunnen afwegen, of is de sector daar nog niet klaar voor?
Pot: ‘Data zijn nooit perfect, en dat hoeft ook niet. De vraag is vooral: zijn de gegevens goed genoeg om richting te geven? In beleid en diplomatie werken we voortdurend met onvolledige informatie. Toch nemen we beslissingen, leren we, en sturen we bij. Zo zou het ook in de beleggingswereld moeten zijn: durf te handelen met onzekerheid, zolang de koers helder blijft. We hebben de neiging om te wachten tot alles meetbaar is, maar dan loop je achter de feiten aan. Data zijn een hulpmiddel, niet een voorwaarde om te bewegen. Het belangrijkste is dat we de juiste vragen stellen: wat willen we weten, waarom willen we dat weten, en hoe helpt die kennis om beter te sturen op maat schappelijke impact? Als we dat scherp hebben, volgt de datakwaliteit vanzelf. En er is ook een menselijk element: cijfers overtuigen niet automatisch. Wat mensen raakt, zijn verhalen die laten zien wat de data betekenen. De combinatie van kwalitatieve inzichten en kwantitatieve metingen maakt duurzaamheidsdata pas krachtig. Dat geldt net zo goed voor beleid als voor beleggen.’
Schoenmaker: ‘Eens. We krijgen steeds meer data, maar nog niet van de kwaliteit die nodig is om impact echt naast risico en rendement te zetten. Veel cijfers blijven oppervlakkig of niet vergelijkbaar. De uitdaging is om data te gebruiken die iets zeggen over de reële economie – over emissies, bodemkwaliteit, sociale effecten in plaats van alleen over beleid en processen.’
Van Tulder: ‘Misschien moeten we funda menteel anders kijken naar wat we ‘markten’ noemen. We spreken vaak over markten alsof het abstracte, zelfregulerende systemen zijn, maar in werkelijkheid bestaan ze uit relaties, tussen investeerders, banken, bedrijven en gemeenschappen. De dynamiek van een markt wordt bepaald door de spelers, hun grootte en hun onderlinge betrouwbaarheid. Wat ik vaak mis, is dat beleggers en banken hun rol te veel legitimeren binnen die marktdynamiek, terwijl het juist gaat om de kwaliteit van relaties en ondernemingsvormen. Ik kom net terug uit de Filipijnen, waar banken boetes krijgen als ze niet investeren in kleine boeren. En wat doen ze? Ze betalen liever de boete, omdat ze niet weten hoe ze wél kunnen investeren in die lokale economie. Tegelijkertijd werken we daar met coöperaties die laten zien dat het anders kan, door opnieuw na te denken over ondernemerschap, risico’s en vertrouwen. Het punt is: we moeten af van de ‘performance illusions’ van markten en terug naar de basis. Niet de markt als systeem moet centraal staan, maar de ondernemingen en partners die echt waarde creëren. Sommige bedrijven zijn simpelweg betrouwbaarder, duurzamer en effectiever in het realiseren van maatschappelijke doelen. Dáár zouden we onze risicoanalyses op moeten baseren. Beursgenoteerde ondernemingen kunnen dan juist meer risico opleveren, omdat ze vaak verder van die reële relaties afstaan. Het gaat dus om herwaardering van het relationele, niet het puur financiële perspectief.’
Introduceren we niet onbedoeld biases in onze beleggings beslissingen omdat wij focussen op wat meetbaar is, in plaats van op wat werkelijk fundamenteel is?
Schoenmaker: ‘Ja, dat is eigenlijk een bijna filosofische vraag: is iets alleen kenbaar als je het in een getal kunt uitdrukken? Of kun je ook inzicht hebben zonder dat alles kwantificeerbaar is? Kijk naar hoe een analist bij JPMorgan een waardering van een bedrijf opstelt, daar zitten ook gewoon keuzes in. Daarom heb je ervaren beleggers en analisten nodig die bedrijfsmodellen begrijpen en een oordeel kunnen vormen over of een bedrijf echt bijdraagt aan duurzaamheid. Het gaat dan niet om de getalletjes, maar om inzicht en ervaring.’
Kruse: ‘Precies. Het draait om inzicht en expertise: om de mogelijkheid én de moed om een oordeel te vormen. Dat blijft mensenwerk. En dat is nooit zwart-wit.’
Van Tulder: ‘Ik hoor in die vraag ook een soort angst doorklinken: dat het allemaal te complex wordt, dat we het niet kunnen meten. En dan is de reflex om het simpel te maken: om alleen nog te kijken naar wat meetbaar is, naar marktcijfers. Terwijl juist de gemengde, complexe bedrijfs modellen het interessantst zijn. Daar zitten de leiders met visie, de bedrijven die transities echt vormgeven. Ja, dat is ingewikkeld, maar dáár gebeurt het. ‘Know what you invest in’, zou ik zeggen. Begrijp de ondernemingsvorm, de ambitie, de context. Dan pas kun je de SDG-agenda echt voelen. Narratieven en cijfers horen daarbij, maar de verhalen zijn minstens zo belangrijk als de data. Veel familiebedrijven en coöperaties werken al zo: complex, maar met een sterke maatschappelijke drijfveer. Daar kun je dus ook in investeren.’
Van den Beld: ‘Als toezichthouder zien wij inderdaad dat modellen en scores vaak een voorkeur hebben voor SDG’s waar data voor beschikbaar zijn. Dat kan leiden tot een vertekening en zelfs tot concentratie risico’s. Wij benadrukken daarom het belang van kwalitatieve oordeelsvorming naast kwantitatieve metrics. Toezicht is geen box-ticking: het gaat om het begrijpen van businessmodellen, transitieplannen en governance. Meetbaarheid mag geen excuus zijn om fundamentele risico’s te negeren.’
Pot: ‘Ja, en dat raakt precies aan die bias waar je op doelde. Als we te veel focussen op wat meetbaar is, op data, op rankings, op lijstjes, dan lopen we een enorme kans mis. Want juist innovatie, de vernieuwing die nodig is om duurzame ontwikkeling te realiseren, is per definitie ongewis. Dat kun je niet volledig meten of voorspellen. Als we dat risico vermijden omdat het niet in een spreadsheet past, laten we de motor van verduurzaming stilvallen. En dat zou zonde zijn, zeker voor lange termijnbeleggers.’
Ruijs: ‘Een heel terecht punt. Er zit inder daad een duidelijke bias in de metrics die veelal worden gebruikt. Grote bedrijven met uitgebreidere rapportages krijgen betere ESG-scores dan kleinere onder nemingen, alsook bedrijven in ontwikkelde landen vergeleken met bedrijven in opkomende markten. Daardoor ontstaat een vertekening. Met een SDG-lens proberen we dat te doorbreken. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat SDG-scores een veel neutraler speelveld opleveren.’
Hoe kunnen AI en open access databases helpen om fundamen tele duurzaamheidsanalyse toegankelijker en efficiënter te maken?
Schoenmaker: ‘AI kan enorm helpen om grote hoeveelheden data te ordenen en verbanden te leggen die we zelf niet zien. Maar het blijft mensenwerk om te bepalen wat relevant is. Zonder context en moreel kompas gaat het mis.’
Criado Larrea: ‘Eens. AI kan ons tijd besparen, bijvoorbeeld in rapportages, en het kan beter inzicht geven in trends, maar de interpretatie moet bij mensen blijven. We moeten waken voor de illusie van objectiviteit: ook algoritmes hebben hun biases. Daar kunnen wij nog geen investeringsbeslissingen op baseren.’
Van Tulder: ‘Wij werken aan een wereldwijde open-access Living Wage database, gesponsord door onder meer Unilever en andere grote partijen. Maar wat me opvalt, is dat zulke initiatieven nog te vaak als een markt worden benaderd in plaats van als een gedeeld publiek goed. Dat is teleurstellend, want het idee was juist om data samen te brengen en beschikbaar te maken voor iedereen. Het is een goed voorbeeld van hoe we níet moeten eindigen met samenwerking: ieder voor zich, in plaats van echt open en collectief.’
Schoenmaker: ‘Open access is echt cruciaal. We kunnen pas goede duurzaam heidsanalyses uitvoeren als iedereen toegang heeft tot dezelfde basisinformatie. Zolang data achter betaalmuren zitten, blijft duurzame analyse een luxeproduct, alleen bereikbaar voor grote partijen met diepe zakken. Dat remt innovatie en transparantie. We hebben open data nodig om inzichten te kunnen toetsen, om samenwerking te stimuleren, en om een eerlijk speelveld te creëren tussen publieke instellingen, beleggers en wetenschap.’
Ruijs: ‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Toegang tot data zou geen concurrentie voordeel moeten zijn, maar een gedeelde basis. Alleen als data breed beschikbaar zijn, kunnen we elkaar corrigeren, leren en verbeteren. Dat is de enige manier om geloofwaardig te blijven.
Pot: ‘Volledig mee eens. Open access is niet alleen een technische, maar ook een morele kwestie. Transparante en toeganke lijke data versterken het vertrouwen van burgers, pensioenfondsen en beleids makers. Mensen willen weten waar hun geld naartoe gaat, en waarom dat bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. Dat kun je alleen uitleggen als de onderliggende informatie open en controleerbaar is. En bovendien: als we willen versnellen richting de SDG’s, kunnen we het ons niet veroorloven om kennis op te sluiten. Open access is samenwerking in de praktijk.’
Hoe kunnen we de integriteit van het holistische SDG-model behouden, terwijl de druk toeneemt – met name vanuit de VS – om duurzaam beleggen anders te positioneren of te verpakken?
Van Tulder: ‘In de VS zie je dat bedrijven onder politieke druk bepaalde woorden vermijden, maar de meeste gaan gewoon door met duurzaamheid, omdat het een sterke businesscase blijft. De SDG-agenda verdwijnt niet, ze evolueert. De uitdaging is om haar te verbeteren, niet te idealiseren. Het is nog steeds het beste framework dat we hebben.’
Criado Larrea: ‘Omstandigheden zijn veranderd, maar de behoeften niet. Nu moeten we slim omgaan met de retoriek en de taal. Wanneer je niet mag praten over inclusie, worden nu andere termen gebruikt, zoals belonging. Dat is prima, zolang de waarden, en de acties, overeind blijven. We mogen de ethische dimensie niet vergeten, ook al verandert het vocabulaire.’
Kruse: ‘Bij APG maken we het juist concreet en vertalen we het, samen met onze klanten, naar thema’s als klimaat, natuur en arbeidsomstandigheden. Door het tastbaar te maken geef je richting. Focus is geen verzwakking van het holistische model, maar een manier om het werkbaar te houden.’
Van den Beld: ‘Voor ons is het uitgangs punt helder: duurzaamheid is geen ideologie, maar een randvoorwaarde voor financiële stabiliteit. Wij positioneren het SDG-raamwerk als een instrument om langetermijnrisico’s te beheersen. De terminologie kan veranderen, maar de onderliggende noodzaak blijft: zonder leefbare economie is er geen solide financieel systeem. Toezicht moet zich richten op het waarborgen van die integriteit, ongeacht politieke dynamiek.’
Schoenmaker: ‘Langetermijnwaarde creatie is een goed alternatief voor ideologische taal. Zonder leefbare wereld heb je ook geen rendement. Als we het systeemdenken vasthouden, dat ecologische en sociale transities onlosmakelijk verbonden zijn aan een leefbare wereld, blijft het SDG-framework impliciet overeind.’
Ruijs: ‘De kern van de SDG’s blijft ook na 2030 relevant: armoede, gelijkheid, klimaat, biodiversiteit. Misschien moeten we scherper focussen op die einddoelen, maar de holistische structuur moet blijven. Ze biedt een universele taal en richting voor de toekomst.’
Zijn er slotopmerkingen?
Pot: ‘Duurzaamheid is een gezamenlijke opgave die verder gaat dan cijfers en rapportages. Data, beleid en investeringen zijn middelen, geen doelen op zich. Wat telt, is de samenwerking tussen sectoren, landen en mensen die geloven dat het anders kan. We moeten ons blijven realiseren dat de SDG’s een universele taal vormen, waarin iedereen, van overheden tot pensioen fondsen en bedrijven, zijn eigen verant woordelijkheid kan vinden. Dat gezamen lijke kader is juist nu belangrijk, in een wereld die soms het tegenovergestelde lijkt te doen. Zolang we elkaar blijven vinden rond dat gedeelde doel, kunnen we echte vooruitgang boeken.
Ruijs: ‘De SDG’s bieden een helder framework om impact, risico en rendement samen te brengen. Als we de focus houden op die balans, én op echte data uit de economie, kunnen we de transitie versnellen zonder het kompas te verliezen. En ja, 2030, het is nog onzeker hoe het er allemaal uit gaat zien, maar de thema’s blijven relevant. Ik denk dat we onverminderd verder moeten gaan.’
|
IN HET KORT De SDG’s hebben beleggers geholpen duurzaamheid te definiëren en meetbaar te maken. Nu is het zaak om in de implementatie de balans tussen impact, risico en rendement te vinden. De doelen vormen nog steeds het belangrijkste mondiale kompas voor duurzame investeringen, al vraagt de volgende fase om verdieping, betere data en meer focus op de reële economie. Open access tot betrouw bare duurzaamheidsdata is cruciaal voor transparantie en samenwerking. De integriteit van het holistische SDG-framework moet behouden blijven, ook onder politieke druk. De toekomst ligt in samen werking, langetermijn waardecreatie en vertrouwen in gezamenlijke doelen. |
|
Sven van den Beld Sven van den Beld heeft 16 jaar ervaring in financieel toezicht en is afdelingshoofd Onsite Toezicht bij DNB. Sinds 2012 vervult hij diverse toezichtfuncties bij DNB, waaronder toezicht op pensioenfondsen, verzekeraars en banken, en de integratie van ESG in het toezichtsraamwerk. Eerder werkte hij bij De Volksbank en Pensioenfonds SNS Reaal, en was hij meerdere keren gedetacheerd bij de ECB voor de EU-brede stresstest. |
|
Raquel Criado Larrea Raquel Criado Larrea is sinds 2009 werkzaam bij A.S.R. Vermogensbeheer als Head of Responsible Investing. In die rol is zij verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het responsible investing-beleid. Daarvoor had Criado Larrea diverse functies binnen ING Groep en General Electric. Zij behaalde een Master of Laws (LL.M.) aan de Universiteit van Salamanca, inclusief International Law aan de Universiteit van Leiden. |
|
Claudia Kruse Claudia Kruse is Chief Sustainability & Strategy Officer bij APG Asset Management. Zij is sinds 2000 actief in verantwoord beleggen en werkt sinds 2009 bij APG Asset Management. Tussen 2020 en 2025 zat zij het SDIA OP voor, een samenwerkingsverband om een datagedreven, wereldwijde standaard voor SDG-beleggingen te definiëren. Daarnaast is Kruse bestuurslid bij The Institutional Investors Group on Climate Change. |
|
Anna Pot Anna Pot is sinds 2024 Nationaal Coördinator Duurzame Ontwikkelingsdoelen. In deze functie stimuleert zij de uitvoering van de SDG-agenda binnen en door Nederland. Daarvoor werkte zij 16 jaar bij APG Asset Management, onder meer als Head of Responsible Investment Capital Markets & Communications en Head of Responsible Investments Americas. Eerder was zij werkzaam bij Amnesty International en ING Investment Management. |
|
Paul Ruijs Paul Ruijs is als Impact Specialist verantwoordelijk voor het ontwikkelen van Robeco’s impact-raamwerken en het faciliteren van de integratie van een impact-lens in diverse beleggingsstrategieën. Voordat hij bij Robeco begon, heeft hij gewerkt bij een opstartend impactfonds bij de Verenigde Naties. Ruijs behaalde zijn Master in Global Business and Sustainability aan de Rotterdam School of Management. |
|
Dirk Schoenmaker Dirk Schoenmaker is hoogleraar Finance aan de Erasmus Universiteit en Academic Director van het Erasmus Platform for Sustainable Value Creation. Hij is tevens co-voorzitter van het Sustainable Finance Lab en bestuurslid bij PFZW. Daarvoor werkte hij bij het Ministerie van Financiën. Hij is co-auteur van twee leerboeken over duurzame financiering. |
|
Rob van Tulder Rob van Tulder is emeritus hoogleraar International Business & Society Management aan de RSM, Erasmus Universiteit Rotterdam, en academisch directeur van het Partnerships Resource Centre. Hij is fellow van AIB en EIBA en verkozen lid van Academia Europaea. Hij adviseert internationale organisaties, overheden, multinationale ondernemingen en internationale NGO’s over kwesties op het gebied van duurzaamheid en strategie. |






