AllianzGI: ECB drukt even op de pauzeknop bij renteverhogingen

AllianzGI: ECB drukt even op de pauzeknop bij renteverhogingen

Interest Rates ECB

Naar verwachting zal de Europese Centrale Bank (ECB) komende donderdag de rente onveranderd zal laten op 2.5%. Dit betekent echter niet dat er nu een eind komt aan de renteverhogingen door de ECB. 

De rentepauze is op dit moment gerechtvaardigd, maar de strijd tegen de inflatie is nog lang niet gestreden, meent Michael Krautzberger, CIO Public Markets bij Allianz Global Investors. Met olieprijzen die stevig boven de 100 dollar noteren, een inflatie die deze winter naar verwachting boven de 4% uitkomt en een economie die veerkrachtig blijft, gaan wij nog altijd uit van twee extra renteverhogingen van 25 basispunten: in december en waarschijnlijk in maart 2027. Dit zal de depositorente naar 3% brengen. De renteverhoging in maart is afhankelijk van de ontwikkelingen in Frankrijk.

Waarom een pauze nu logisch is

De ECB hoeft op dit moment geen haast te maken. De centrale bank is in deze cyclus al in een vroeg stadium begonnen met verkrappen en er zijn momenteel nog weinig signalen van zogeheten tweede-ronde-effecten door de hogere energieprijzen.

Bovendien zorgt de recente, scherpe stijging van de obligatierentes er al voor dat de financiële voorwaarden in de markt automatisch strenger worden. Dit geeft de ECB de ruimte om in oktober even op de pauzeknop te drukken, zonder dat de algehele koers van het monetaire beleid verandert.

Geen reddingsboei voor de obligatiemarkt

Beleggers moeten niet verwachten dat de ECB de staatsobligatiemarkten op korte termijn te hulp zal schieten. Hoewel het tempo waarin de spreads (de renteverschillen tussen landen) uitlopen wellicht buitensporig lijkt, is de richting ervan volstrekt begrijpelijk. Dit wordt met name gedreven door de uitdagende begrotingssituatie en de zwakke groeiwissels in Frankrijk, wat nog eens wordt versterkt door aanhoudende politieke onzekerheid.

Frankrijk en Italië hebben hun overheidsschulden te hoog laten oplopen en houden zich niet aan de Europese begrotingsregels. Hierdoor komen ze officieel niet in aanmerking voor het speciale noodfonds van de ECB (het TPI-programma) dat zwakkere eurolanden moet ondersteunen.

Ook op andere manieren gaat de centrale bank de financiële markten niet te hulp schieten. De ECB bezit momenteel een gigantische stapel aan opgekochte staatsobligaties ter waarde van 3,3 biljoen euro. Wanneer deze leningen binnenkort aflopen en worden terugbetaald, stopt de bank dat geld bewust niet opnieuw in de markt. De boodschap van de ECB aan de politiek is dan ook bikkelhard: als landen hun rente en schulden omlaag willen krijgen, moeten ze zelf hun portemonnee op orde brengen en hun economie hervormen. De centrale bank gaat de problemen niet oplossen door extra geld te drukken.

Inflatie blijft het kompas

De inflatieontwikkeling blijft zodoende het onbetwiste kompas voor de ECB. Grote investeringen in technologie, defensie en infrastructuur houden, samen met de krappe arbeidsmarkten, de economische activiteit op peil.

Aangezien de inflatie naar verwachting niet vóór het einde van 2028 zal terugkeren naar de doelstelling van 2%, kan de ECB het risico dat aanhoudend hoge energieprijzen doorsijpelen naar de brede economie simpelweg niet negeren.

Een pauze, geen pivot

De conclusie voor oktober is helder: we zien een pauze, geen pivot. De ECB kan het zich veroorloven om geduldig te zijn, maar de overwinning op de inflatie kan nog niet worden uitgeroepen. Voor obligatiebeleggers ontstaat hierdoor een interessante dynamiek. De combinatie van een data-afhankelijke ECB, beleidsrentes die boven het neutrale niveau geprijsd zijn en de verhoogde uitgifte van Duitse staatsobligaties, zal op de middellange termijn bijdragen aan een steilere Duitse rentecurve.

Wij zijn van mening dat de totale rendementen op vastrentende waarden hierdoor steeds aantrekkelijker worden. Voor het eerst in lange tijd pleiten wij dan ook voor een actieve long-duration positie binnen onze wereldwijde portefeuilles. Op de valutamarkt ondersteunt deze macro-economische achtergrond bovendien een short-positie in de euro ten opzichte van andere G10-valuta