Schroders: Europa’s zoektocht naar eigen energie biedt kansen voor biomethaan

Schroders: Europa’s zoektocht naar eigen energie biedt kansen voor biomethaan

Commodities Energy Transition Europe

Europa wil minder afhankelijk worden van ingevoerd aardgas. Biomethaan uit organisch afval kan daarbij helpen, maar de productie moet fors groeien.

Volgens Duncan Hale van Schroders biedt dat kansen voor infrastructuurbeleggers. Het rendement staat of valt met lokale omstandigheden. Nederland heeft in dat opzicht een gunstige uitgangspositie, dankzij het dichte gasnet en de ruime beschikbaarheid van mest.

De Europese energietransitie draait om meer dan windmolens, zonnepanelen en batterijen. De zware industrie, verwarming en delen van het vervoer blijven voorlopig brandstoffen nodig hebben. Tegelijk hebben de energiecrises sinds 2022 laten zien hoe kwetsbaar Europa is door zijn afhankelijkheid van geïmporteerde fossiele energie.

Biomethaan kan beide problemen helpen aanpakken. Het vervangt fossiel gas, wordt lokaal geproduceerd en kan via bestaande gasleidingen worden vervoerd. Bovendien is het op te slaan en te gebruiken wanneer er behoefte aan is. Dat maakt het een goede aanvulling op weersafhankelijke energiebronnen zoals wind en zon.

Van organisch afval naar groen gas

Biogas ontstaat bij de vergisting van mest, landbouwresten en voedselafval. Door vooral CO₂ te verwijderen, wordt biogas opgewerkt tot biomethaan, dat rechtstreeks het gasnet in kan. Het resterende materiaal, digestaat, kan als meststof worden gebruikt. De afgevangen CO₂ kan, afhankelijk van de installatie en de lokale markt, worden verkocht of opgeslagen.

Biomethaan kan ook worden gemaakt door droge biomassa te vergassen en het ontstane gas verder te verwerken. In vloeibare of samengeperste vorm kan het bovendien dienen als brandstof voor schepen en zwaar wegtransport.

Productie blijft achter bij Europese ambitie

De Europese productiecapaciteit van biogas groeit snel. Volgens de European Biogas Association (EBA) bedroeg die eind juni 2026 jaarlijks 8,2 miljard kubieke meter, ruim 1 miljard meer dan een jaar eerder. Het aantal operationele installaties steeg van 1.678 naar 1.975. Toch blijft de sector ver verwijderd van de Europese doelstelling. Het REPowerEU-plan mikt op een jaarlijkse productie en gebruik van 35 miljard kubieke meter biomethaan in 2030.

Privaat kapitaal moet de uitbreiding helpen financieren. De EBA inventariseerde in 2026 voor €36 miljard aan toegezegde investeringen, tegenover €28 miljard een jaar eerder. Als die plannen volledig worden uitgevoerd, kunnen ze volgens de brancheorganisatie tot 2030 jaarlijks 9 miljard kubieke meter productiecapaciteit toevoegen.

Volgens Hale ligt de uitdaging vooral in het opschalen van een bewezen technologie. Daarvoor zijn nieuwe installaties nodig, maar ook betrouwbare grondstoffenleveranciers, afnemers en aansluitingen op het gasnet.

Lokale kennis bepaalt het rendement

Achter de Europese groeicijfers gaan grote verschillen schuil. Vijf landen zijn samen goed voor 95% van de biomethaanproductie. Regelgeving, subsidies, beschikbare grondstoffen en toegang tot het gasnet verschillen per land en soms per regio.

Nederland heeft bijvoorbeeld een dicht gasnet en een grote veehouderij, die veel mest als grondstof kan leveren. Producenten kunnen gebruikmaken van overheidssteun of langlopende commerciële afnamecontracten. Elders ziet die combinatie er anders uit.

Een gunstig overheidsbeleid is volgens Hale daarom onvoldoende om een belegging aantrekkelijk te maken. Uiteindelijk tellen de kosten, opbrengsten en risico’s van de afzonderlijke installatie.

Van bouwrisico naar voorspelbare inkomsten

Een draaiende installatie met bewezen prestaties en vaste inkomsten heeft een ander risicoprofiel dan een project in ontwikkeling. Bij nieuwe projecten kunnen vergunningen, bouwkosten, vertragingen en de aansluiting op het gasnet het rendement beïnvloeden.

Beleggers verlangen daarvoor een hoger verwacht rendement. Volgens Hale is de vergoeding voor bouwrisico bij biomethaan duidelijk hoger dan bij traditionele hernieuwbare energieprojecten. Naarmate een installatie wordt voltooid en operationeel wordt, nemen die risico’s af en kan waarde ontstaan.

Ook de grondstoffenvoorziening vraagt aandacht. Lange transportafstanden en concurrentie om hetzelfde organische materiaal kunnen de kosten verhogen. Subsidies, groen-gascertificaten en afnamecontracten kunnen inkomsten ondersteunen, maar de zekerheid daarvan hangt af van de markt en de contractvoorwaarden.

Schroders Capital en Schroders Greencoat hebben volgens Hale ervaring met tientallen biogas- en biomethaaninstallaties in belangrijke Europese markten. Hij benadrukt dat de volgende groeifase naast kapitaal vooral kennis en uitvoeringskracht vraagt. Europese ambities worden pas belegbare infrastructuur als grondstoffen, inkomsten en technische uitvoering op elkaar aansluiten.

Nederlandse case: mest als grondstof voor APF Energy

De investering van Schroders Greencoat in het Nederlandse biomethaanplatform APF Energy laat zien hoe energieproductie en hergebruik van landbouwafval samenkomen. Het platform omvat drie operationele installaties, drie projecten die klaar zijn voor de bouw en verdere ontwikkelingsmogelijkheden.

Daarmee spreidt APF Energy zijn activiteiten over verschillende projectfasen. Bestaande installaties leveren al inkomsten op, terwijl nieuwe projecten waarde kunnen opbouwen naarmate de ontwikkeling en bouw vorderen.

De Nederlandse veehouderij biedt een ruime aanvoer van mest. Die brengt ook milieuproblemen met zich mee, onder meer door nitraten die in bodem en water terechtkomen. Het gebruik van mest voor biomethaan kan volgens Hale bijdragen aan de verwerking van landbouwafval én de productie van lokaal hernieuwbaar gas.

Goede relaties met boeren kunnen de aanvoer van grondstoffen en de afzet van digestaat ondersteunen. Ze kunnen ook het lokale draagvlak versterken. Voor de investering in APF Energy blijven echter vooral voorspelbare inkomsten, stabiele regelgeving en technisch uitvoerbare projecten doorslaggevend.