Natixis IM: Kan Takaichi's beleid de opmars van de Japanse beurs verklaren?

Natixis IM: Kan Takaichi's beleid de opmars van de Japanse beurs verklaren?

Japan

Door Mabrouk Chetouane (Chief Market Strategist) en Romain Aumond (Quantitative Strategist)

Met een voorsprong van bijna 600 basispunten op de S&P 500 heeft de Topix sinds 1 januari 2026 vrijwel alle grote internationale aandelenindices achter zich gelaten, met een stijging van 20% in Amerikaanse dollars en 22% in euro's.

Ook sinds 1 januari 2025 behoort de Japanse aandelenmarkt in beide valuta tot de best presterende ontwikkelde markten. Volgens ons wijst die aanhoudende outperformance op structurele factoren, eerder dan op een tijdelijke marktrally.  

De stijging van de Japanse langetermijnrente wordt vaak genoemd als een mogelijk risico voor aandelen. De oorzaken van die rentestijging verdienen echter nuance. Volgens onze modellen is bijna 85 procent van de stijging toe te schrijven aan sterkere groeiverwachtingen onder beleggers. In andere ontwikkelde markten wordt de rente doorgaans beïnvloed door een combinatie van monetair beleid, financieringsbehoeften van de overheid en economische vooruitzichten.

In Japan houdt de rentestijging volgens die analyse verband met een verbetering van het economische klimaat. Een factor daarbij is het omvangrijke stimuleringsprogramma van premier Sanae Takaichi. Dat programma ondersteunt de vraag via belastingverlagingen en richt zich tegelijk op de aanbodzijde van de economie via publiek-private samenwerkingen in sectoren die als strategisch worden beschouwd, waaronder kunstmatige intelligentie, energie, infrastructuur en defensie.

Het begrotingspakket maakt deel uit van een bredere strategie die tot 2040 loopt. De doelstelling is niet alleen de economische activiteit op korte termijn te ondersteunen (75 biljoen yen), maar ook het potentiële groeivermogen van Japan te verhogen (3.700 biljoen yen over 15 jaar). In een omgeving van hogere inflatie kan een sterker groeipotentieel bijdragen aan een hogere nominale economische groei, wat op zijn beurt de inkomensontwikkeling ondersteunt.

Bovendien heeft Takaichinomics het ‘voordeel’ dat het de neerwaartse druk op de munt handhaaft. Een zwakkere yen ondersteunt het concurrentievermogen van Japanse exporteurs en kan de winstgroei van ondernemingen versterken, zeker voor bedrijven die een aanzienlijk deel van hun omzet buiten Japan realiseren.

Hoewel de Bank of Japan haar beleid geleidelijk aanscherpt, hoeft dat geen obstakel te zijn. De monetaire verkrapping zien we eerder als een normalisering van het beleid dan als een bedreiging voor de economische groei. Concluderend twijfelen we niet aan het succes van dit plan, dat naast de Keynesiaanse inspiratie, ook een structurele en noodzakelijke poging is om het productievermogen van de Japanse economie te versterken.