Schroders: ‘Super El Niño’ dreigt nieuwe inflatiegolf aan te jagen

Schroders: ‘Super El Niño’ dreigt nieuwe inflatiegolf aan te jagen

Commodities Inflation Climate Change
shutterstock_1927675901

Een zeer krachtige El Niño kan de wereldeconomie in 2026 opnieuw met grondstoffeninflatie confronteren.

Volgens David Rees, hoofd van het Economics team bij Schroders, dreigt de combinatie van extreem weer, meststoffenschaarste en hogere energieprijzen de voedselinflatie volgend jaar richting dubbele cijfers te duwen.

De wereldeconomie is nog niet verlost van de inflatieschok. Terwijl hogere energieprijzen al doorwerken in de portemonnee van consumenten, doemt een nieuw risico op: een mogelijk zeer sterke El Niño.

Dit natuurlijke klimaatfenomeen, waarbij het water in de Stille Oceaan periodiek opwarmt, kan de komende maanden extreme weersomstandigheden versterken en voedselproductie wereldwijd verstoren.

Volgens de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) wordt El Niño tussen juni en augustus verwacht, met een kans van 90% dat het fenomeen tot november aanhoudt. De organisatie waarschuwt dat de wereld zich moet voorbereiden op een mogelijk krachtige El Niño, die droogte, hevige regenval en hittegolven kan verergeren.

De economische gevolgen kunnen breed zijn. Eerdere El Niño-periodes verstoorden waterstanden in het Panamakanaal, beperkten de productie van waterkracht en veroorzaakten ongebruikelijke overstromingen en droogtes.

Vooral landbouwproductie is kwetsbaar voor zulke schokken. Dat vergroot het risico op een nieuwe ronde van door grondstoffen gedreven inflatie, juist op een moment dat geopolitieke en economische spanningen al hoog zijn.

Voedselprijzen kunnen opnieuw versnellen

De relatie tussen El Niño en landbouwprijzen is niet altijd rechtlijnig. Eerder onderzoek van Schroders laat zien dat er geen sterk direct verband bestaat tussen de Oceanic Niño Index (ONI), die afwijkingen in de temperatuur van het zeeoppervlak in de Stille Oceaan meet, en landbouwprijzen.

Toch wordt de correlatie duidelijk sterker wanneer energieprijzen uit wereldwijde voedselindices worden gefilterd. Dat is logisch: voedsel- en energieprijzen zijn historisch nauw verbonden, onder meer door transportkosten en de energie-intensieve productie van meststoffen.

Als eerdere verbanden opnieuw zouden opgaan, kan een zeer sterke El Niño betekenen dat wereldwijde voedselprijzen vanaf het huidige niveau in ongeveer een jaar tijd verdubbelen. Die uitkomst is onzeker.

De analyse van Schroders overschatte in 2023 uiteindelijk de impact van El Niño op voedselprijzen. Dat onderstreept hoe moeilijk het is om zowel weerpatronen als oogstopbrengsten te voorspellen.

Maar dit keer komt het klimaatrisico boven op andere problemen. Eind mei kampte meer dan 50% van de Verenigde Staten met droogte, die vooral de landbouw raakte. Ook buiten de VS zijn de signalen zorgelijk. Europa kreeg in mei te maken met een recordbrekende hittegolf, terwijl in delen van India temperaturen boven 40 graden Celsius werden gemeten.

Meststoffen maken schok groter

Daar komt een tweede risico bij: meststoffen. Terwijl veel aandacht uitgaat naar de verstoring van energieaanvoer, heeft de sluiting van de Straat van Hormuz ook grote gevolgen voor de wereldwijde meststoffenmarkt. Ongeveer een derde van de wereldwijde ureumproductie komt uit de regio en wordt via de Straat verscheept. Sinds het begin van het Iran-conflict zijn ureumprijzen verdubbeld. Dat wijst op een sterke stijging van de prijzen van sommige voedselgroepen.

Het risico is het grootst voor landbouwgebieden waar meststofvoorraden niet vóór het conflict zijn veiliggesteld, en voor gewassen met een hoge voedingsbehoefte die hun belangrijkste groeifase ingaan wanneer El Niño het krachtigst is. Vooral rijst, tarwe, suiker en cacao springen eruit.

El Niño brengt in Zuid-Azië doorgaans zwakkere moessonregens en hogere temperaturen. West-Afrika loopt juist risico op drogere omstandigheden en sterkere Harmattan-winden, wat de cacaoproductie kan raken. Bij tarwe wordt verwacht dat het ingezaaide areaal in Australië scherp daalt, waardoor de productie in 2026/27 mogelijk met circa 9 miljoen ton afneemt.

Suiker lijkt bijzonder kwetsbaar. Tijdens eerdere El Niño-periodes daalde de productie in India en Thailand met 20% tot 30%. Daardoor konden grote producenten netto-importeurs worden en stegen de prijzen fors. Dit keer kan de impact groter zijn, omdat een groter deel van de suikervoorraden wordt omgeleid naar ethanolproductie. Ook de vraag naar biobrandstoffen wordt aangewakkerd door de olieprijsschok in het Midden-Oosten, waardoor meer suiker, mais en sojaolie wordt gebruikt.

Stijgende voedselprijzen kunnen de wereldeconomie hard raken

De gevolgen kunnen doorwerken in de inflatiecijfers. Als de voedselprijsindex van de VN-voedselorganisatie FAO door deze samenloop van factoren tegen het einde van het jaar met 50% zou stijgen, kan de voedselinflatie in de G7 in 2027 waarschijnlijk in de dubbele cijfers uitkomen. Dat zou ruim één procentpunt toevoegen aan de totale inflatie.

Voedsel weegt per regio verschillend in het inflatiemandje: slechts 10% tot 15% in ontwikkelde markten, maar 25% of meer in opkomende markten. Een nieuwe voedselinflatiegolf zou de druk op reële inkomens verlengen en consumptie langer afremmen.

Het grootste risico is dat inflatie niet als één korte schok komt, maar in opeenvolgende golven. Hoe langer inflatie verhoogd blijft, hoe groter de kans op tweede-ronde-effecten in lonen en prijzen. Dan kan tijdelijke grondstoffeninflatie alsnog hardnekkig worden.