DNB: Vergroot monetair beleid de ongelijkheid?
DNB: Vergroot monetair beleid de ongelijkheid?
De afgelopen jaren is er veel discussie over de vraag of het beleid van de Europese Centrale Bank ongelijkheid vergroot. Lage rentes en aankoopprogramma’s zouden vooral gunstig zijn voor huishoudens met veel vermogen, en minder voor anderen. Maar klopt die aanname? Nieuw onderzoek van DNB zet dit beeld in perspectief.
Eerst even: hoe zit dat ook alweer met het rentebeleid van de ECB? De ECB bestaat om ervoor te zorgen dat prijzen stabiel zijn en dus niet te veel (of te weinig) stijgen. Door inflatie te beheersen draagt het monetaire beleid van de ECB bij aan het beperken van grote schokken in de economie.
Zulke schokken kunnen grote, en vaak ongelijke, gevolgen hebben voor huishoudens. Toch kan ook het beleid van de ECB zelf verschillend uitpakken voor verschillende huishoudens en is het dus de vraag of het ECB-beleid zelf een effect heeft op ongelijkheid.
Monetair beleid werkt niet voor iedereen hetzelfde
Omdat ieder huishouden ander inkomen, vermogen en schuld heeft, wordt ieder huishouden ook anders geraakt wanneer de ECB de rente verhoogt of verlaagt. Dat werkt via drie kanalen.
-
De arbeidsmarkt
Via de arbeidsmarkt verkleinen lagere rentes de inkomensverschillen tussen huishoudens. Lagere rentes stimuleren de economie, wat leidt tot meer banen en hogere lonen. Daar profiteren vooral huishoudens met lagere inkomens van. Bij hogere rentes zwakt de economie juist af. -
Vermogen en prijzen van bezittingen
Tegelijkertijd stijgen bij lagere rentes vaak de prijzen van aandelen en woningen. Dat is gunstig voor huishoudens met veel vermogen. Bij hogere rentes is dit effect doorgaans omgekeerd. -
Rentes en schulden
Veranderingen in de rente beïnvloeden ook spaarrentes en hypotheeklasten. Lagere rentes verlagen de maandlasten voor leningen, maar drukken de opbrengst op spaargeld; bij hogere rentes is dat andersom.
Deze kanalen kunnen op verschillende momenten tot verschillende effecten leiden. Daardoor kan het effect op ongelijkheid in de tijd veranderen.
Wat laat nieuw onderzoek zien?
Om deze effecten beter te begrijpen, combineren we in een nieuwe analyse inzichten uit de economische literatuur met nieuw modelonderzoek. We hebben, voortbouwend op academisch onderzoek, een model ontwikkeld dat expliciet rekening houdt met verschillen tussen huishoudens in inkomen en vermogen. Dit maakt het voor ons mogelijk om beter in kaart te brengen hoe monetair beleid doorwerkt op verschillende groepen in het eurogebied.
De resultaten laten zien dat in reactie op een renteverlaging de inkomensongelijkheid in eerste instantie iets toeneemt. Dat komt doordat de huishoudens met veel beleggingen direct profiteren van stijgende waardes, zoals aandelen of huizenprijzen.
Na verloop van tijd verschuift dit beeld. De economie trekt aan, waardoor werkgelegenheid en lonen stijgen. Deze effecten slaan relatief sterker neer bij huishoudens met lagere inkomens, waardoor het eerdere effect geleidelijk wordt omgekeerd en de ongelijkheid weer afneemt.
Alles bij elkaar genomen wijzen de resultaten erop dat de effecten van monetair beleid op ongelijkheid tijdelijk en relatief beperkt zijn. Dat sluit aan bij bestaand onderzoek, waaruit blijkt dat ongelijkheid op de lange termijn vooral wordt bepaald door bredere trends zoals vergrijzing, digitalisering en globalisering en door overheidsbeleid.
Tegelijk moeten we deze uitkomsten met enige voorzichtigheid interpreteren. Modellen zoals dit kunnen namelijk niet alle relevante mechanismen volledig meenemen. Zo spelen bijvoorbeeld de woningmarkt, verschillen in schulden tussen huishoudens en onconventioneel monetair beleid ook een rol, maar deze worden in het model slechts gedeeltelijk meegenomen.
Wat we hieruit kunnen meenemen
Monetair beleid raakt dus verschillende huishoudens op verschillende manieren, maar draagt in de kern bij aan stabiele economische omstandigheden. Juist die stabiliteit vormt de belangrijkste bijdrage van de centrale bank aan een economie die voor iedereen werkt.
De ECB richt zich op stabiele prijzen. Het is daarbij van belang te begrijpen hoe huishoudens verschillend geraakt worden door monetair beleid, omdat deze verschillen ook bepalend zij voor hoe beleid doorwerkt in bestedingen, groei en inflatie.
Tegelijk zijn deze effecten meestal beperkt en tijdelijk. Monetair beleid is bovendien niet gericht in te zetten. Het beïnvloeden van ongelijkheid ligt daarom in de eerste plaats bij het begrotingsbeleid van overheden, dat over meer en gerichtere instrumenten beschikt.