Carmignac: De prijs van prijsstabiliteit
Carmignac: De prijs van prijsstabiliteit
Door Kevin Thozet, lid van het beleggingscomité bij Carmignac
De Europese Centrale Bank (ECB) verhoogt naar verwachting donderdag de depositorente met 25 basispunten tot 2,25%, vrijwel gelijk aan het niveau van een jaar geleden.
De beslissing zal de markten vermoedelijk niet verrassen. Beleggers hebben hun verwachtingen voor verdere verkrapping de afgelopen weken bijgesteld, nu inflatierisico’s opnieuw toenemen ondanks signalen van afzwakkende economische groei.
Het argument voor een ‘preventieve renteverhoging’ is sterker geworden. De inflatieverwachtingen in enquêtes van de ECB onder huishoudens en bedrijven zijn gestegen, terwijl marktgebaseerde inflatiemaatstaven lichte versoepeling laten zien, mede door lagere olieprijzen.
Tegelijk blijft de onderliggende inflatiedruk breed. De kerninflatie ligt boven 2,5%, de totale inflatie op 3,2%, producentenprijzen in de industrie stijgen met circa 6% op jaarbasis en de diensteninflatie bedraagt 3,5%. Daar komen nieuwe spanningen in toeleveringsketens bij. Dat pleit voor een preventieve beleidsreactie.
Hoewel de groei duidelijk vertraagt, is de terugval onvoldoende om de zorgen van de Raad van Bestuur over aanhoudende inflatie weg te nemen. Sinds de vergadering in april is het pleidooi voor een strakker monetair beleid eerder toegenomen dan afgenomen.
De bijgewerkte prognoses van het ECB-personeel voor groei en inflatie kunnen daardoor belangrijker uitvallen dan de rentebeslissing zelf. Beleggers zoeken naar signalen of de stap in juni een eenmalige aanpassing is, of het begin van een langere periode van verkrapping.
De visie van Carmignac
Carmignac verwacht opwaartse bijstellingen van de inflatieprognoses. Beleidsmakers maken zich steeds meer zorgen dat huishoudens en bedrijven gevoeliger zijn geworden voor prijsstijgingen na herhaalde inflatieschokken. Inflatieverwachtingen reageren sneller op opwaartse verrassingen en keren trager terug naar het gemiddelde. Dat vergroot het risico dat verwachtingen minder verankerd raken en versterkt het argument voor preventieve renteverhogingen.
De groeiprognoses gaan waarschijnlijk omlaag. Strakkere financiële voorwaarden, zwakke buitenlandse vraag en laag consumentenvertrouwen wijzen op een minder sterke economische ontwikkeling.
De ECB blijft vasthouden aan haar werkwijze waarbij beslissingen per vergadering worden genomen op basis van nieuwe data. Tegelijkertijd maakt een hoger inflatiepad verdere verkrapping in de komende kwartalen waarschijnlijker. Anders dan de Federal Reserve heeft de ECB geen dubbele doelstelling.
Geloofwaardigheid vereist dat de centrale bank tijdelijk zwakkere groei accepteert om inflatie terug te brengen naar de doelstelling. Als dat niet gebeurt, dreigt een hardnekkiger inflatieprobleem en op termijn een hoger renteniveau. De ECB zal daarom op korte termijn zwakkere groei tolereren om later sterkere verkrapping te voorkomen.
Kansen voor beleggers
De renteverhoging in juni lijkt zo goed als zeker. Het debat verschuift naar de vraag hoe ver en hoe snel de ECB het beleid verder aanscherpt. Het basisscenario gaat uit van twee aanvullende renteverhogingen vóór het einde van de zomer.
Nu markten voor 2026 al bijna drie renteverhogingen hebben ingeprijsd, is een belangrijk deel van de verwachte verkrapping verwerkt in kortlopende Europese staatsobligaties. Dat maakt het korte eind van de rentecurve relatief aantrekkelijker.
Tegelijkertijd heeft de daling van de olieprijs tot onder 100 dollar per vat geleid tot lagere door de markt ingeprijsde inflatieverwachtingen. Volgens Carmignac is die daling mogelijk voorbarig. Het risico dat geopolitieke spanningen aanhouden, gecombineerd met nieuwe verstoringen in toeleveringsketens en hardnekkigere inflatiedruk, wordt volgens de vermogensbeheerder onderschat.
De markten houden volgens Carmignac grotendeels rekening met hogere rentes, maar niet met aanhoudend hoge inflatie. Die discrepantie biedt kansen op de Europese staatsobligatiemarkten.