Carmignac: Politieke krachten hertekenen AV-seizoen van 2026
Carmignac: Politieke krachten hertekenen AV-seizoen van 2026
Door Marion Plouhinec, Senior ESG-analist bij Carmignac
Het seizoen van de algemene aandeelhoudersvergaderingen (AV) stond lange tijd bekend als een forum waar aandeelhouders het bestuur ter verantwoording riepen.
In 2026 is die dynamiek veranderd, tegen een achtergrond van geopolitieke spanningen en economische versnippering. Door de overheid gestuurde belangen komen weer naar voren en verstoren het traditionele machtsevenwicht tussen het bestuur en de aandeelhouders.
VS: autonomie van het bestuur onder druk
Deze verschuiving is het duidelijkst zichtbaar in de Verenigde Staten. Daar houdt het politiek offensief tegen het stakeholderkapitalisme aan, aanvankelijk gericht op het diversiteitsbeleid bij bedrijven, maar inmiddels breder van aard.
Het AV-seizoen van 2025 liet al een afnemende invloed van aandeelhouders zien, een trend die zich in 2026 doorzet. Bedrijven kunnen nu de stemmen van particuliere aandeelhouders die niet hebben gestemd, automatisch en standaard toekennen aan het bestuur.
Ze kunnen ook bepaalde aandeelhoudersvoorstellen van de agenda schrappen en ze kunnen voor beleggers de mogelijkheid beperken om collectieve rechtszaken aan te spannen.
Hoewel dit vaak klinkt als een versterking van de bevoegdheden van het management, blijkt die grotere autonomie van het management slechts schijn. Door de toenemende aandacht voor nationale veiligheid en een breder economisch nationalisme grijpt de overheid vaker en openlijker in bij bedrijfsbeslissingen.
Deze verschuiving werd in 2025 duidelijk, met name via de invoering van een ‘golden share’-bepaling bij de fusie tussen US Steel en Nippon Steel, en door de publieke druk op het management van Intel.
De verschuiving markeert een beweging weg van marktgestuurd bestuur, richting een grotere rol van de overheid in de besluitvorming binnen bedrijven. In 2026 strekt deze dynamiek zich al uit naar strategische beslissingen en marktactiviteiten, zoals blijkt uit de opmerkingen van president Trump over de voorgestelde overnames door Warner Bros.
Azië: bestuur als instrument van economisch beleid
In verschillende Aziatische markten neemt juist de rol van bredere stakeholders toe, in lijn met de economische beleidsdoelstellingen. Neem bijvoorbeeld de Value-Up-hervorming die de Zuid-Koreaanse regering in 2025 heeft gelanceerd.
Onder invloed van de groeiende invloed van particuliere beleggers (ook wel het electoraat genoemd) heeft dit initiatief geleid tot een reeks verbeteringen, waaronder de baanbrekende invoering van bestuursleden met een fiduciaire plicht tegenover aandeelhouders.
Na het vele enthousiasme onder beleggers in 2025, en de recordstand van de KOSPI-index, was het AV-seizoen van 2026 een eerste test voor de uitvoering van deze hervormingen.
Ook in Japan krijgen stakeholderoverwegingen meer gewicht, tegen de achtergrond van een aanhoudende loonstagnatie. Premier Takaichi roept bedrijven op om hun middelen beter te verdelen, onder meer ten gunste van werknemers.
De lopende herziening van de Corporate Governance Code past in een bredere evolutie in de benadering van governance, met nadruk op discipline in kapitaalallocatie, op investeringen in groei en de rol van menselijk kapitaal.
Europa: naar een hernieuwde focus op concurrentiekracht
In vergelijking met de VS en Azië is het traject in Europa minder eenduidig. Naarmate de geopolitieke druk toeneemt, nemen ook de aandacht voor strategische autonomie en de concurrentiekracht aan belang toe.
Dat vertaalt zich in nieuw overheidsingrijpen, zoals de recente inzet van noodbevoegdheden door de Nederlandse regering om de invloed van het Chinese moederbedrijf te beperken bij een binnenlandse chipfabrikant. Hoewel dergelijke interventies in 2026 wellicht vaker zullen voorkomen, is overheidsbemoeienis met bedrijven geen nieuw fenomeen in Europa.
Wat wel opvalt, is dat er in een nieuwe wereldorde nog steeds onopgeloste spanningen bestaan tussen concurrentievermogen, regelgeving en politieke doelstellingen. Dit heeft directe gevolgen voor het AV-seizoen in Europa dit jaar.
Dit komt vooral tot uiting in het debat over corporate governance. Tegen de achtergrond van hogere waarderingen op Amerikaanse beurzen en de toename van het aantal beursdelistingen, rijst de vraag of Europese governance-normen de aantrekkelijkheid van de kapitaalmarkt ondermijnen.
In continentaal Europa uit dit zich in hervormingen zoals de Italiaanse wet op de kapitaalmarkten, die het evenwicht herijkt tussen beleggersbescherming en dynamiek op de kapitaalmarkt. Ook in het Verenigd Koninkrijk, traditioneel een referentie op het gebied van corporate governance, is een verschuiving zichtbaar.
Na de hervorming van de noteringsregels in 2024 klinkt de roep om meer flexibiliteit luider. De beloning van bestuurders wordt er steeds vaker als een concurrentienadeel gezien ten opzichte van Amerikaanse bedrijven.
Dat spanningsveld kwam scherp naar voren tijdens de algemene vergadering van BP in 2026. Het bedrijf weigerde een aandeelhoudersvoorstel op de agenda te zetten voor meer transparantie over zijn strategie voor waardecreatie bij een dalende vraag naar olie en gas. Een ongekende stap voor een FTSE 100-bedrijf, die tot forse kritiek leidde. Des te meer omdat BP zich eerder had geprofileerd als voorstander van de energietransitie.
Ondanks de regionale verschillen tekent zich een duidelijke trend af: corporate governance wordt beïnvloed door politieke prioriteiten. De invloed van de staat neemt toe, zelfs in economieën die traditioneel uitgaan van het primaat van de markt en die de autonomie van particuliere actoren hoog in het vaandel hebben staan. Gezien deze veranderende machtsverhoudingen is het voor aandeelhouders belangrijker dan ooit om tijdens dit AV-seizoen hun stem te laten horen.