Ostrum: China gaat inflatie exporteren
Ostrum: China gaat inflatie exporteren
De energieschok door het conflict in het Midden-Oosten heeft geleid tot een snelle stijging van de kosten in China’s chemie-, kunststof- en logistieke sectoren.
Het land kan de schommelingen in grondstofprijzen niet langer opvangen en exporteurs beginnen de kosten door te berekenen via hogere exportprijzen, zegt Zouhoure Bousbih, strateeg opkomende markten bij Ostrum, onderdeel van Natixis Investment Managers.
Na meerdere jaren waarin China, dankzij zijn goedkope export, de belangrijkste motor was van de mondiale desinflatie, dreigt het conflict in het Midden-Oosten deze dynamiek om te keren. Er is sprake van een 'grote macro-economische omslag' in China, aldus Bousbih.
'Dit conflict beperkt zich niet tot één enkele energieschok, maar beïnvloedt direct de productiecapaciteit in China. De stijging van olie- en aardgasprijzen werkt door in de chemie-, kunststof- en binnenlandse logistieke sectoren. Chinese exporteurs zijn al begonnen deze hogere kosten door te berekenen in hun prijzen, wat wijst op stijgende exportprijzen.'
'Ondanks zijn strategische oliereserve van circa 1,4 miljoen vaten per dag en een verschuiving richting hernieuwbare energie, blijft China kwetsbaar voor de gevolgen van een blokkade van de Straat van Hormuz. Hogere olieprijzen leiden tot hogere kosten voor op olie gebaseerde grondstoffen, met name nafta, waarvan de prijzen sterk zijn gestegen.'
'China importeert nafta die is gekoppeld aan de Japanse referentieprijs, die sinds het begin van het conflict met meer dan 60% is gestegen tot 1.019 dollar per ton. Aangezien wereldwijd ongeveer 60% tot 70% van de kunststoffen indirect uit nafta wordt vervaardigd, met een nog hoger aandeel in Azië en dat met name in China, is de impact op de productiekosten breed voelbaar.'
'Militaire spanningen verstoren bovendien de aanvoer van metalen die nodig zijn voor transitiegerichte sectoren, waaronder batterijen en elektrische voertuigen. Tegelijkertijd zorgen hogere gasprijzen voor fors oplopende kosten in de meest energie-intensieve delen van de chemische industrie, zoals ammoniak, methanol, natriumcarbonaat, meststoffen en basischemicaliën.'
'Deze kostendruk is inmiddels zichtbaar in de cijfers. De inkoopprijzen lieten in de PMI-enquêtes voor de verwerkende industrie (de inkoopmanagersindex) in maart een duidelijke opleving zien en de producentenprijzen lieten die maand voor het eerst in meer dan drie jaar weer een positieve stand zien, wat een voorbode is voor stijgende verkoopprijzen. Volgens Trade Monitor-gegevens, geanalyseerd door Bloomberg, noteerden meer dan een dozijn productcategorieën in maart een sterke stijging van de exportprijzen.'
'Anders dan bij de energieschok van 2022 kan China deze kosten niet langer absorberen. Beijing probeert de ‘prijzenoorlog’ tussen Chinese bedrijven actief te beteugelen via zijn anti-involutiebeleid, dat gericht is op het terugdringen van overcapaciteit en het behoud van winstmarges. Exportsubsidies worden geleidelijk afgebouwd in sectoren met overcapaciteit, zoals zonne-energie, terwijl de hernieuwde focus op sociale bescherming bedoeld is om de binnenlandse consumptie te versterken.'
Beijing heeft nu aanmerkelijk minder beleidsruimte. In de huidige situatie is het voornaamste risico niet alleen een tijdelijke opleving van de inkoopprijzen. De terugkeer van ‘geïmporteerde’ inflatie via Chinese industriële goederen kan het desinflatieproces bij handelspartners van China bemoeilijken en de onzekerheid vergroten over het toekomstige monetaire beleid in de zogenoemde ontwikkelde economieën.'