LFDE: Stagflatie is een hersenschim, inflatie is dé werkelijkheid

LFDE: Stagflatie is een hersenschim, inflatie is dé werkelijkheid

Inflation
inflatie (3).jpg

Enguerrand Artaz, fondmanager La Financière de l'Echiquier (LFDE)
 
Er duikt steeds vaker een woord op dat een sombere economische toekomst voorspelt: 'stagflatie'. Het wordt aangevoerd als verklaring voor de recente zwakte van de aandelenmarkten, na zeven maanden van stijging op rij. We begrijpen de mediagenieke aantrekkingskracht van het woord wel, maar de realiteit is helemaal anders.

Ter herinnering: stagflatie is een zichzelf in stand houdende combinatie van hoge inflatie, langdurige stagnatie van de economische groei en aanhoudend hoge werkloosheid. Het concept raakte bekend bij het grote publiek in de jaren 70, na de eerste olieschok in 1973.

De torenhoge inflatie – in de Verenigde Staten 12,3% op het hoogtepunt in 1974 – was toen het gevolg van een bijzonder bruuske negatieve aanbodschok op de energiemarkt, met name in de oliebevoorrading.

Bovendien begon in de ontwikkelde landen op dat moment, na drie gouden decennia, de vraag af te kalven. Tegenwoordig is de situatie heel anders. De vraag is wereldwijd, met name in de ontwikkelde landen, bijzonder groot. Het is precies die positieve vraagschok, terwijl het aanbod in de nasleep van de coronacrisis tijdelijk beperkt is, die de inflatie veroorzaakt. We kunnen ook moeilijk spreken van 'stagnatie' van de economische activiteit, nu de groei van de wereldeconomie dit jaar bijna 6% bedraagt en voor 2022 nog eens 4,5% wordt verwacht.

Piek herstel voorbij

Het voorvoegsel 'stag' in de term 'stagflatie' is in de huidige context dus niet op zijn plaats. Dat wil daarom niet zeggen dat er geen bezorgdheid over de economie is. De piek van het herstel is hoogstwaarschijnlijk voorbij. De aanhoudende problemen in de wereldwijde toevoerketens kunnen uiteindelijk op de vraag beginnen te wegen, eerst in China en later ook in de ontwikkelde wereld. Er zijn ook kwetsbare segmenten, zoals de Chinese vastgoedmarkt – kijk maar naar de neergang van Evergrande. Toch draait die bezorgdheid hoofdzakelijk om de vrees dat de groei vertraagt en niet om de verwachting dat hij helemaal stilvalt.

Het tweede deel van het woord, dat naar inflatie verwijst, verdient daarentegen meer aandacht. We zitten natuurlijk nog lang niet op het niveau van de jaren 1970 en 1980 en de oorzaken liggen elders, maar het inflatievraagstuk is actueler dan ooit, zeker in de Verenigde Staten. Van de goederen en diensten die in het voorjaar de inflatie aanjoegen – onder meer tweedehandsauto's – zakken de prijzen stilaan, maar andere categorieën beginnen de fakkel over te nemen.

Hoge vlucht energieprijzen

Dat zijn vooral sectoren die rechtstreeks te lijden hebben onder schaarste in hun wereldwijde productieketens, zoals meubilair en nieuwe auto's. Ook de producentenprijzen nemen nog steeds snel toe en worden verder aangewakkerd door de recente hoge vlucht van de energieprijzen, in het bijzonder aardgas en steenkool. Vastgoed, dat in de Verenigde Staten in één jaar bijna 20% duurder is geworden, zal binnen afzienbare tijd eveneens op het inflatiecijfer beginnen te wegen.

Tot slot kunnen de stijgende lonen als gevolg van het tekort aan arbeidskrachten een spiraal van prijsstijgingen en loonsverhogingen op gang brengen waardoor de inflatie relatief hoog kan blijven. Het afgelopen decennium heeft de productiviteitswinst in ruime mate belet dat de hogere lonen de inflatie aanwakkerden. Momenteel loopt in de Verenigde Staten de spanning echter op. Uit het afgelopen vrijdag verschenen arbeidsmarktrapport blijkt dat in heel wat sectoren de lonen op maandbasis met 0,5% en meer zijn gestegen. Stagflatie is vandaag een hersenschim, maar inflatie is meer dan ooit werkelijkheid.