Schroders: Geweldig dat januari-effect, maar bestaat het überhaupt wel echt?

Schroders: Geweldig dat januari-effect, maar bestaat het überhaupt wel echt?

Equity Asset Management
Duncan Lamont 329 Kb (1).jpeg

Is de eerste maand van het jaar inderdaad zo’n goede maand om te beleggen? Duncan Lamont, hoofd research bij Schroders, analyseerde 130 jaar aan data om te kijken of het 'januari-effect' wel echt bestaat of dat beleggers op het verkeerde been worden gezet.

Waarheid en statistieken

In januari 2020 leverden 10 van de 23 markten uit de MSCI World Index een positief rendement op, maar meer dan de helft een negatief rendement. Focussen op een maand is wel heel erg korte termijn gericht, maar op de een of andere manier is januari een speciale maand. Het zogenaamde januari-effect is het idee dat januari meestal een goede maand is om te beleggen.

Kunnen feiten deze bewering onderbouwen? In 85 van de 130 jaren is de Amerikaanse aandelenmarkt in januari gestegen. Voor het VK gaat dat op in 71% van de gevallen en het is nog hoger voor Japan (74%). Daarnaast is het langjarige gemiddelde rendement in januari ook hoger dan op andere momenten. Deze statistieken lijken erop te wijzen dat beleggers aantrekkelijke rendementen kunnen behalen als ze profiteren van het januari-effect.

Verklaringen

Er zijn in de loop der jaren wel verklaringen gezocht voor dit feit. De meest aannemelijke is tax management waarbij beleggers verlieslatende beleggingen verkopen voor het einde van het jaar om de verliezen te compenseren met winsten elders. In januari zouden deze effecten dan weer teruggekocht worden waarbij de grote vraag de koersen doet opstuwen.

Een andere verklaring is ‘window dressing’. Hierbij schonen fondsbeheerders hun portefeuille op door de minder presterende namen in december te verkopen en ze te vervangen met aandelen die er wel goed uitzien. Dit zorgt voor een neerwaartse druk op de prijzen eind december, gevolgd door een opleving in januari zodra die druk afneemt.

Er zijn ook andere theorieën, zoals beleggers die vol goede moed aan een nieuw jaar beginnen.

Te mooi om waar te zijn…

Maar biedt het januari-effect wel zo’n zekere manier om rendement te genereren? Als iets te mooi lijkt om waar te zijn, is het dat doorgaans ook. Tenzij er een fundamentele verklaring gevonden kan worden, is er geen enkele reden om aan te nemen dat iets dergelijks in de toekomst opnieuw gebeurt. Als het januari-effect echt zo duidelijk aanwezig is, dan zou dat in een efficiënte markt toch uitgebuit worden? Beleggers zouden dan in december gaan kopen, om te profiteren van het januari-effect. Maar dat gebeurt niet. Verder zijn er ook de nodige kanttekeningen te plaatsen bij de verklaringen die voor het effect gegeven worden.

Toch lijken de mooie statistieken nog altijd te overtuigen, of misschien toch niet?

Tijd belangrijker dan timing

De langetermijndata maken aannemelijk dat een januari-effect bestaat. Maar deze data zijn misleidend. Als de cijfers worden opgesplitst per decennium, dan ziet het plaatje er ineens minder rooskleurig uit. Het wordt duidelijk dat resultaten grotendeels te danken zijn aan de prestaties van enkele decennia in het verleden. De recente prestaties zijn zelfs schokkend. In de laatste 20 jaar heeft de Britse aandelenmarkt slechts in 35% van de januari-maanden positief gerendeerd. Januari behoort dan zelfs tot de slechtste maanden. Er is weinig bewijs dat het januari-effect een goede basis vormt voor het timen van de markt.

Lamont wil met het aan de kaak stellen van het januari-effect duidelijk maken dat beleggers makkelijk misleid kunnen worden door statistieken. In plaats van te worden verblind door mooie ‘hoe word ik snel rijk-schema’s’, zouden beleggers er veel beter aan doen om op een gedisciplineerde en systematische manier te beleggen. Het timen van de markt is notoir moeilijk. En zoals keer op keer is gebleken, is tijd in de markt belangrijker dan de timing van de markt.