Schroders: AI moet biljoenen opleveren om investeringsgolf te rechtvaardigen

Schroders: AI moet biljoenen opleveren om investeringsgolf te rechtvaardigen

Artificial Intelligence

De bouw van AI-datacenters groeit uit tot een van de grootste private investeringsprogramma’s uit de moderne geschiedenis. Alleen al dit jaar gaat naar schatting $1.000 mrd naar chips, netwerken, gebouwen en energie. De cruciale vraag is niet alleen óf AI genoeg waarde kan creëren, maar hoeveel daarvoor nodig is - en welke bedrijven die waarde uiteindelijk weten binnen te halen.

Jonathan McMullan, Technology specialist bij Schroders schat dat in 2026 ongeveer $1.000 mrd wordt geïnvesteerd in infrastructuur voor kunstmatige intelligentie. Nvidia denkt dat de jaarlijkse investeringen tegen 2030 zelfs kunnen oplopen tot $3.000 à $4.000 mrd. Daarmee wordt de vraag steeds dringender of al dat kapitaal voldoende rendement zal opleveren.

Elke dollar moet meer dan een dollar opleveren

McMullan brengt de discussie terug tot een rekensom. De AI-keten kent drie lagen: de eigenaar van het datacenter, meestal een grote cloudprovider; ontwikkelaars van AI-modellen en software, zoals OpenAI en Anthropic; en de zakelijke klant. Die laatste moet genoeg voordeel uit AI halen om de rekening te rechtvaardigen.

McMullan rekent met 15% rendement op geïnvesteerd kapitaal voor de datacentereigenaar, een operationele marge van 30% en een opslag van 50% voor modellen en software. Ook de eindgebruiker moet 15% rendement behalen op de totale invoeringskosten.

Daaruit volgt een opvallende vuistregel: iedere $1.000 mrd aan jaarlijkse investeringen in AI-datacenters moet uiteindelijk ongeveer $1.200 mrd aan jaarlijkse economische waarde voor klanten opleveren.

Zoals de onderstaande grafiek laat zien, vereist iedere dollar aan jaarlijkse investeringen ongeveer $0,63 aan infrastructuuromzet. Na de opslag van de model- en softwarebedrijven loopt de rekening voor de klant op tot circa $0,94. Om die kosten en de invoering van AI te rechtvaardigen, moet daar uiteindelijk ongeveer $1,19 aan economische waarde tegenover staan.

Over de volledige levensduur van de infrastructuur, gemiddeld ongeveer tien jaar, moet iedere geïnvesteerde dollar volgens de berekening uiteindelijk circa $6 aan klantwaarde ondersteunen.

Rekening loopt snel op

Als de investeringen vanaf 2026 jaarlijks met 30% groeien, komt de totale investering tussen 2026 en 2030 uit op ongeveer $9.000 mrd. Volgens McMullan is het te vroeg om die infrastructuur al in 2030 volledig op rendement af te rekenen. Veel datacenters zijn dan nog nieuw en bedrijven verwerken AI nog in hun processen.

Een realistischer meetmoment ligt rond 2033 of 2034. Tegen die tijd moet de infrastructuur volgens McMullan jaarlijks ongeveer $5.400 mrd aan waarde voor klanten opleveren. Dat is circa 20% van de huidige wereldwijde operationele bedrijfswinsten en 4,5% van het mondiale bbp. De lat ligt hoog, maar niet buiten bereik, meent McMullan.

Waar moet die waarde vandaan komen?

AI kan op drie manieren waarde creëren. Bedrijven kunnen kosten besparen doordat AI arbeid en processen vervangt, ze kunnen sneller groeien, of er kunnen volledig nieuwe markten en inkomstenbronnen ontstaan.

Schroders schat dat bekende toepassingen - waaronder softwareontwikkeling, IT-diensten, klantenservice en administratief kenniswerk - jaarlijks ongeveer $2.200 mrd tot $3.700 mrd aan waarde kunnen opleveren. Daarmee is grofweg de helft van de benodigde $5.400 mrd te verklaren.

De rest moet komen uit hogere omzet, bredere AI-toepassing en activiteiten die nu nog niet bestaan. McMullan wijst op de internethausse eind jaren negentig. Destijds werden glasvezelnetwerken vooral aangelegd voor websites en e-mail. Dat smartphones, streaming en cloudcomputing later massaal van die infrastructuur gebruik zouden maken, was toen nauwelijks te voorzien.

De kost gaat voor de baat uit

Een belangrijk probleem is timing. Een datacenter heeft achttien tot vierentwintig maanden nodig voordat het operationeel is. Daarna kan het jaren duren voordat bedrijven AI volledig in hun werkprocessen hebben geïntegreerd en de voordelen in de winstcijfers zichtbaar worden.

Een dollar die in 2025 wordt geïnvesteerd, kan daardoor pas in 2028 of later meetbare waarde opleveren. De AI-investeringsgolf kan onderweg dus onrendabel lijken, zelfs wanneer de uiteindelijke rekensom klopt.

AI-omzet moet zeven jaar lang met 45% groeien

Voor beleggers komt het neer op één belangrijke graadmeter: hoeveel klanten daadwerkelijk voor AI-diensten betalen. Dat bedrag ligt nu naar schatting rond $300 mrd per jaar. Om de geplande infrastructuur te rechtvaardigen, moet dat groeien tot ongeveer $4.200 mrd wanneer de markt volwassen is. Dat vraagt om circa 45% groei per jaar gedurende zeven jaar.

Juist die snelheid maakt deze investeringscyclus uitzonderlijk. Eerdere technologische revoluties waren qua omvang vergelijkbaar, maar AI-inkomsten moeten veel sneller opschalen. Voorlopig ligt de groei boven die drempel. Als investeringen sterk blijven toenemen terwijl de omzetgroei van AI-diensten terugvalt, ontstaat een problem.

Drie voorwaarden zijn daarom cruciaal: de groei van de investeringen moet uiteindelijk afvlakken, voldoende datacenters en elektriciteitscapaciteit moeten beschikbaar komen en klanten moeten economische waarde uit AI halen voordat de financiering van de infrastructuur moet worden vernieuwd.

Wie gaat er met de winst vandoor?

Voor McMullan is dat uiteindelijk de belangrijkste vraag voor beleggers. Zelfs als de AI-investeringsgolf als geheel voldoende rendement oplevert, wint niet iedere schakel in de keten. Sommige sectoren kunnen omzet verliezen, terwijl andere een groot deel van de nieuwe waarde naar zich toetrekken.

De vraag of AI voldoende waarde creëert, bepaalt of de investeringsgolf rationeel is. Wie die waarde weet binnen te halen, bepaalt het beleggingsrendement.