DNB: Het belang van onafhankelijke centrale banken in een instabiele wereld

DNB: Het belang van onafhankelijke centrale banken in een instabiele wereld

Centrale bank Monetair beleid

'De onafhankelijkheid van een centrale bank moet steeds opnieuw worden verdiend en verdedigd,' zei Olaf Sleijpen op 20 augustus 2026 in Paramaribo, waar hij sprak op uitnodiging van de Centrale Bank van Suriname.

'Mevrouw de President, Ministers, Gouverneur van de centrale bank, geachte aanwezigen, dames en heren,

Odi odi, Fa unu tang?

Ik wil u heel hartelijk danken voor de uitnodiging om hier te mogen spreken.

Het is mijn eerste keer hier in Suriname. Eerder vandaag mocht ik aanwezig zijn bij de feestelijke oplevering van het prachtig gerenoveerde Elisabeth Samson Huis.

En ook ik, als nuchtere en ietwat sceptische Nederlander, onderga de betovering, zoals velen voor mij die hebben beleefd. De kleuren, de geuren, de beweging, het bos. Maar misschien nog wel het meest uw overweldigende vriendelijkheid en gastvrijheid in switi Sranan. Uw land heeft mij betoverd en veroverd.

Nederlanders brengen traditioneel graag een bezoek aan Suriname. Vooral als het bij ons winter is – en heel wat minder in augustus, want dan is het hier te warm, voor ons, bleke Noorderlingen. Maar dat is aan het veranderen.

Hoewel we hier een oceaan ver van Nederland zijn, op een steenworp van de evenaar, omgeven door palmbomen – en mijn lichaam ondertussen denkt dat het bijna bedtijd is – is het hier qua temperatuur niet zo gek anders. In mijn koffer zit zowat hetzelfde wat ik nu in Nederland zou dragen. In het Limburgse Ell, in mijn geboortestreek, werd deze zomer zowaar een piek van 39,4 graden gemeten. Dat zijn wij niet gewend. U merkt hier vast ook veranderingen die u verbaasd doen kijken.

Onze wereld is flink in beweging, op manieren die ons soms voor grote verrassingen en uitdagingen plaatsen.

De impact van klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit wordt steeds duidelijker. Dit vormt ook een ernstige bedreiging voor onze economieën.

De internationale politieke situatie is in tientallen jaren niet zo dreigend geweest. Dat zorgt niet alleen voor politieke, maar ook voor economische onzekerheid. Hoewel Suriname en Nederland bijna 8000 kilometer van elkaar verwijderd zijn, raakt deze onzekerheid ons allebei.

Nieuwe technologieën brengen fundamentele veranderingen teweeg in de werking van financiële markten en instellingen én kunnen als wapen gebruikt worden om hun stabiliteit te ondermijnen. De cyberdreiging is ernstig en acuut.

Democratische waarden staan onder druk in grote delen van de wereld, evenals het vertrouwen in instituties. Polarisatie in het maatschappelijke en politieke debat neemt toe.

Alles lijkt op drift. Wat is de taak van centrale banken in zo’n instabiele wereld? Nou, ik denk vooral het leveren van stabiliteit. Zo goed als we kunnen. Prijsstabiliteit, financiële stabiliteit. Want dat is en blijft de bodem waarop we een duurzame economie kunnen bouwen. Die bodem moet stevig zijn. Zodat mensen kunnen sparen, wetend dat hun spaargeld veilig is. Zodat mensen een lening kunnen krijgen voor het kopen van een huis of het starten van een eigen bedrijf. Zodat mensen weten dat hun boodschappen volgend jaar nog ongeveer evenveel kosten als nu.

Om die stabiliteit te kunnen leveren, moeten centrale banken met een zekere mate van onafhankelijkheid van de politiek kunnen opereren. Maar ook in dat opzicht is het huidige klimaat niet gunstig. De afkalving van het vertrouwen in instituties raakt ook centrale banken en dat maakt hun werk moeilijker. Dat risico wordt vergroot door het afnemende respect voor hun onafhankelijkheid dat we in sommige landen zien. Hoe moeten centrale banken daarmee omgaan?

Dat is de vraag waar ik vandaag nader op in wil gaan. Maar voor ik daartoe kom: waarom is onafhankelijkheid van de centrale bank ook alweer belangrijk?

Sinds de hoge inflatie van de jaren ’70 zijn steeds meer centrale banken onafhankelijk van de overheid geworden. Overheden waren te vaak en te sterk in de verleiding gekomen de bestedingen op te voeren en de rente op de korte termijn te verlagen. Dat leidde steeds weer tot te hoge inflatie op een later moment.

Er zijn natuurlijk meer beleidsterreinen waar de korte en langere termijn kunnen botsen, denk aan het begrotingsbeleid. Maar in het monetaire beleid is deze afruil extra scherp, omdat de effectiviteit van het monetaire beleid staat of valt met het vertrouwen van het publiek in dat beleid. Als huishoudens en bedrijven erop rekenen dat de inflatie laag blijft, dan is dat vaak ook zo, en hoeft de centrale bank niet hard in te grijpen.

Onderzoek laat dan ook zien dat onafhankelijkheid van de centrale bank de geloofwaardigheid van het monetaire beleid vergroot. Dat resulteert in lagere inflatie, zonder dat dit ten koste gaat van de economische groei. Het is een van de meest robuuste resultaten uit de economische wetenschap: landen met een onafhankelijke centrale bank kennen gemiddeld een lagere inflatie en stabielere inflatieverwachtingen. Het omgekeerde is ook waar.

Ondanks deze economische inzichten kostte het in veel landen tijd en inspanning om het machtige instrument van het geld uit de greep van de overheid te bevrijden. In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld kreeg de Bank of England pas in 1998 beleidsmatige onafhankelijkheid. Ook in Nederland verliep dat proces niet zonder problemen.

In de jaren ’80 en ‘90 nam Nederland deel aan het Europees Wisselkoersmechanisme (ERM). Jarenlang was de monetaire strategie van De Nederlandsche Bank gebaseerd op het stevig koppelen van de Nederlandse gulden aan de Duitse mark. Iedere rentestap van de Duitse Bundesbank werd zo snel mogelijk gevolgd door een rentestap van DNB. Daarmee importeerden we met succes de geloofwaardigheid van de Bundesbank, die destijds gold als het toonbeeld van monetaire orthodoxie.

Na een herwaardering in 1983 van de Duitse mark ten opzichte van andere West-Europese valuta, besloot de Nederlandse regering – uit overwegingen van concurrentiekracht en tegen het advies van De Nederlandsche Bank in – de Duitse stap niet volledig te volgen. Dat bleek een kostbare beslissing, vooral voor de zwaar schuldbelaste Nederlandse overheid. Als gevolg van deze breuk met een jarenlang consequent gevoerd beleid stegen de Nederlandse rentetarieven ten opzichte van de Duitse. Beleggers eisten een duidelijk zichtbare risicopremie. Het duurde ongeveer tien jaar voordat dit renteverschil weer verdween.

De komst van de Economische en Monetaire Unie vormde een belangrijke stap voor de onafhankelijkheid van centrale banken in West-Europa. Duitsland stond erop, met steun van Nederland, dat het model van de onafhankelijke Bundesbank zou worden overgenomen door de nieuw opgerichte Europese Centrale Bank. In het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is vastgelegd dat de ECB ‘onafhankelijk is bij de uitoefening van haar bevoegdheden’. Belangrijk is dat deze onafhankelijkheid ook geldt voor de nationale centrale banken van de EU. Daardoor kan geen enkele lidstaat van de Europese Unie zelfstandig de onafhankelijkheid van de ECB wijzigen of intrekken.

Op basis van deze stevige juridische verankering denk ik dat de ECB er in het algemeen goed in is geslaagd een reputatie op te bouwen als een onafhankelijke centrale bank die vastberaden de inflatie bestrijdt. Dat begon met Wim Duisenberg als eerste President van de ECB. Ik mocht enkele jaren werken als zijn adviseur. Zoals u weet, is het bereiken van prijsstabiliteit niet zonder uitdagingen gegaan. Lange tijd bleef de inflatie hardnekkig onder de doelstelling, waarna de ECB overging tot een onorthodox kwantitatief verruimingsbeleid. Een beleid dat niet zonder controverse was. En dat achteraf gezien beperkt effectief is gebleken. Na de Covid-pandemie had het eurogebied juist te maken met hoge inflatie.

Maar de echte test voor de geloofwaardigheid van een centrale bank zijn de langetermijn inflatieverwachtingen. Deze zijn de afgelopen jaren min of meer in lijn geweest met de inflatiedoelstelling van de ECB. Ik denk dan ook dat we kunnen zeggen dat de geloofwaardigheid van de ECB – verankerd in het Verdrag en zorgvuldig opgebouwd over de afgelopen 25 jaar – ons veel heeft opgeleverd.

Op vergelijkbare wijze heeft de Centrale Bank van Suriname de laatste jaren een koers ingezet om haar reputatie als vastberaden bestrijder van de inflatie te versterken. De inflatie in Suriname is de afgelopen jaren fors gedaald, van 60% in 2021 naar 10% nu. Het belang van deze prestatie moet niet worden onderschat. Naarmate de geloofwaardigheid van de centrale bank groeit, zullen de inflatieverwachtingen afnemen. En bij een hogere geloofwaardigheid van de centrale bank kost het minder verlies van productie om de inflatie verder te verlagen dan 10%. Voor de mensen in Suriname betekent dit: een stabielere economie, meer banen en meer welvaart.

De onafhankelijke positie van de Centrale Bank van Suriname, als monetaire autoriteit maar ook als economische adviseur van de regering, is van groot belang. En het zal aan belang toenemen nu Suriname op de drempel van een nieuw economisch tijdperk staat. De verwachte inkomsten uit de verkoop van olie zijn een zegen voor Suriname, maar kunnen ook een grote uitdaging vormen.

Als u wilt weten hoe het niet moet raad ik u aan de Nederlandse economie in jaren ’60 en ’70 te bestuderen. Na de ontdekking van grote aardgasvelden stegen de overheidsinkomsten in rap tempo. Die werden aangewend voor een sterke stijging van de consumptieve uitgaven. Het gevolg was een stijging van de inflatie, een reële appreciatie van de gulden, verslechtering van de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie, en uiteindelijk recessie en werkloosheid. We hebben de twijfelachtige eer hiermee een nieuw begrip aan de economische wetenschap te hebben toegevoegd: de zogenaamde Dutch disease.

Waar de Nederlandse economie oververhit raakte, is het aan u om de zaken koel te houden. Door de olie-inkomsten vooral aan te wenden voor het versterken van het groeivermogen van de Surinaamse economie. Dat vereist een langetermijnvisie, en het doorzettingsvermogen om deze ten uitvoer te brengen. Sterke instituties, zoals een onafhankelijke centrale bank, kunnen daarbij helpen.

Laat ik nu terugkomen op mijn eerdere vraag: hoe kunnen centrale banken in de huidige tijd hun onafhankelijkheid bewaken?

Onafhankelijkheid van centrale banken is niet vanzelfsprekend. Het is iets wat ons door politiek en samenleving wordt gegeven. Dat is met goede economische redenen gebeurd, maar het kan ons ook weer worden afgenomen. De onafhankelijkheid van centrale banken staat de laatste jaren in verscheidene landen weer onder druk. De voorbeelden daarvan kennen we waarschijnlijk allemaal wel. Dat is gevaarlijk voor de economie, want het ondermijnt de geloofwaardigheid en daarmee de effectiviteit van de centrale bank.

Onafhankelijkheid moet dus steeds opnieuw worden verdiend en verdedigd. Stevige wetten en statuten die die onafhankelijkheid beschermen vormen een eerste verdedigingslinie. Zoals de Surinaamse Bankwet van 2022. Maar papier is geduldig. Het gaat ook om de praktijk. Minstens zo belangrijk zijn bestuurders die hun rug recht weten te houden als er van buiten druk op ze wordt uitgeoefend. In de woorden van Wim Duisenberg: ‘Goede centrale bankiers zijn net slagroom. Hoe harder je klopt, des te stijver wordt de room.’

Maar dat is niet voldoende. Onafhankelijkheid is het resultaat van vertrouwen en gezag. Dat moeten centrale bank elke dag weer verdienen door taken goed uit te oefenen. Door ervoor te zorgen dat het geld van de mensen zijn waarde houdt en veilig is bij de financiële instellingen, dat ze veilig en efficiënt kunnen betalen, en dat ons economisch onderzoek en advies relevant, gedegen en onafhankelijk is, met een luisterend oor naar de samenleving. Verder moeten we ons werk doen tegen aanvaardbare kosten, en moeten we als niet gekozen officials binnen het verleende mandaat blijven en verantwoording over beleidskeuzes afleggen aan de samenleving en de politiek. Daarom zijn centrale banken in de loop der jaren steeds transparanter geworden. Centrale-bank-onafhankelijkheid en transparantie zijn twee zijden van dezelfde medaille. Een onafhankelijke centrale bank zonder openheid mist checks en balances. Een dialoog met het publiek is dus belangrijk. Evenals goede werkrelaties met de overheid en de financiële sector.

Uiteindelijk hebben we het niet helemaal zelf in de hand. Centrale banken kunnen hun werk alleen doen als ze daarvoor de ruimte en het draagvlak krijgen van de politiek en de samenleving. Zodat ze een bron van stabiliteit kunnen blijven in een instabiele wereld. En voor koelte kunnen zorgen in een tijd van oververhitting.

Dat is niet alleen essentieel, het is ook gewoon verstandig. Want uiteindelijk heeft iedereen belang bij een stabiele en gezonde economie.

Dank u.'