Loomis Sayles: Amerikaanse autosector beleeft structurele omslag
De Amerikaanse autosector staat voor een structurele omslag die doet denken aan de schokken van de jaren zeventig. Dat zegt Alfred Parker, Credit Research Analist bij vermogensbeheerder Loomis Sayles, onderdeel van Natixis Investment Managers.
Destijds verloren Amerikaanse fabrikanten marktaandeel aan Japanse concurrenten na de oliecrises. Nu dreigen Chinese producenten een vergelijkbare rol te spelen. Tegelijkertijd wordt de sector geconfronteerd met stijgende investeringskosten, handelsbarrières en een afzwakkende vraag.
Volgens Parker zijn de leenkosten van Amerikaanse autofabrikanten nog altijd uitzonderlijk laag, ondanks een opstapeling van risico’s. Dat wijst er volgens hem op dat beleggers maar beperkt worden gecompenseerd voor de structurele en cyclische uitdagingen van de sector.
Snelle opkomst Chinese autofabrikanten
Een belangrijke ontwikkeling is de snelle opkomst van Chinese autofabrikanten. Zij breiden hun internationale positie uit met relatief betaalbare elektrische voertuigen die beschikken over geavanceerde batterij- en softwaretechnologie.
Bovendien gaat de ontwikkeling van nieuwe modellen in China sneller dan bij veel westerse concurrenten. Hierdoor kunnen Chinese producenten beter inspelen op veranderende marktomstandigheden en consumentenvoorkeuren.
Veel gevestigde Amerikaanse autofabrikanten bevinden zich in een lastige overgangsfase. Zij moeten winstgevende auto’s met verbrandingsmotoren blijven produceren en tegelijkertijd omvangrijke investeringen doen in elektrificatie en software-gedreven voertuigen. Die transitie is kostbaar.
Amerikaanse automakers hebben gezamenlijk bijna 50 miljard dollar aan bijzondere waardeverminderingen, versnelde afschrijvingen en andere lasten genomen die verband houden met die investeringen. Volgens Parker is dit een blijvende vernietiging van geïnvesteerd kapitaal, wat de activabasis voor toekomstige winstgroei verkleint.
Structurele druk
Ook de kapitaalintensiteit van de sector neemt toe. Omdat er meer kapitaal nodig is voor onderzoek, ontwikkeling en productie van nieuwe technologieën, ontstaat het risico dat het rendement op geïnvesteerd vermogen structureel onder druk komt te staan.
Wanneer dat rendement langdurig onder de kapitaalkosten blijft, kunnen autofabrikanten volgens Loomis Sayles gedwongen worden te kiezen tussen lagere winstgevendheid, hogere schulden of het terugschroeven van de investeringen.
Importheffingen zijn extra complicatie
Volgens Parker dwingen de importheffingen autofabrikanten om meer kapitaal te besteden aan het lokaal organiseren van productie waardoor er minder geld is voor innovatie en het verkleinen van de technologische achterstand op China. Hij trekt een parallel met de jaren zeventig en tachtig, toen protectionistische maatregelen de opmars van Japanse autofabrikanten vertraagden, maar uiteindelijk niet konden voorkomen.
Ook aan de vraagzijde zijn de vooruitzichten volgens Parker minder gunstig. De hoge aanschafprijzen en recordniveaus voor maandelijkse lease- en financieringslasten zijn momenteel vrijwel alleen op te brengen door consumenten met hogere inkomens. Tegelijkertijd lopen betalingsachterstanden op autoleningen op naar niveaus die in de buurt komen van hoogtes die tijdens de wereldwijde financiële crisis werden genoteerd.
Volgens Loomis Sayles kan een verschuiving naar minder winstgevende segmenten, in combinatie met kosteninflatie en hoge investeringsuitgaven de winstgevendheid van de autosector verder onder druk zetten. De waarderingen in de kredietmarkt weerspiegelen deze risico’s volgens de vermogensbeheerder momenteel onvoldoende.
Hoewel de voorkeur uitgaat naar ondernemingen met een breed aanbod qua aandrijftechnologie en een flexibele balans, blijft de sector in de ogen van Parker kwetsbaar voor een plotselinge herwaardering van de risico’s.