Carmignac: ECB maakt pas op de plaats in juli
Door Kevin Thozet, lid van het beleggingscomité bij Carmignac
De Europese Centrale Bank (ECB) zal naar verwachting haar beleidsrente aanstaande donderdag ongewijzigd laten op 2,25%.
Die beslissing zal niet als een verrassing komen. Na de renteverhoging in juni en de ondertekening van het memorandum of understanding in Islamabad hebben de markten hun verwachtingen voor een verdere verkrapping van het monetaire beleid op korte termijn grotendeels laten varen.
Inflatie blijft voor ECB belangrijker dan groei
De inflatie in de eurozone is gedaald tot 2,8%, lager dan de verwachtingen. Dat is vooral het gevolg van een tijdelijke daling van de olieprijzen. Maar laat je niet misleiden: net als een wapenstilstand kunnen lagere energieprijzen van korte duur zijn.
Nu het conflict opnieuw is opgelaaid, ziet het ECB-bestuur zich geconfronteerd met twee risico's: hogere energieprijzen die de inflatie aanjagen en een vertragende economische groei. Brentolie noteert opnieuw rond 90 dollar per vat, terwijl de consensusverwachting voor de economische groei in 2026 is verlaagd tot 0,5%. Dat ligt ruim onder het basisscenario van de ECB van 0,8%.
De recente inflatiecijfers vielen lager uit dan de ECB had verwacht. Het staakt-het-vuren in juni zorgde tijdelijk voor lagere energieprijzen. Beleggers blijven echter voorzichtig en houden rekening met een langere periode van hogere inflatie. Terwijl de ECB ervan uitgaat dat de inflatie in het tweede kwartaal van 2027 terugkeert naar 2%, liggen de marktverwachtingen dichter bij het ongunstige scenario van de centrale bank. In dat scenario loopt de inflatie tegen eind 2026 en begin 2027 op tot ongeveer 4%.
Vermoedelijk zal ECB-president Christine Lagarde zal daarom opnieuw benadrukken dat de economie veerkrachtig blijft, en dat de centrale bank de zogenoemde tweederonde-effecten scherp in de gaten houdt. Hogere olieprijzen kunnen immers leiden tot hogere looneisen, die vervolgens breder in de economie doorwerken. Volgens de meest recente ramingen van de ECB kunnen die effecten vanaf het derde kwartaal van 2026 zichtbaar worden.
Voorlopig geeft de ECB duidelijk voorrang aan de inflatierisico's boven het risico van een zwakkere economische groei. Lagere inflatiecijfers bieden voldoende ruimte om in juli te pauzeren, maar niet genoeg zekerheid om een renteverhoging in september uit te sluiten. De inflatierisico's blijven immers opwaarts gericht.
De vergadering van juli lijkt daardoor vooral een tussenstap. September wordt waarschijnlijk het belangrijkste beslismoment. De markt kent momenteel een kans van meer dan 80% toe aan een renteverhoging.
Tegen die tijd beschikt de ECB over een nieuwe reeks economische prognoses. Die kunnen een steviger fundament bieden voor het volgende rentebesluit. In de huidige geopolitieke omgeving is tijd winnen niet alleen een kwestie van voorzichtigheid, maar ook een beleidsinstrument.
Obligatiemarkten: voorkeur voor het middensegment van de rentecurve
Binnen de Europese obligatiemarkten biedt het segment met looptijden van twee tot vijf jaar momenteel het aantrekkelijkste risico-rendementsprofiel. De markt houdt nu rekening met meer dan twee renteverhogingen in de komende twaalf maanden. Daardoor zou de beleidsrente van de ECB oplopen tot 2,75% en vervolgens langere tijd op dat niveau blijven.
Dat scenario lijkt relatief restrictief in ten opzichte van het aangenomen neutrale renteniveau. Als uiteindelijk het niveau van beleidsrente dichter naar 2% tendeert, is er ruimte voor een neerwaartse aanpassing van de renteverwachtingen.
Tegen die achtergrond lijkt het middensegment van de rentecurve het aantrekkelijkst. Dat deel van de markt combineert een gunstig rendement met waarderingen die nog steun bieden en het grootste potentieel om te profiteren van een minder restrictief monetair beleid.