Loomis Sayles: Hernieuwbare energie werkt als geopolitiek schild
Loomis Sayles: Hernieuwbare energie werkt als geopolitiek schild
De aanhoudende volatiliteit van energieprijzen versterkt de economische argumenten voor hernieuwbare energie.
Volgens Alex Schober, sustainability-analist bij Loomis Sayles & Company (onderdeel van Natixis IM), kan hernieuwbare energie landen beschermen tegen schommelingen in olie- en gasprijzen door te fungeren als een ‘geopolitiek schild’. Voor beleggers kan dat leiden tot een geleidelijker inflatiepad, minder druk op overheidsfinanciën en meer economische veerkracht.
Uit een analyse van Loomis Sayles blijkt dat 56 van de 90 uitgevers van staatsobligaties netto-importeurs van energie zijn. Deze landen blijven kwetsbaar voor verstoringen op de energiemarkten, omdat hogere olie- en gasprijzen vaak leiden tot grotere handelstekorten, hogere inflatie en extra druk op de begroting.
'Wanneer energieprijzen stijgen, reikt het effect verder dan de pomp. Meer binnenlandse productie van hernieuwbare en nucleaire energie kan die schokken dempen. Landen met een groter aandeel zonne-, wind-, waterkracht-, geothermische of nucleaire energie hebben doorgaans minder import nodig om hun economie draaiende te houden', aldus Schober.
'De economische aantrekkelijkheid van hernieuwbare energie neemt toe. Hernieuwbare energie is op veel plaatsen kostentechnisch concurrerender geworden. Projecten voor zonne-energie en wind op land kunnen vaak sneller worden gerealiseerd dan traditionele fossiele projecten. Bovendien verlaagt lokale productie de afhankelijkheid van mondiale brandstofketens, en de logistieke en geopolitieke risico’s die daarbij horen.'
Europa heeft veel van de juiste voorwaarden
Landen die lage importafhankelijkheid combineren met een groeiend aandeel schone energie zijn het best gepositioneerd. In Latijns-Amerika bouwen onder meer Chili, Costa Rica en Uruguay al buffers op. Ook enkele frontiermarkten, zoals Kirgizië en Zambia, profiteren: daar vormt schone energie een groot deel van het primaire energieverbruik en is de importafhankelijkheid relatief laag.
Europa beschikt op lange termijn over de juiste voorwaarden. Het aandeel hernieuwbare energie is er snel gestegen en in meerdere landen komt een groot deel van de energie uit hernieuwbare en nucleaire bronnen. Op korte termijn blijft afhankelijkheid van geïmporteerd vloeibaar aardgas echter een risico, vooral bij krap aanbod.
'Als de druk op de energiemarkten aanhoudt, profiteren landen zoals Frankrijk en de Scandinavische landen waarschijnlijk eerder', wijst Schober. 'Daar komt al meer dan de helft van de primaire energie uit hernieuwbare en nucleaire bronnen. De grootste structurele verbeteringen zijn waarschijnlijk te zien in opkomende markten, waar de groei van hernieuwbare energie het sterkst is en vanaf een relatief laag uitgangsniveau vertrekt.'
Ook energie-intensiteit blijft een belangrijke factor. Schober: 'Hoeveel energie een economie nodig heeft om productie te realiseren, bepaalt in beangrijke mate de gevoeligheid voor prijsschokken. Efficiëntere economieën zijn doorgaans minder kwetsbaar, zelfs bij een vergelijkbare importafhankelijkheid.'
Vooruitgang is volgens hem echter niet vanzelfsprekend. 'Het is zinvol om drie factoren te volgen: de omvang van de energie-import, de groei van schone energie en de energie-efficiëntie van de economie. Energie is politiek, maar hoeft niet per se ontwrichtend te zijn.'