DNB: Aandachtspunten kapitaalbeheersing
DNB: Aandachtspunten kapitaalbeheersing
De meeste beleggingsondernemingen en beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s vinden zelf dat zij hun kapitaalbeheersing op orde hebben. Toch signaleert DNB een aantal veel voorkomende gebreken in de beheersing van de kapitaalpositie. Deze verdienen aandacht.
Welke aandachtspunten ziet DNB?
Beleggingsondernemingen en beheerders van beleggingsinstellingen en icbe’s hebben in het eerste kwartaal van 2026 een vragenlijst ingevuld over de beheersing van hun kapitaalpositie. De meeste instellingen beoordelen zelf dat zij de basis van het kapitaalbeheer op orde hebben. Tegelijkertijd signaleert DNB vijf veel voorkomende gebreken:
1) ICARAP en periodieke actualisatie
Niet alle instellingen voeren het ICARAP voldoende frequent uit. Beleggingsondernemingen dienen te beschikken over een adequaat en actueel ICARAP-document gebaseerd op hun interne kapitaal‑ en risicobeoordelingsproces (ICARAP). Dit proces weerspiegelt continu de risico’s en kapitaalbehoefte van de onderneming en wordt in de praktijk ten minste jaarlijks integraal herzien, alsook bij materiële wijzigingen. Zonder een actueel ICARAP-document heeft een instelling beperkt inzicht in de toereikendheid van het kapitaal en de beheersing van risico’s.
2) Kapitaalprognoses
Veel instellingen maken geen kapitaalprognoses voor meerdere jaren. Dit beperkt het vermogen om tijdig te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen in de kapitaalpositie. DNB verwacht dat instellingen beschikken over meerjarige kapitaalprognoses en dat op basis daarvan tijdig wordt bijgestuurd (op basis van artikel 24a1 Bpr en artikel 23a, sub b Bpr).
3) Dividendbeleid en verificatie van winst
Uit de uitvraag blijkt dat meerdere instellingen (tussentijdse) dividenden uitkeren uit andere bronnen dan de (tussentijds) geverifieerde winst. Dit is fout: ondernemingen kunnen (tussentijdse) dividenden alleen uitkeren als een winst (tussentijds) is geverifieerd. Anders kan een onverwacht kapitaaltekort ontstaan.
4) Intra‑groepsposities en contractuele vastlegging
Veel instellingen hebben financiële relaties binnen de groep, zoals leningen en rekening‑courantverhoudingen. In een aantal gevallen ontbreken onderliggende rechtsgeldige contracten. Dit raakt de transparantie en kan gevolgen hebben voor de beoordeling van de kapitaalpositie. Daarnaast geldt dat intra‑groepsfinanciering, met name wanneer sprake is van (directe of indirecte) financiering van aandeelhouders voor kapitaalinbreng, ertoe kan leiden dat kapitaal niet kwalificeert als CET1‑kapitaal.
5) Kwaliteit van kapitaal
Uit de uitvraag blijkt dat veel instellingen meerdere soorten aandelen hebben uitstaan. Ook geeft een deel van de instellingen aan dat op aandelen regelingen van toepassing zijn waardoor sprake kan zijn van preferentie bij winstuitkeringen of liquidatie.
Dit kan ertoe leiden dat kapitaalinstrumenten niet kwalificeren als CET1‑kapitaal, bijvoorbeeld indien sprake is van preferente rechten. DNB verwacht dat instellingen zelf expliciet toetsen of hun kapitaalstructuur voldoet aan de vereisten uit de Capital Requirements Regulation (CRR).
Wat doet DNB met de uitkomsten?
DNB zal de uitkomsten van de vragenlijst betrekken in het risicogebaseerd toezicht. Antwoorden die duiden op verhoogde risico’s kunnen aanleiding geven tot nader onderzoek of vragen aan de betreffende instellingen.