Ronde Tafel '10 jaar SDG’s': Balanceren tussen impact, risico en rendement
Ronde Tafel '10 jaar SDG’s': Balanceren tussen impact, risico en rendement
Tien jaar na de lancering van de Sustainable Development Goals kunnen we de eerste balans opmaken. Hoe effectief zijn de doelen geweest in het stimuleren van duurzame ontwikkelingen en verantwoord beleggen? En welke rol hebben zij gespeeld in de wijze waarop institutionele beleggers hun beleid en processen inrichten om maatschappelijke impact te verbinden met financieel rendement?
Door Daphne Frik
|
VOORZITTER: Piet Klop, PGGM
DEELNEMERS: Sven van den Beld, DNB Raquel Criado Larrea, a.s.r. vermogensbeheer Claudia Kruse, APG Asset Management Anna Pot, Rijksoverheid Paul Ruijs, Robeco Dirk Schoenmaker, Erasmus Universiteit, Sustainable Finance Lab, PFZW Rob van Tulder, Erasmus Universiteit Rotterdam |
In hoeverre hebben de SDG’s beleggers geholpen duurzaam heid te definiëren en hun investeringen hierop af te stemmen? Hebben ze de groei van duurzaam belegd vermogen gestimuleerd?
Paul Ruijs: ‘Wij hebben de SDG’s zeker omarmd als een blauwdruk voor duur zaam investeren. De doelen maken duurzame ontwikkeling heel specifiek dankzij de vele targets en indicatoren, waardoor we de activiteiten van bedrijven kunnen linken aan deze doelen. Het is een universele blauwdruk waar alle landen zich achter hebben geschaard. Voorafgaand aan de SDG’s had iedereen zijn eigen definitie van duurzaamheid. Dit framework voorkomt cherrypicking en dwingt tot een integrale benadering. We hebben een enorme toename gezien van SDG-beleggingen, inmiddels zo’n 45 miljard euro, ongeveer 25% van ons beheerd vermogen. Maar de markt zit nu in een moeilijkere fase van de hype-cycle met minder momentum en meer aandacht voor performance. Een gebalanceerde aanpak van impact, risico en rendement kan daarbij helpen.’
Rob van Tulder: ‘De overgang van de Millennium Development Goals naar de SDG’s is cruciaal geweest: van een overheidsgedreven agenda naar één waarin de private sector expliciet werd betrokken. De dashboard-benadering is waanzinnig belangrijk. We hebben de hype gehad, nu begint het echte werk: implementatie. Wereldwijd is er nog steeds enorm veel energie rond deze agenda. De SDG’s zijn en blijven leidend.’
Sven van den Beld: ‘Vanuit toezicht zien wij ook dat de SDG’s een gemeenschappelijk kader hebben gecreëerd dat veel pensioenfondsen helpt om duurzaamheid structureel in hun beleid te verankeren. De uitdaging zit nu in de implementatie: niet alleen beleid op papier, maar ook aantoonbare sturing op materiële impact en risicobeheersing. Dat vraagt om duidelijke indicatoren en transparantie.’
Raquel Criado Larrea: ‘Tegelijkertijd moeten we kritisch naar onszelf blijven kijken: ik ervaar dat de SDG’s vaak vooral aangeven waarom we iets moeten doen, en minder hoe we het moeten doen. Het raamwerk helpt ons systemische risico’s te begrijpen, maar de vertaling naar concrete beleggingen en indicatoren blijft uitdagend. We refereren er vaak aan, maar het blijft lastig te kwantificeren hoeveel kapitaal er nu echt dankzij de SDG’s wordt belegd.’
Dirk Schoenmaker: ‘Ik denk dat er twee dingen nodig zijn. De kracht van de SDG’s is hun holistische karakter: ze gaan greenwashing en shoppen tegen. Maar er schuilt ook een gevaar: veel indicatoren zijn sociaal of economisch, waardoor milieufactoren ondergesneeuwd raken. We moeten de S en de E apart wegen, en allebei evenveel gewicht geven. Anders lijken we vooruit te gaan, terwijl het milieu verslechtert.’
Van Tulder: ‘Daarom is die dashboard aanpak zo belangrijk. Iedereen maakt er een index van, een soort ongewogen gemiddelde, en dáár zit het probleem. We moeten leren wegen en contextualiseren. De agenda is niet irrelevant geworden, integendeel: juist nu moeten we haar verdiepen.’
Hoe hebben de SDG’s investeerders geholpen bij het vinden van een balans tussen risico, rendement en duurzaamheid?
Ruijs: ‘De SDG’s bieden een lens om een impactdimensie te integreren in het beleggingsproces. Dit maakt het mogelijk om risico, rendement en impact in samen - hang te bekijken. Die 3D-aanpak van impact, risk en return is nodig om echt schaal te bereiken en daarmee een betekenisvolle bijdrage te leveren richting 2030.’
Kijk breder – in blended finance, coöperaties, familiebedrijven, publieke en sociale investeringen, dan kun je voor elk doel een vorm van financiering vinden.
Claudia Kruse: ‘Beleggers hebben consistente en betrouwbare informatie nodig. Daarom hebben wij samen met PGGM, BCI en AustralianSuper het SDI Asset Owner Platform opgezet om een datagedreven, wereldwijde standaard voor SDG-beleggen vast te stellen. Die is nu net overgenomen door NetPurpose. Deze SDG-informatie, door beleggers en voor beleggers, stelt beleggers in staat bewuster te kiezen: welke beleggingen dragen daadwerkelijk bij en welke niet? Zo komt die afweging tussen risico, rendement en duurzaamheid vanzelf in het beleggings proces terecht.’
Van den Beld: ‘Voor ons is die balans essentieel. Risico en rendement zijn goed kwantificeerbaar, impact veel minder. Daarom vragen wij instellingen om helder te zijn over aannames en methodologieën. Daarnaast is het belangrijk om onderscheid te maken tussen dubbele materialiteit: enerzijds het beheersen van externe risico’s, anderzijds het realiseren van daadwerkelijke impact. Dat zijn twee verschillende perspectieven die beide aandacht verdienen.’
Anna Pot: ‘Maar misschien moeten we even een stapje terug doen. De vraag was of deze 3D-aanpak de belegger heeft geholpen. Maar het feit dat we überhaupt over 3D-beleggen praten, in een wereld die gepolariseerd en onrustig is, zegt veel. De SDG’s vormen nog steeds onze North Star: een gezamenlijk kompas dat we met alle VN-lidstaten hebben vastgesteld, hoe verschillend we ook zijn. Het is onze actie agenda. Dankzij die afspraken kunnen pensioenfondsbestuurders zeggen: we beleggen voor een duurzame wereld, want anders hebben we geen toekomst. Vanuit mijn huidige rol zie ik dat elke lidstaat daar verantwoording over aflegt, hoe moeizaam soms ook. Dat is uniek: het houdt ons op koers, ondanks alle geo - politieke spanningen. De SDG’s bieden richting en taal voor samenwerking tussen overheden, beleggers en bedrijven. Ze maken duidelijk waarom we dit doen. En misschien nog belangrijker: de agenda heeft ongelooflijk veel creativiteit losgemaakt. Universiteiten, kennisinstellingen, bedrijven, NGO’s, iedereen werkt, op zijn eigen manier, aan diezelfde North Star. Natuurlijk zitten daar ook wel eens minder goed doordachte initiatieven en marketing- verhalen tussen, maar dat hoort bij een breed maatschappelijk proces. Wat telt, is dat er een gemeenschappelijk kader is.’
Focus is geen zwakte, maar een manier om energie te richten. Als je kiest voor een beperkt aantal SDG’s, kun je daar echt impact maken.
Is het een probleem dat sommige SDG’s buiten de boot vallen omdat er moeilijk in te beleggen valt?
Kruse: ‘Ik denk dat het juist goed is als er bewuste keuzes worden gemaakt. Nederlandse pensioenfondsen hebben allemaal hun eigen aanpak gekozen, vaak gebaseerd op wat hun deelnemers belangrijk vinden. Die verbinding met de achterban, wiens vermogen je belegt, is cruciaal. Of je nu breed belegt of focust op een paar specifieke SDG’s, zolang het consistent en transparant is, vind ik dat juist krachtig.’
Van den Beld: ‘Keuzes maken hoort erbij. Voor ons draait het vooral om de consistentie en governance van de gemaakte keuzes. Als bepaalde SDG’s gekozen worden of juist niet, moet dat goed onderbouwd zijn – bijvoorbeeld omdat het niet materieel is of omdat beleggen in bepaalde SDG’s niet past binnen het risicoprofiel. Wij kijken vooral naar het proces: hoe worden keuzes gemaakt en hoe draagt beleid bij aan het realiseren van prioriteiten.’
Criado Larrea: ‘Focus is geen zwakte, maar een manier om energie te richten. Als je kiest voor een aantal SDG’s, kun je daar echt impact maken. Dat neemt niet weg dat je wel de consistentie met de andere doelen moet bewaken: ze hangen allemaal met elkaar samen. We moeten blijven erkennen dat elke SDG onderdeel is van het grotere geheel en dat ze elkaar beïnvloeden.’
Schoenmaker: ‘In de praktijk moet je keuzes maken, maar we moeten opletten dat we blijven aansluiten bij onze deel nemers, want anders raken we het draagvlak kwijt. Polarisatie ontstaat als technocraten besluiten nemen zonder verbinding met de mensen namens wie ze beleggen. En ja, sommige doelen zijn lastiger te meten of te beleggen, zoals biodiversiteit, maar dat is geen reden om ze te negeren. We moeten ze juist ontwikkelen, ook al zijn de indicatoren nog niet perfect. Niet handelen kan uiteindelijk duurder zijn: the cost of doing nothing.’
Van Tulder: ‘Er bestaat eigenlijk geen SDG waar je niet in kunt beleggen. Alleen als je beleggen heel smal definieert, lijkt dat zo. Maar kijk breder – in blended finance, coöperaties, familiebedrijven, publieke en sociale investeringen – dan kun je voor elk doel een vorm van financiering vinden. De uitdaging ligt niet in de doelen zelf, maar in hoe we de middelen en partners organiseren.’
Tot nu toe lag de focus van SDG beleggen vooral op de publieke aandelenmarkten. Maar ligt de grootste impact niet juist in de private markten? En waar zit de echte additionaliteit van onze beleggingen?
Kruse: ‘Wij hebben een gezamenlijk ontwikkelde SDI-taxonomie toegepast op zowel beursgenoteerde als private markten, omdat het framework voor de hele portefeuille werkt. Juist in de private markt liggen veel kansen: daar beleg je voor de lange termijn en kun je echt laten zien dat het van toegevoegde waarde is. Bovendien heb je als belegger in bijvoor beeld real estate en infrastructuur vaak meer toegang tot informatie om te beoordelen wat er daadwerkelijk gebeurt.’
Criado Larrea: ‘In het begin was SDG beleggen voor ons vooral gericht op aandelen. Daar bestond meer informatie die wij consistent konden meten. Maar het framework is juist uitstekend toepas baar op private markten. Wanneer je in transities denkt, kun je met gerichtere investeringen de nodige transities direct financieren en versnellen.
Open access is echt cruciaal. We kunnen pas goede duurzaamheidsanalyses uitvoeren als iedereen toegang heeft tot dezelfde basisinformatie.
Schoenmaker: ‘Om toch even kritisch te zijn hier: we besteden veel tijd aan het bewijs van additionaliteit, maar uiteindelijk gaat het erom dat we de juiste keuzes maken en echte transities ondersteunen. Of iets additioneel is, vind ik minder belangrijk dan of het bijdraagt aan de verandering die nodig is. Denk in termen van transitie: helpen onze beleggingen de overgang naar een duurzame economie versnellen?’
Van Tulder: ‘Precies. Er zijn allerlei vormen van leverage en spillover-effecten die we nog onvoldoende in kaart brengen. De private markt omvat veel meer dan alleen bedrijven: coöperaties, familieonder nemingen, lokale initiatieven. Die lopen vaak voorop, maar weten niet altijd hoe ze financiering kunnen aantrekken. De uitdaging is om die werelden te verbinden en juist daar de transitie te versnellen.’
Pot: ‘Ook vanuit investeringen door de overheid en ontwikkelingshulp kijken we naar de reële impact: wat verandert er daadwerkelijk? De pensioendeelnemer of belastingbetaler wil begrijpen waarom we dit doen en wat het oplevert. Dat kun je uitleggen met concrete voorbeelden, niet alleen met cijfers. Het gaat om het zicht bare verschil dat investeringen maken in de echte wereld.’
Van Tulder: ‘Mag ik hier een vraag over stellen? We hebben jarenlang gezien dat publiek-private partnerschappen wel geld vrijmaakten, maar dat de effectiviteit onduidelijk bleef. Is dat inmiddels verbeterd?’
Pot: ‘We moeten ons continu blijven verbeteren om goed inzicht te houden in de effectiviteit van investeringen, zonder te verzanden in bureaucratie. Het gaat erom dat we leren van projecten, samen werken en steeds scherper meten wat echt werkt. Alleen dan kunnen we publiek en privaat kapitaal gericht inzetten om duurzame ontwikkeling te versnellen.’
Hebben beleggers harde data uit de reële economie nodig om de balans tussen risico, rendement en maatschappelijke impact goed te kunnen bepalen?
Schoenmaker: ‘Het gaat uiteindelijk om de verandering in de reële economie. We zijn te veel gaan leunen op ESG-ratings en modellen die vooral invuloefeningen zijn. Maar het draait om wat er werkelijk verandert: CO₂-reductie, biodiversiteit, sociale vooruitgang. Dat is precies het idee achter onze Futureproof Index: meten wat er daadwerkelijk gebeurt, met schaduwprijzen en echte economische effecten. Alleen zo krijg je zicht op de échte delta.
Criado Larrea: ‘Als we wachten tot alles perfect meetbaar is, dan handelen we nooit. Natuurlijk moeten we blijven onderzoeken en verbeteren, maar we mogen de nood zaak van actie niet laten afhangen van data. Impact is al zichtbaar in de transities die we ondersteunen, niet alleen in cijfers.’
Schoenmaker: ‘Dat klopt, maar we moeten die transities wel inzichtelijk maken. Denk aan de eiwittransitie, van dierlijk naar plantaardig eiwit. Dat heeft enorme effecten op landgebruik en biodiversiteit. Als we dat soort hefboompunten kunnen meten, kunnen we beleid en beleggingen veel gerichter sturen. Dan weet je waar de echte impact zit. En ik vind jullie ASR Dutch Farmland Fund een goed voorbeeld, waarvoor jullie samen met Rabobank met de open bodemindex een framework hebben ontwikkeld waarbij landeigenaren worden beloond met lagere pacht als ze duurzaam werken. Daarmee verbeter je de bodemkwaliteit én vergroot je de waarde van de belegging. Dat is een echte win-winsituatie.’
Criado Larrea: ‘Klopt, ik vind dat idee van transities heel belangrijk: ook onze eigen transitie als sector. We moeten blijven innoveren, nieuwe modellen ontwikkelen en durven experimenteren, ook als nog niet alles perfect is. Dat voortdurende leren en aanpassen is juist de katalysator voor verandering. Wij praten over de transformatie in termen als ‘from brown-to-green’, maar het gaat om de hele delta die we zelf teweegbrengen, voor alle SDG’s.’
Ruijs: ‘Binnen onze organisatie kijken we zowel naar de bijdrage van bedrijven aan de SDG’s als naar hun eigen transitie. Welke doelen hebben ze gesteld? Hoe geloofwaardig zijn die? En wat zien we in de cijfers terug aan investeringen en voortgang? We proberen die veranderingen zoveel mogelijk te kwantificeren, maar ook tastbaar te maken, zodat mensen begrijpen wat er in de echte economie gebeurt.’
Juist in de private markt liggen veel kansen: daar beleg je voor de lange termijn en kun je echt laten zien dat het van toegevoegde waarde is.
Van Tulder: ‘Die leverage points in kaart brengen, waar onze investeringen het verschil kunnen maken, vind ik heel belangrijk. Tegelijkertijd moeten we oog houden voor de barrières en stranded assets: waar investeren we in neergaande sectoren terwijl we weten dat die op termijn niet duurzaam zijn? De echte waarde zit in het verleggen van kapitaal naar de opkomende, toekomstbestendige economie.’
Criado Larrea: ‘De uitdaging is timing: gelijk hebben is niet genoeg, je moet ook gelijk krijgen. De huidige markt beweegt niet altijd mee met de langetermijn behoeften. Daarom is het zo belangrijk om onze aannames te blijven toetsen aan wat er in de reële economie gebeurt.’
Van den Beld: ‘Daarnaast moeten we wel beseffen dat de huidige ESG-data vaak niet het hele verhaal vertellen: tijdreeksen zijn kort, hebben beperkte representativi teit of bevatten subjectieve elementen. Daarom stimuleren wij betere data standaarden en open access, zodat we steeds beter ‘het juiste verhaal’ uit de data kunnen halen.’
De kwaliteit van duurzaamheids data laat nog vaak te wensen over. Zijn de beschikbare gegevens inmiddels goed genoeg om risico, rendement en maatschappelijke impact gelijkwaardig te kunnen afwegen, of is de sector daar nog niet klaar voor?
Pot: ‘Data zijn nooit perfect, en dat hoeft ook niet. De vraag is vooral: zijn de gegevens goed genoeg om richting te geven? In beleid en diplomatie werken we voortdurend met onvolledige informatie. Toch nemen we beslissingen, leren we, en sturen we bij. Zo zou het ook in de beleggingswereld moeten zijn: durf te handelen met onzekerheid, zolang de koers helder blijft. We hebben de neiging om te wachten tot alles meetbaar is, maar dan loop je achter de feiten aan. Data zijn een hulpmiddel, niet een voorwaarde om te bewegen. Het belangrijkste is dat we de juiste vragen stellen: wat willen we weten, waarom willen we dat weten, en hoe helpt die kennis om beter te sturen op maat schappelijke impact? Als we dat scherp hebben, volgt de datakwaliteit vanzelf. En er is ook een menselijk element: cijfers overtuigen niet automatisch. Wat mensen raakt, zijn verhalen die laten zien wat de data betekenen. De combinatie van kwalitatieve inzichten en kwantitatieve metingen maakt duurzaamheidsdata pas krachtig. Dat geldt net zo goed voor beleid als voor beleggen.’
Schoenmaker: ‘Eens. We krijgen steeds meer data, maar nog niet van de kwaliteit die nodig is om impact echt naast risico en rendement te zetten. Veel cijfers blijven oppervlakkig of niet vergelijkbaar. De uitdaging is om data te gebruiken die iets zeggen over de reële economie – over emissies, bodemkwaliteit, sociale effecten in plaats van alleen over beleid en processen.’
Van Tulder: ‘Misschien moeten we funda menteel anders kijken naar wat we ‘markten’ noemen. We spreken vaak over markten alsof het abstracte, zelfregulerende systemen zijn, maar in werkelijkheid bestaan ze uit relaties, tussen investeerders, banken, bedrijven en gemeenschappen. De dynamiek van een markt wordt bepaald door de spelers, hun grootte en hun onderlinge betrouwbaarheid. Wat ik vaak mis, is dat beleggers en banken hun rol te veel legitimeren binnen die marktdynamiek, terwijl het juist gaat om de kwaliteit van relaties en ondernemingsvormen. Ik kom net terug uit de Filipijnen, waar banken boetes krijgen als ze niet investeren in kleine boeren. En wat doen ze? Ze betalen liever de boete, omdat ze niet weten hoe ze wél kunnen investeren in die lokale economie. Tegelijkertijd werken we daar met coöperaties die laten zien dat het anders kan, door opnieuw na te denken over ondernemerschap, risico’s en vertrouwen. Het punt is: we moeten af van de ‘performance illusions’ van markten en terug naar de basis. Niet de markt als systeem moet centraal staan, maar de ondernemingen en partners die echt waarde creëren. Sommige bedrijven zijn simpelweg betrouwbaarder, duurzamer en effectiever in het realiseren van maatschappelijke doelen. Dáár zouden we onze risicoanalyses op moeten baseren. Beursgenoteerde ondernemingen kunnen dan juist meer risico opleveren, omdat ze vaak verder van die reële relaties afstaan. Het gaat dus om herwaardering van het relationele, niet het puur financiële perspectief.’
Toegang tot data zou geen concurrentievoordeel moeten zijn, maar een gedeelde basis. Alleen als data breed beschikbaar zijn, kunnen we elkaar corrigeren, leren en verbeteren.
Introduceren we niet onbedoeld biases in onze beleggings beslissingen omdat wij focussen op wat meetbaar is, in plaats van op wat werkelijk fundamenteel is?
Schoenmaker: ‘Ja, dat is eigenlijk een bijna filosofische vraag: is iets alleen kenbaar als je het in een getal kunt uitdrukken? Of kun je ook inzicht hebben zonder dat alles kwantificeerbaar is? Kijk naar hoe een analist bij JPMorgan een waardering van een bedrijf opstelt, daar zitten ook gewoon keuzes in. Daarom heb je ervaren beleggers en analisten nodig die bedrijfsmodellen begrijpen en een oordeel kunnen vormen over of een bedrijf echt bijdraagt aan duurzaamheid. Het gaat dan niet om de getalletjes, maar om inzicht en ervaring.’
Kruse: ‘Precies. Het draait om inzicht en expertise: om de mogelijkheid én de moed om een oordeel te vormen. Dat blijft mensenwerk. En dat is nooit zwart-wit.’
Van Tulder: ‘Ik hoor in die vraag ook een soort angst doorklinken: dat het allemaal te complex wordt, dat we het niet kunnen meten. En dan is de reflex om het simpel te maken: om alleen nog te kijken naar wat meetbaar is, naar marktcijfers. Terwijl juist de gemengde, complexe bedrijfs modellen het interessantst zijn. Daar zitten de leiders met visie, de bedrijven die transities echt vormgeven. Ja, dat is ingewikkeld, maar dáár gebeurt het. ‘Know what you invest in’, zou ik zeggen. Begrijp de ondernemingsvorm, de ambitie, de context. Dan pas kun je de SDG-agenda echt voelen. Narratieven en cijfers horen daarbij, maar de verhalen zijn minstens zo belangrijk als de data. Veel familiebedrijven en coöperaties werken al zo: complex, maar met een sterke maatschappelijke drijfveer. Daar kun je dus ook in investeren.’
Van den Beld: ‘Als toezichthouder zien wij inderdaad dat modellen en scores vaak een voorkeur hebben voor SDG’s waar data voor beschikbaar zijn. Dat kan leiden tot een vertekening en zelfs tot concentratie risico’s. Wij benadrukken daarom het belang van kwalitatieve oordeelsvorming naast kwantitatieve metrics. Toezicht is geen box-ticking: het gaat om het begrijpen van businessmodellen, transitieplannen en governance. Meetbaarheid mag geen excuus zijn om fundamentele risico’s te negeren.’
Pot: ‘Ja, en dat raakt precies aan die bias waar je op doelde. Als we te veel focussen op wat meetbaar is, op data, op rankings, op lijstjes, dan lopen we een enorme kans mis. Want juist innovatie, de vernieuwing die nodig is om duurzame ontwikkeling te realiseren, is per definitie ongewis. Dat kun je niet volledig meten of voorspellen. Als we dat risico vermijden omdat het niet in een spreadsheet past, laten we de motor van verduurzaming stilvallen. En dat zou zonde zijn, zeker voor lange termijnbeleggers.’
Ruijs: ‘Een heel terecht punt. Er zit inder daad een duidelijke bias in de metrics die veelal worden gebruikt. Grote bedrijven met uitgebreidere rapportages krijgen betere ESG-scores dan kleinere onder nemingen, alsook bedrijven in ontwikkelde landen vergeleken met bedrijven in opkomende markten. Daardoor ontstaat een vertekening. Met een SDG-lens proberen we dat te doorbreken. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat SDG-scores een veel neutraler speelveld opleveren.’
Hoe kunnen AI en open access databases helpen om fundamen tele duurzaamheidsanalyse toegankelijker en efficiënter te maken?
Schoenmaker: ‘AI kan enorm helpen om grote hoeveelheden data te ordenen en verbanden te leggen die we zelf niet zien. Maar het blijft mensenwerk om te bepalen wat relevant is. Zonder context en moreel kompas gaat het mis.’
Juist innovatie, de vernieuwing die nodig is om duurzame ontwikkeling te realiseren, is per definitie ongewis. Dat kun je niet volledig meten of voorspellen.
Criado Larrea: ‘Eens. AI kan ons tijd besparen, bijvoorbeeld in rapportages, en het kan beter inzicht geven in trends, maar de interpretatie moet bij mensen blijven. We moeten waken voor de illusie van objectiviteit: ook algoritmes hebben hun biases. Daar kunnen wij nog geen investeringsbeslissingen op baseren.’
Van Tulder: ‘Wij werken aan een wereldwijde open-access Living Wage database, gesponsord door onder meer Unilever en andere grote partijen. Maar wat me opvalt, is dat zulke initiatieven nog te vaak als een markt worden benaderd in plaats van als een gedeeld publiek goed. Dat is teleurstellend, want het idee was juist om data samen te brengen en beschikbaar te maken voor iedereen. Het is een goed voorbeeld van hoe we níet moeten eindigen met samenwerking: ieder voor zich, in plaats van echt open en collectief.’
Schoenmaker: ‘Open access is echt cruciaal. We kunnen pas goede duurzaam heidsanalyses uitvoeren als iedereen toegang heeft tot dezelfde basisinformatie. Zolang data achter betaalmuren zitten, blijft duurzame analyse een luxeproduct, alleen bereikbaar voor grote partijen met diepe zakken. Dat remt innovatie en transparantie. We hebben open data nodig om inzichten te kunnen toetsen, om samenwerking te stimuleren, en om een eerlijk speelveld te creëren tussen publieke instellingen, beleggers en wetenschap.’
Ruijs: ‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Toegang tot data zou geen concurrentie voordeel moeten zijn, maar een gedeelde basis. Alleen als data breed beschikbaar zijn, kunnen we elkaar corrigeren, leren en verbeteren. Dat is de enige manier om geloofwaardig te blijven.
Pot: ‘Volledig mee eens. Open access is niet alleen een technische, maar ook een morele kwestie. Transparante en toeganke lijke data versterken het vertrouwen van burgers, pensioenfondsen en beleids makers. Mensen willen weten waar hun geld naartoe gaat, en waarom dat bijdraagt aan duurzame ontwikkeling. Dat kun je alleen uitleggen als de onderliggende informatie open en controleerbaar is. En bovendien: als we willen versnellen richting de SDG’s, kunnen we het ons niet veroorloven om kennis op te sluiten. Open access is samenwerking in de praktijk.’
Hoe kunnen we de integriteit van het holistische SDGmodel behouden, terwijl de druk toeneemt – met name vanuit de VS – om duurzaam beleggen anders te positioneren of te verpakken?
Van Tulder: ‘In de VS zie je dat bedrijven onder politieke druk bepaalde woorden vermijden, maar de meeste gaan gewoon door met duurzaamheid, omdat het een sterke businesscase blijft. De SDG-agenda verdwijnt niet, ze evolueert. De uitdaging is om haar te verbeteren, niet te idealiseren. Het is nog steeds het beste framework dat we hebben.’
Criado Larrea: ‘Omstandigheden zijn veranderd, maar de behoeften niet. Nu moeten we slim omgaan met de retoriek en de taal. Wanneer je niet mag praten over inclusie, worden nu andere termen gebruikt, zoals belonging. Dat is prima, zolang de waarden, en de acties, overeind blijven. We mogen de ethische dimensie niet vergeten, ook al verandert het vocabulaire.’
Kruse: ‘Bij APG maken we het juist concreet en vertalen we het, samen met onze klanten, naar thema’s als klimaat, natuur en arbeidsomstandigheden. Door het tastbaar te maken geef je richting. Focus is geen verzwakking van het holistische model, maar een manier om het werkbaar te houden.’
Van den Beld: ‘Voor ons is het uitgangs punt helder: duurzaamheid is geen ideologie, maar een randvoorwaarde voor financiële stabiliteit. Wij positioneren het SDG-raamwerk als een instrument om langetermijnrisico’s te beheersen. De terminologie kan veranderen, maar de onderliggende noodzaak blijft: zonder leefbare economie is er geen solide financieel systeem. Toezicht moet zich richten op het waarborgen van die integriteit, ongeacht politieke dynamiek.’
Voor ons is het uitgangspunt helder: duurzaamheid is geen ideologie, maar een randvoorwaarde voor financiële stabiliteit.
Schoenmaker: ‘Langetermijnwaarde creatie is een goed alternatief voor ideologische taal. Zonder leefbare wereld heb je ook geen rendement. Als we het systeemdenken vasthouden, dat ecologische en sociale transities onlosmakelijk verbonden zijn aan een leefbare wereld, blijft het SDG-framework impliciet overeind.’
Ruijs: ‘De kern van de SDG’s blijft ook na 2030 relevant: armoede, gelijkheid, klimaat, biodiversiteit. Misschien moeten we scherper focussen op die einddoelen, maar de holistische structuur moet blijven. Ze biedt een universele taal en richting voor de toekomst.’
Zijn er slotopmerkingen?
Pot: ‘Duurzaamheid is een gezamenlijke opgave die verder gaat dan cijfers en rapportages. Data, beleid en investeringen zijn middelen, geen doelen op zich. Wat telt, is de samenwerking tussen sectoren, landen en mensen die geloven dat het anders kan. We moeten ons blijven realiseren dat de SDG’s een universele taal vormen, waarin iedereen, van overheden tot pensioen fondsen en bedrijven, zijn eigen verant woordelijkheid kan vinden. Dat gezamen lijke kader is juist nu belangrijk, in een wereld die soms het tegenovergestelde lijkt te doen. Zolang we elkaar blijven vinden rond dat gedeelde doel, kunnen we echte vooruitgang boeken.
Ruijs: ‘De SDG’s bieden een helder framework om impact, risico en rendement samen te brengen. Als we de focus houden op die balans, én op echte data uit de economie, kunnen we de transitie versnellen zonder het kompas te verliezen. En ja, 2030, het is nog onzeker hoe het er allemaal uit gaat zien, maar de thema’s blijven relevant. Ik denk dat we onverminderd verder moeten gaan.’
|
IN HET KORT De SDG’s hebben beleggers geholpen duurzaamheid te definiëren en meetbaar te maken. Nu is het zaak om in de implementatie de balans tussen impact, risico en rendement te vinden. De doelen vormen nog steeds het belangrijkste mondiale kompas voor duurzame investeringen, al vraagt de volgende fase om verdieping, betere data en meer focus op de reële economie. Open access tot betrouw bare duurzaamheidsdata is cruciaal voor transparantie en samenwerking. De integriteit van het holistische SDG-framework moet behouden blijven, ook onder politieke druk. De toekomst ligt in samen werking, langetermijn waardecreatie en vertrouwen in gezamenlijke doelen. |
|
Sven van den Beld Sven van den Beld heeft 16 jaar ervaring in financieel toezicht en is afdelingshoofd Onsite Toezicht bij DNB. Sinds 2012 vervult hij diverse toezichtfuncties bij DNB, waaronder toezicht op pensioenfondsen, verzekeraars en banken, en de integratie van ESG in het toezichtsraamwerk. Eerder werkte hij bij De Volksbank en Pensioenfonds SNS Reaal, en was hij meerdere keren gedetacheerd bij de ECB voor de EU-brede stresstest. |
|
Raquel Criado Larrea Raquel Criado Larrea is sinds 2009 werkzaam bij A.S.R. Vermogensbeheer als Head of Responsible Investing. In die rol is zij verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van het responsible investing-beleid. Daarvoor had Criado Larrea diverse functies binnen ING Groep en General Electric. Zij behaalde een Master of Laws (LL.M.) aan de Universiteit van Salamanca, inclusief International Law aan de Universiteit van Leiden. |
|
Claudia Kruse Claudia Kruse is Chief Sustainability & Strategy Officer bij APG Asset Management. Zij is sinds 2000 actief in verantwoord beleggen en werkt sinds 2009 bij APG Asset Management. Tussen 2020 en 2025 zat zij het SDIA OP voor, een samenwerkingsverband om een datagedreven, wereldwijde standaard voor SDG-beleggingen te definiëren. Daarnaast is Kruse bestuurslid bij The Institutional Investors Group on Climate Change. |
|
Anna Pot Anna Pot is sinds 2024 Nationaal Coördinator Duurzame Ontwikkelingsdoelen. In deze functie stimuleert zij de uitvoering van de SDG-agenda binnen en door Nederland. Daarvoor werkte zij 16 jaar bij APG Asset Management, onder meer als Head of Responsible Investment Capital Markets & Communications en Head of Responsible Investments Americas. Eerder was zij werkzaam bij Amnesty International en ING Investment Management. |
|
Paul Ruijs Paul Ruijs is als Impact Specialist verantwoordelijk voor het ontwikkelen van Robeco’s impact-raamwerken en het faciliteren van de integratie van een impact-lens in diverse beleggingsstrategieën. Voordat hij bij Robeco begon, heeft hij gewerkt bij een opstartend impactfonds bij de Verenigde Naties. Ruijs behaalde zijn Master in Global Business and Sustainability aan de Rotterdam School of Management. |
|
Dirk Schoenmaker Dirk Schoenmaker is hoogleraar Finance aan de Erasmus Universiteit en Academic Director van het Erasmus Platform for Sustainable Value Creation. Hij is tevens co-voorzitter van het Sustainable Finance Lab en bestuurslid bij PFZW. Daarvoor werkte hij bij het Ministerie van Financiën. Hij is co-auteur van twee leerboeken over duurzame financiering. |
|
Rob van Tulder Rob van Tulder is emeritus hoogleraar International Business & Society Management aan de RSM, Erasmus Universiteit Rotterdam, en academisch directeur van het Partnerships Resource Centre. Hij is fellow van AIB en EIBA en verkozen lid van Academia Europaea. Hij adviseert internationale organisaties, overheden, multinationale ondernemingen en internationale NGO’s over kwesties op het gebied van duurzaamheid en strategie. |






