Pim Rank: Met de CSDDD duurzaam ten onder?

Pim Rank: Met de CSDDD duurzaam ten onder?

Wet- en regelgeving ESG
Pim Rank

Op 14 december 2023 hebben de Europese Raad en het Europees Parlement een voorlopig akkoord bereikt over de Corporate Sustainability Due Diligence Directive. De vraag is of grote bedrijven in de EU door deze richtlijn niet te zeer op achterstand worden gezet.

Door Prof. Mr. W.A.K. Rank, Advocaat bij NautaDutilh te Amsterdam en Hoogleraar Financieel Recht aan de Universiteit Leiden

De Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD) zal in 2024 in werking treden en de EU-lidstaten zullen deze richtlijn in 2026 in hun nationale wetgeving moeten hebben geïmplementeerd.

De CSDDD verplicht grote ondernemingen die in de EU gevestigd of actief zijn om de negatieve effecten van hun eigen bedrijfsactiviteiten en die van hun dochterondernemingen en zakenpartners – upstream en downstream – op het milieu en de mensenrechten te identificeren en te voorkomen of te beëindigen dan wel deze zoveel mogelijk te beperken. Daartoe dienen deze bedrijven actie- of herstelplannen op te stellen, hun dochterondernemingen te controleren, garanties te verlangen van hun zakenpartners of de relatie daarmee te beëindigen. Bovendien dienen de bedrijven een klimaattransitieplan op te stellen en uit te voeren om hun impact op de klimaatverandering te beperken in lijn met het Klimaatakkoord van Parijs.

De CSDDD is van toepassing op in de EU gevestigde ondernemingen met gemiddeld meer dan 500 werknemers en een wereldwijde netto-omzet van meer dan 150 miljoen euro. Drie jaar na de inwerkingtreding in de EU zal de richtlijn ook van toepassing zijn op buiten de EU gevestigde ondernemingen met een nettoomzet van meer dan 150 miljoen euro in de EU. De Europese Commissie moet een lijst publiceren van niet-EU-bedrijven die onder het toepassingsgebied vallen. Financiële instellingen ontspringen voorlopig de dans, in die zin dat zij vooralsnog alleen een klimaattransitieplan hoeven te ontwikkelen en uit te voeren. Dat kan echter in de nabije toekomst veranderen. Het consultatiedocument van het Ministerie van Financiën van 21 december 2023 over extra klimaatmaatregelen voor de financiële sector belooft niet veel goeds.

De CSDDD verplicht elke EU-lidstaat een toezichthoudende autoriteit aan te wijzen om naleving van de in de richtlijn neergelegde zorgplichten te controleren en zo nodig handhavingsmaatregelen te nemen. Tot deze handhavingsmaatregelen behoren onder meer het opleggen van bestuurlijke boetes of het geven van aanwijzingen en zelfs het staken van een onderneming die aan haar opgelegde boetes niet betaalt.

De CSDDD voorziet ook in een civielrechtelijke aansprakelijkheid. De door de richtlijn bestreken bedrijven zijn wettelijk aansprakelijk voor schade die is veroorzaakt doordat zij hebben nagelaten om de nadelige gevolgen van hun bedrijfsactiviteiten of die van hun dochterondernemingen of zakenpartners voor het milieu of de mensenrechten te voorkomen, te beëindigen of te beperken. Benadeelden – waaronder ook vakbonden en maatschappelijke organisaties worden begrepen – hebben vijf jaar de tijd om schadeclaims in te dienen. Het Shellvonnis van de Rechtbank Den Haag van 26 mei 2021 wordt hiermee de facto van een wettelijke basis voorzien.

De CSDDD kan, ondanks haar nobele intenties om duurzaamheid en het nemen van maatschappelijke verantwoordelijkheid te bevorderen, uitermate belastend uitpakken voor bedrijven in de EU. Dit vanwege de lasten en onzekerheden die de richtlijn met zich meebrengt. De hoge nalevingskosten en de vele open normen kunnen de economische levensvatbaarheid van bedrijven in gevaar brengen. Zorgwekkend is wat mij betreft met name dat ondernemingen veel gemakkelijker dan thans aansprakelijk kunnen worden gehouden voor activiteiten van hun dochterondernemingen. Bovendien creëert de richtlijn weliswaar een gelijk(er) speelveld binnen de EU, maar de betreffende ondernemingen lopen wel het risico uit de markt te worden geprijsd door concurrenten uit derde landen waarvoor de CSDDD niet geldt.

 

 

Bijlagen