DNB: Wat heeft 25 jaar euro ons gebracht?

DNB: Wat heeft 25 jaar euro ons gebracht?

Euro
Euro.jpg

Voordat we er allemaal in 2002 mee gingen betalen, hadden we de euro al. Die kwam in januari 1999 met de oprichting van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Wat heeft de euro ons opgeleverd? En hoe kunnen we de munt nog beter laten werken? We zetten het op een rijtje.

De euro heeft geleid tot meer handel

Het doel van de euro was om de lidstaten in het Europees project te verankeren én de interne markt beter te laten functioneren. Of dat succesvol was?

Een goede maatstaf om dit te bepalen, is de export. Is deze als gevolg van de euro gegroeid? Om deze vraag te beantwoorden hebben we de exportgegevens verzameld van 42 landen in de periode van 1970-2019.

De conclusie is dat de EMU absoluut een positief effect heeft op de export, niet alleen voor de handel tussen EMU-landen onderling, maar ook voor de export naar lidstaten van de Europese Unie (EU) die geen lid zijn van de EMU. Ook de handel van EMU-landen met landen buiten de EU profiteert van de euro.

Klaas Knot over de euro en de EMU

Dit artikel is gebaseerd op een speech van Klaas Knot en een analyse van DNB over de verdiensten van de EMU en de uitdagingen. Beide zijn geschreven in het Engels en bedoeld als bijdrage voor een conferentie voor economen over de EMU. Ze zijn dus tamelijk technisch.    

Het ene land profiteerde meer dan het andere

Het positieve effect van de EMU op export is niet even groot voor alle lidstaten. De export van Ierland en de Benelux profiteerde het meest van de euro. Ook in veel andere landen, waaronder Duitsland en Frankrijk, is een positief effect zichtbaar. Tegelijkertijd daalde de export van Griekenland en Italië ten opzichte van een denkbeeldig scenario waarbij ze geen lid waren geweest van de euro.

De landen die er economisch goed voorstonden toen ze toetraden tot de EMU lijken meer te hebben geprofiteerd dan landen met een lagere welvaartsgroei. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat minder welvarende economieën vóór de invoering van de euro hun concurrentiepositie konden houden door hun munt af te waarderen. Dat kan nu niet meer, de wisselkoers is immers bevroren, waardoor het moeilijker is om concurrerend te blijven.

De EMU-geschiedenis in vogelvlucht

De eerste tien jaar van de EMU gingen gepaard met kapitaalstromen van welvarende landen naar EMU-landen die nog een inhaalslag moesten maken. Het leek er toen op dat hierdoor de verschillen tussen welvarende en minder welvarende landen kleiner werden. Maar deze kapitaalstromen kwamen ook terecht in sectoren die niet echt bijdroegen aan hogere economische groei, terwijl ze wel leidden tot hogere schulden.

Toen de wereldwijde financiële crisis uitbrak, werd duidelijk dat deze ontwikkeling niet houdbaar was. In de jaren hierop moesten deze landen hun economieën aanpassen, waarbij de economische verschillen tussen sommige landen weer groter werden.

Na de Europese schuldencrisis is een aantal stappen gezet om de eurozone te versterken. Er is nu bijvoorbeeld een gemeenschappelijk bankentoezicht en een noodfonds (Europees Stabiliteitsmechanisme) voor landen die in de problemen komen. Dit maakt de eurozone minder kwetsbaar voor schokken.

Ruimte voor verbetering

De eurozone heeft twee recente crises, namelijk de coronapandemie en de energiecrisis als gevolg van de Russische inval in Oekraïne, redelijk goed doorstaan. Maar we zijn er nog niet. Er is ruimte om de eurozone sterker en welvarender te maken. We noemen drie problemen en mogelijke oplossingen.

1) Stabiele prijzen

Om de inflatie stabiel te houden hebben we een goede samenwerking tussen centrale banken en overheden nodig. Het monetair beleid van centrale banken en het begrotingsbeleid van overheden functioneren idealiter als een soort tandem. Ze hebben samen een remmende werking als de economie te veel toeren maakt en de inflatie hoog is, en ondersteunen samen de economie als het minder gaat.

Dit is in het verleden niet altijd goed gegaan. Tijdens de financiële crisis was er bijvoorbeeld ruim monetair beleid in de vorm van een lage rente en aankoopprogramma’s, terwijl het begrotingsbeleid de economie juist afremde. Recenter zitten we in een omgekeerde situatie.

2) Minder scheefgroei tussen lidstaten

De laatste tien jaar zijn verschillende EMU-landen, in tegenstelling tot wat gehoopt werd, economisch niet naar elkaar toegegroeid. Dit maakt het moeilijker om een monetair beleid te bepalen dat past bij de economie van alle lidstaten. En hierdoor kan ook het idee ontstaan dat niet alle landen even veel profiteren van de gedeelde munt, of sommige landen zelfs helemaal niet.

3) Gezonde overheidsfinanciën

Hoge overheidsschulden kunnen het beleid van de centrale bank om de prijsstabiliteit te handhaven frustreren. Daarom klinkt vaak de mantra dat landen met een hoge schuldenlast gewoon een strenger begrotingsbeleid moeten voeren. Verstandig begrotingsbeleid is zeker van belang, maar niet het hele verhaal: ook hogere economische groei is van belang voor het terugbrengen van schuldniveaus.

Oplossingsrichtingen voor een sterkere muntunie

Er zijn een paar oplossingsrichtingen om deze drie problemen aan te pakken. Ten eerste kunnen investeringen en uitgaven die raken aan gemeenschappelijke uitdagingen meer op het Europese niveau worden gedaan. Denk bijvoorbeeld aan klimaat, energie of defensie. Dit kan helpen om het Europese groeipotentieel te versterken en onze economieën te beschermen bij slecht economisch weer.

Dit betekent niet dat we met zijn allen meer moeten uitgeven en meer schulden aangaan. Daarom is het ten tweede van belang dat overeenstemming wordt bereikt over hervorming van de Europese begrotingsafspraken, zodat hoge overheidsschulden op nationaal niveau worden teruggebracht.

Ten derde kan de economie van het eurogebied profiteren van een sterkere samenwerking op het gebied van kapitaalmarkten. Internationale investeringen kunnen bijdragen aan economische groei en de financiering van bijvoorbeeld de klimaattransitie. Om dit te bereiken kunnen het gezamenlijk toezicht en regelgeving op kapitaalmarkten versterkt worden.