Harry Geels: De drogredenen van de uiterste kampen in het klimaatdebat

Harry Geels: De drogredenen van de uiterste kampen in het klimaatdebat

Klimaatverandering
Harry Geels

De twee uiterste kampen in het klimaatdebat, de ontkenners en alarmisten, bedienen zich regelmatig van dubieuze argumenten. Een tweede oproep in korte tijd tot meer realiteitszin en solidariteit, aan de hand van de regels der logica.

Door Harry Geels

In mijn column De acht tinten grijs van het klimaatdebat van 12 september 2023 deed ik een oproep tot meer nuance in het klimaatdebat. Een van de vier stellingen die ik toen innam, was dat de maatschappelijke discussie wordt gekaapt door de uiterste kampen, die zich vaak van eenzijdige argumenten bedienen. In deze column ga ik nader in op die argumenten, want de hoeveelheid drogredenen is soms tenenkrommend. Het idee van een (vervolg)column is mede ingegeven door een aantal reacties waarin om meer onderbouwing werd gevraagd.

Er zijn grofweg twee manieren van argumenteren: inductief (‘bottom-up’, op basis van empirisch onderzoek) en deductief (‘top-down’, met de regels van de logica). Beide hebben hun voor- en nadelen. Het probleem met ‘empirische feiten’ is dat de uitkomsten sterk afhangen van de gekozen dataperiode en statistische technieken. Friedrich Nietzsche zei ooit terecht: ‘Er zijn geen feiten, alleen interpretaties.’ Het probleem van de logica is dat de redeneringen al snel niet zuiver zijn (de bekende drogredenen, maar ook dat de praktijk regelmatig weerbarstiger is dan de theorie).

Hét probleem van het klimaatdebat is dat we via de media gebombardeerd worden met allerlei onderzoeken en dat de desbetreffende kampen doen aan ‘cherry picking’ uit de grote hoeveelheid onderzoeken. Dat verwart. Daarom laat ik de empirische discussie even met rust. Zonder de pretentie te hebben uitputtend te zijn, beginnen we eerst met drie veelgebruikte drogredenen van zowel ontkenners als alarmisten, vervolgens vijf algemene drogredenen die door beide kampen worden gebruikt, en tot slot een bijzondere, de ‘motte and bailey fallacy’.

Veel gebruikte drogredenen van ontkenners

Het is de natuurlijke variabiliteit. Sommigen beweren dat het klimaat op aarde altijd al op natuurlijke wijze is veranderd, wat impliceert dat de huidige veranderingen slechts deel uitmaken van een natuurlijke cyclus. Dit gaat echter voorbij aan de steeds grotere rol van menselijke activiteiten op het milieu, mede door de grote bevolkingsgroei.

De klimaatmodellen kloppen niet. Hierbij wordt gewezen op de beperkingen van de wetenschap en de moeilijkheid van voorspellen. Maar hoewel voorspellen inderdaad lastig is, heeft de wetenschap veel nuttige inzichten en uitvindingen opgeleverd. Zonder wetenschappelijk kompas is het lastig varen.

De klimaatverandering is een ‘hoax’. Het narratief is vaak dat er een grotere macht, of een elite van supranationale organisaties en (grote) bedrijven zou bestaan die de klimaatagenda ‘er doorheen drukt’. Het is waarschijnlijker dat een maatschappij zich langzaam doorontwikkelt op basis van acties en tegenreacties.

Veel gebruikte drogredenen van gealarmeerden

Ieder extreme ‘weergebeurtenis’ komt door de klimaatverandering. De bekende drogreden van de valse attributie. In het (verre) verleden zijn er ook klimaatrampen geweest. De frequentie en intensiteit van sommige gebeurtenissen kan groter zijn, maar er kunnen van geval tot geval ook andere factoren een rol spelen.

Er komt een klimaatcatastrofe aan. Sommige mensen wijzen erop dat er binnenkort een ramp staat te gebeuren, bijvoorbeeld als we niet fossielvrij zijn in 2050. Dat is echter inspelen op onzekerheidsgevoelens van mensen, waarbij zelfs psychische problemen kunnen ontstaan. Klimaatverandering is echter een complex langetermijnonderwerp.

Alternatieve energie is veel schoner. Er is een bijziendheid op de slechte eigenschappen van fossiel ontstaan. Maar alternatieve bronnen van energie hebben ook zo hun nadelen. Windmolens geven horizonvervuiling, de benodigde grondstoffen in batterijen putten de aarde uit en – hoewel de kans klein is – kan kernenergie een grote ramp opleveren.

Andere, meer algemene drogredenen

Argumentum ad hominem. De persoon aanvallen in plaats van het argument, bijvoorbeeld door hem een 'fossiele lobbyist', 'ontkenner', 'boomknuffelaar' of 'alarmist' te noemen, om de argumenten die uit de mond komen van die persoon te ontkrachten.

Het kwalitatieve argument. Argumenteren dat een gebrek aan goed bewijs voor een bepaald standpunt duidt op een onjuist standpunt. Bijvoorbeeld: ‘Er is geen hard bewijs dat CO2 de opwarming van de aarde veroorzaakt, dus is er geen noodzaak voor een doelstelling van fossielvrij in 2050.’

Vermeende causaliteit. Argumenteren dat omdat twee dingen tegelijkertijd gebeuren, het ene het andere moet veroorzaken. Bijvoorbeeld, ‘het is koud buiten, dus de opwarming van de aarde kan niet plaatsvinden’ of ‘er zijn zoveel extreem hete temperaturen, overstromingen en grote bosbranden, dus de opwarming van de aarde gebeurt wél.’

Glibberige helling. Argumenteren dat een kleine actie zal leiden tot een keten van gebeurtenissen die zal eindigen in een rampzalige uitkomst. Bijvoorbeeld: ’Als we actie ondernemen om de CO2-uitstoot te verminderen, zal dit leiden tot een verlies aan banen en economische ondergang’ of ‘als we nu geen actie ondernemen vindt er in 2050 een ramp plaats.’

Stromanredenering. Het verkeerd voorstellen van een tegenargument om het makkelijker aan te vallen. Bijvoorbeeld: ‘Degenen die in klimaatverandering geloven, willen ons een socialistische of communistische regering opleggen.’ Of omgekeerd: ‘Degenen die de klimaatverandering ontkennen, zijn aanhangers van het ‘foute’ kapitalisme.’

Argumentum ad misericordiam. Hier wordt een beroep gedaan op emoties,. Een alarmist zou kunnen wijzen op alle mensen die zwaar lijden onder extreme hitte en overstromingen. Een ontkenner zou kunnen zeggen dat de arme mensen de subsidies moeten betalen voor zonnepanelen en elektrische auto’s die alleen de rijke mensen kunnen betalen.

De Motte and Bailey

De motte-and-bailey fallacy is een retorische tactiek waarbij een persoon een controversiële of extreme bewering (de ‘bailey’) in een discussie of debat presenteert, maar als hij uitgedaagd of bekritiseerd wordt, zich terugtrekt in een meer verdedigbaar standpunt (de ‘motte’), om het te laten lijken alsof hun oorspronkelijke bewering niet zo extreem of controversieel was als het aanvankelijk leek. In de context van klimaatverandering kan deze denkfout, even vanuit het perspectief van een alarmist, als voorbeeld op de volgende manier worden waargenomen:

Bailey-verklaring. Een alarmist kan een overdreven of extreme bewering doen met betrekking tot klimaatverandering, zoals: ‘Klimaatverandering zal leiden tot het dreigende uitsterven van vele diersoorten op aarde.’

Uitgedaagd of bekritiseerd. Wanneer anderen de extreme bewering betwisten of tegenargumenten geven, kan de persoon overschakelen naar een meer verdedigbaar standpunt, zoals: ‘Klimaatverandering is een probleem met negatieve gevolgen voor ecosystemen en biodiversiteit als er niets aan wordt gedaan.’

Motte-verklaring. De persoon argumenteert nu vanuit het meer gematigde standpunt en doet alsof hij het al die tijd verdedigd heeft.

Deze drogreden is problematisch omdat het gebruikt kan worden om een kritische blik af te buigen en de illusie van redelijkheid te creëren zonder dat het extreme standpunt bediscussieerd wordt. Het is ook problematisch als een slimmerik, geschoold in de logica, die de Motte-and-Bailey drogreden doorziet, degene die de extreme uitspraak doet met de regels der logica op de pijnbank kan leggen. Voor zover de regels van de logica en goede argumentatie er tegenwoordig nog toe doen natuurlijk. Want daar kunnen we ook nog een boom over opzetten.

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels