AssetCare: Beleggingsfonds als de Messias voor zelfstandige vermogensbeheerders

AssetCare: Beleggingsfonds als de Messias voor zelfstandige vermogensbeheerders

Vermogensbeheer
Tom Straver (foto archief AssetCare)

Het is voor kleine zelfstandige vermogensbeheerders vrijwel onmogelijk geworden om hun klanten zorgeloos te begeleiden naar vermogensbehoud of vermogensgroei. In de laatste vijf jaar bezorgen de toenemende regelgeving, de afhankelijkheid van depotbanken en de prijsdruk deze groep ondernemers slapeloze nachten. Een beleggingsfonds wordt steeds vaker gezien als de verlosser van het businessmodel.
 
Door Tom Straver, Owner & Co-Founder, AssetCare

Depotbanken, zoals InsingerGilissen en BinckBank (nu Saxo Bank), scherpten de controle bij de poort in de afgelopen jaren, al dan niet gedwongen, flink aan. De strengere eisen resulteerden in sommige gevallen in het stopzetten van de dienstverlening of in overnames. Zo stopte DEGIRO in 2018 met het bedienen van professionele klanten en zijn zowel BinckBank als InsingerGillissen overgenomen door concurrenten.

Afgaande op de berichten over problemen met migraties en het tijdelijk niet accepteren van nieuwe klanten, lijken de overnames allerminst vlekkeloos te verlopen.

Een ongelukkig huwelijk met de depotbank

Zelfstandige vermogensbeheerders zijn sterk afhankelijk van de diensten van hun depotbank, omdat iedere klant er een eigen rekening moet aanhouden. De gemiddelde vermogensbeheerder, die in de meeste gevallen een beperkte bedrijfsgrootte kent, heeft moeite met de toenemende compliancevereisten. Daarbij lijkt de service vanuit de depotbank steeds verder af te nemen, waardoor de ondernemer steeds meer alleen komt te staan in het overwinnen van deze uitdagingen.

Toch wordt in veel gevallen besloten om de klanten niet over te brengen naar een andere partij. Waar vroeger een beleggingsrekening binnen een paar dagen geopend was, duurt dit nu vaak langer dan een maand, met veel frustraties bij de klant als gevolg. Om deze reden vindt men een overdracht naar een andere depotbank een te groot ondernemingsrisico. Bovendien is het landschap van depotbanken in Nederland een stuk schraler geworden.

Zorgen om toekomstbestendigheid van business model

‘Tijd voor ondernemen en beleggen is verleden tijd, compliance is mijn dagelijkse focus’, is een veel gehoorde zucht vanuit de hoek van zelfstandige vermogensbeheerders. De marges worden kleiner en een dienstverlening die de klant volledig ontzorgt is een uitdaging. Om deze redenen kwam er een consolidatieslag onder vermogensbeheerders op gang en hebben al vele kleine vermogensbeheerders hun bedrijf verkocht. Andere partijen zoeken naar een alternatieve oplossing voor een herzien businessmodel.

 

Steeds meer vermogensbeheerders kiezen voor een extra of geheel nieuw businessmodel in de vorm van een beleggingsfonds.

 

Van vermogensbeheer naar fondsbeheer

Naast de consolidatieslag is een nieuwe trend ontstaan. Steeds meer vermogensbeheerders kiezen voor een extra of geheel nieuw businessmodel in de vorm van een beleggingsfonds. Waar bij vermogensbeheer voor iedere klant een individuele rekening wordt geopend, is een beleggingsfonds een collectief van vermogens dat samenkomt op één beleggingsrekening. Dit heeft het voordeel dat een fondsbeheerder gemakkelijker rekeningen bij verschillende partijen kan openen voor de uitvoering van het beleggingsbeleid. De afhankelijkheid van een depotbank of broker wordt hiermee significant minder. Zo hoeven de eindbeleggers geen rekening meer aan te houden bij een depotbank en is de administratie gecentraliseerd. Klanten doorlopen eenmalig een inschrijfproces bij het beleggingsfonds zelf.

Maatwerk binnen een fonds

Veel vermogensbeheerders hebben in het verleden afgezien van een fondsstructuur wegens de standaardallocatie die een beleggingsfonds kent en het ‘abstracte’ karakter ervan. Dit wordt tegenwoordig opgelost door meerdere subfondsen op te richten, waarmee de allocatie per belegger op het gewenste risicoprofiel kan worden afgestemd. Zo kan een offensieve belegger bijvoorbeeld een grotere allocatie krijgen naar het aandelenfonds en een relatief kleinere allocatie naar het vastrentende fonds. Deze deelnames worden geaggregeerd in moderne inlogomgevingen waar eindbeleggers een gepersonaliseerd en geconsolideerd inzicht krijgen in hun investering. Hiermee is de investeringsbeleving bij de klant in lijn gebracht met dat van klassiek vermogensbeheer, maar zijn de kosten en operationele uitvoering voor de beheerder een stuk aantrekkelijker.

Geen MiFID-II van toepassing

Beheerders van beleggingsfondsen vallen niet onder de vereisten van MiFID-II, de Europese wet die veel eisen stelt aan het bepalen van de kennis, ervaring en risicobereidheid van een eindbelegger. Vermogensbeheerders moeten een waslijst aan vragen stellen om dit te beoordelen, voordat zij diensten aan hun klant mogen leveren. Bij een beleggingsfonds is dit niet nodig. Hier wordt het risicoprofiel op fondsniveau bepaald vanuit de zogenaamde PRIIPSverordening. Beleggers gaan akkoord met het gekozen risicoprofiel bij toetreding. Net als een vermogensbeheerder, vallen beheerders van beleggingsfondsen wél volledig onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) en de Sanctiewet. Dit vereist onder meer dat onderzoek moet worden gedaan naar de herkomst van het vermogen van eindbeleggers.

Lichtere regelgeving in de vorm van het AIFMD ‘light’ regime

Beleggingsfondsen zijn onderhevig aan de Alternative Investment Fund Managers Directive (AIFMD). Deze Europese richtlijn brengt een vergelijkbare omvang aan verplichtingen met zich mee als MiFID-II. Verlang je echter minimaal € 100.000 per investeerder? Dan kom je tot € 100 miljoen aan beheerd vermogen in aanmerking voor het AIFMD ‘light’ regime. Een beleggingsfonds hoeft dan enkel geregistreerd te worden en is vrijgesteld van de eisen uit de Wet financieel toezicht (Wft). Hiermee zijn regels zoals de eigenvermogenseis, een externe bewaarder en de toetsing op geschiktheid en betrouwbaarheid niet van toepassing.

Het feit dat er op dit moment 718 geregistreerde beheerders en 108 beheerders met een volledige vergunning zijn, geeft aan dat de meerderheid actief is onder deze ‘lichtere’ variant.

Lagere kosten

Het opstarten van een beleggingsfonds onder het registratieregime neemt ongeveer drie maanden in beslag en kost in totaal tussen de € 20.000 en € 30.000. Gezien de lichtere compliancevereisten en de operationele efficiëntie, is het verschil echter voornamelijk te merken in de doorlopende kosten, terwijl in de meeste gevallen de inkomsten wel gelijk kunnen blijven. Daar komt bij dat collectief vermogensbeheer vrijgesteld is van btw. Dit bespaart de investeerder in een fonds 21% ten opzichte van de beheervergoeding bij klassiek vermogensbeheer. Deze verlosser brengt dus minder administratieve complexiteit en betere marges in het businessmodel.

 

IN HET KORT

Zelfstandige vermogensbeheerders zijn sterk afhankelijk van hun depotbank en hebben moeite met de toenemende compliancevereisten.

Beleggingsfondsen verminderen de afhankelijkheid van depotbanken, omdat fondsbeheerders rekeningen bij verschillende partijen kunnen openen.

Beleggingsfondsen bieden de mogelijkheid meerdere subfondsen op te richten, zodat de allocatie per belegger op het gewenste risicoprofiel kan worden afgestemd.

Op beleggingsfondsen is geen MiFID-II van toepassing, ze komen in aanmerking voor een AIFMD ‘light’ regime en de kosten zijn lager.

Bijlagen