Harry Geels: De grootste vermogensbeheerder wil de aarde redden

Harry Geels: De grootste vermogensbeheerder wil de aarde redden

Duurzaam beleggen Klimaatverandering Politiek
Harry Geels (Cor Salverius Fotografie) - 980x600 (2).jpg

Door Harry Geels

Volgens de Wall Street Journal gaat het Amerikaanse BlackRock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, bedrijven aanzetten hun bijdrage te leveren aan het tegengaan van de klimaatverandering. Daarnaast vindt deze vermogensbeheerder dat bedrijven wat betreft de klimaatdoelstellingen moeten samenwerken met de overheid. Zien we hier niet een vorm van vriendjespolitiek?

De Wall Street Journal (WSJ) pakte op 6 januari 2022 uit met een groot verhaal over Larry Fink, de topman van BlackRock, dat met inmiddels bijna $10 biljoen beheerd of geadviseerd vermogen de grootste ter wereld is. Hij wil zijn invloed aanwenden om de klimaatdoelstellingen, zoals geformuleerd bij de klimaatconferenties van Parijs (2015) en Glasgow (2021), te realiseren. Vorig jaar liet Fink al weten dat hij gelooft dat bedrijven die denken aan alle stakeholders, beter presteren dan bedrijven die alleen aan de aandeelhouders denken.

De WSJ-longread raakt vier belangrijke ontwikkelingen in de financiële wereld, te weten de groeiende populariteit van duurzaam beleggen en de uitdaging ervan, de schaalvergroting en de daarbij behorende macht van de grote beheerders, en de eveneens groeiende populariteit van indexbeleggen. Maar de rode draad door het artikel is vooral de verwevenheid van de grote beheerders als BlackRock met de politiek.

De WSJ werpt eigenlijk twee vragen op, zonder ze direct te beantwoorden: zijn de intenties van BlackRock oprecht, of gaat het om een marketingstunt? En is de verwevenheid van de grootste financials ter wereld met de politiek nu wel of niet een goede zaak?

De groei van duurzaam beleggen

Volgens het onafhankelijke researchhuis Morningstar kwam het belegde vermogen in duurzame beleggingsfondsen vorig jaar boven de $ 4 biljoen uit. Er zijn verschillende vormen van duurzaam beleggen, zoals het uitsluiten van ‘slechte’ bedrijven, engagement van beheerders met bedrijven en best-in-class beleggen met ESG-criteria. Steeds meer beheerders passen één van deze drie vormen, of een combinatie ervan, toe.

Criticasters zeggen dat ESG-beleggen eigenlijk niets anders is dan oude wijn in nieuwe zakken. Veel beheerders letten bij het beoordelen van het rendement- en risicoprofiel altijd al op de factoren die nu als ESG gelabeld worden. Bij het uitsluiten of onderwegen van slechte bedrijven verzanden we al snel in een filosofische discussie over wat goed en slecht is. En hoe succesvol is engagement nu echt?

Volgens de Q3-21-filings had BlackRock 4,5% van het totale vermogen in ESG-fondsen belegd. We zullen zien hoe deze data veranderen als de woorden van Fink in daden worden omgezet. Een interessante vraag is ook wat meer duurzaam beleggen gaat betekenen in termen van kosten. ESG-fondsen zijn doorgaans duurder.

De macht van de grote beheerders

Volgens Bloomberg beheren de drie grootste Amerikaanse beheerders – BlackRock, Vanguard en StateStreet – nu 80% van het passief ingelegde vermogen ter wereld. Ze ‘bezitten’ gemiddeld nu 22% van de beurswaarde van de S&P500 (13,5% in 2008). De cover story van Bloomberg Business Week van 13 januari 2020 had de titel ‘Total World Domination’. De groei van de Big Three werd de ‘biggest shift in corporate power in a generation’ genoemd.

De populariteit van indexbeleggen

De groei van de Big Three komt mede door de populariteit van passief en goedkoop beleggen. BlackRock was oorspronkelijk een actieve beheerder, maar door de overname van iShares is passief beheer een belangrijke activiteit geworden. Vanguard en State Street zijn van huis uit vooral passieve beheerders. Met indexproducten is het met name de ‘winner takes all’: hoe groter de beheerder wordt, hoe goedkoper en beter hun passieve producten.

De grote uitdaging van passief beheer zit hem vooral in duurzaamheid. De meeste beleggers in de passieve fondsen willen vooral de markt volgen. Kunnen de grote beleggingshuizen dan een duurzaam beleggingsbeleid formuleren dat overeenkomt met die markt én met de duurzame wensen van de achterliggende beleggers? In de praktijk zien we een wildgroei aan duurzame indices om dit probleem zo goed en zo kwaad als het gaat te tackelen.

Vriendjespolitiek?

De WSJ haalt in het artikel verschillende gelegenheden aan waarbij Fink met de autoriteiten (toezichthouders, overheden en supranationale organisaties) overlegt om oplossingen te bedenken bij uitdagingen en financiële crises en deze uit te voeren. Hij noemt zichzelf een ‘conservatieve Democraat’ en gelooft in het Amerikaanse kapitalisme, maar dan sinds begin vorig jaar wel in de stakeholders- en niet meer in de shareholders-variant ervan.

De verwevenheid tussen grote bedrijven als BlackRock en de politiek wordt steeds groter. De laatste jaren wordt door criticasters steeds vaker gesproken over ‘crony capitalism’, ofwel vriendjespolitiek, het lelijke stiefbroertje van stakeholderskapitalisme, waarbij grote bedrijven gunsten bedingen bij de overheden en de overheden daar achter de schermen weer diensten voor terug vragen en over en weer banen worden uitgewisseld. BlackRock’s nieuwe plannen om het klimaat te redden, passen nu goed bij die van de autoriteiten.

Tot besluit

Gezien de grote verscheidenheid aan reacties onder het WSJ-artikel is niet iedereen overtuigd van Fink’s oprechte bedoelingen. Maar laten we hem het voordeel van de twijfel geven, conform de quote van voormalig Amerikaans staatsman Henry L. Stimson: ‘The chief lesson I have learned in a long life is that the only way to make a man trustworthy is to trust him and the surest way to make him untrustworthy is to distrust him.’

Het WSJ-artikel toont wel een pijnpunt en dat is de toenemende verwevenheid tussen politiek en grote bedrijven. Het verstoort de scheiding der machten. Het is eigenlijk de taak van de overheid, middels regelgeving en voorlichting, om bedrijven en consumenten aan te zetten tot meer duurzaamheid (of de verantwoordelijkheid van bedrijven en burgers zelf). Aan het eind van het WSJ-artikel wordt de directeur van een Amerikaanse verzekeringsmaatschappij aangehaald, Evan Greenberg: ‘Society is trying in certain instances to pressure companies to do more… what ought to be the role of government… I believe Larry chose consciously to approach it [saving the planet] as an opportunity, rather than something he is expected to do.’

Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels