Harry Geels: Nieuwe kans op een kleinere en efficiëntere overheid
Harry Geels: Nieuwe kans op een kleinere en efficiëntere overheid
Door Harry Geels
De gevallen regering heeft gefaald in een belangrijk beleidsvoornemen: 22% minder ambtenaren. De nieuwe regering krijgt een tweede kans om werk te maken van een kleinere en efficiëntere overheid. In de nieuwe Tweede Kamer is daar een duidelijke meerderheid voor.
Al meer dan dertig jaar spreken de meeste politieke partijen de ambitie uit om de overheid kleiner, eenvoudiger en menselijker te maken. De vorige regering legde dit zelfs expliciet vast: het ambtelijk apparaat moest over de regeerperiode met 22% krimpen.
In het voorjaar van 2024 schreef ik een column met vijf redenen waarom dit hard nodig is. Ten eerste moet de zichzelf versterkende groeispiraal van de overheid een halt toe worden geroepen. Ten tweede moet de overspannen arbeidsmarkt worden ontlast. Ten derde resulteert een kleinere overheid in minder beleid en dus tot vereenvoudiging van de samenleving.
Ten vierde verbetert het de overheidsfinanciën, omdat structurele bezuinigingen dan mogelijk worden. En ten vijfde kan het de afhankelijkheid van dure externe inhuur verminderen. Het nieuwe kabinet krijgt nu een nieuwe kans en de maatschappelijke steun is er.
Waarom het toch niet lukt
Toch blijkt het moeilijk om de overheid daadwerkelijk te verkleinen. Dat heeft structurele oorzaken, die niet simpel met politieke wil te verhelpen zijn. De belangrijkste reden is dat de overheid voortdurend nieuwe taken en verantwoordelijkheden op zich neemt: toenemende zorgkosten door vergrijzing, extra handhaving en toezicht, Europese regelgeving, klimaat- en energiebeleid, en recent ook de internationale verplichting om de defensiecapaciteit te vergroten.
Hierdoor groeit het aantal (rijks)ambtenaren dat beleid uitvoert. Het aantal rijksambtenaren dat beleid uitvoert is bijvoorbeeld gestegen van 82.400 in 2017 naar 111.450 in 2024 (een stijging van 35,5%, zie Figuur 1). De groei onder beleidsambtenaren was met 65,8% nog sterker. Het gaat bovendien vaak om goedbetaalde posities die veelal worden ingevuld door jonge hoogopgeleiden.
Figuur 1: Groei rijksambtenaren naar type activiteit

Bron: X / Jos Teunissen
Het terugbrengen van de overheid is daarmee een ‘mixed bag’: sommige taken nemen nu eenmaal toe, maar er blijven realistische ingangen, zoals het terugdringen van externe inhuur en het verminderen van managementlagen en beleidscapaciteit.
Het nieuwe politieke landschap
De uitslag van de laatste verkiezingen laat zien dat een groot deel van de Kamer erkent dat de overheid anders moet. In Figuur 2 heb ik de partijen opgedeeld op basis van hun verkiezingsprogramma’s: partijen die een kleinere overheid nastreven (VVD, JA21, FvD en BBB), partijen die inzetten op een efficiëntere, menselijkere of minder bemoeizuchtige overheid (PVV, D66, CDA, CU, SGP) en partijen die vanuit hun programma’s juist een grotere rol voor de overheid voorstaan (SP, GroenLinks-PvdA, Volt en Denk).
Figuur 2: Verschillende politieke visies op de overheid

Samen vertegenwoordigen de eerste twee groepen — die dus een andere overheid willen — ongeveer 80% van de Kamer. Dat betekent niet dat iedereen op alle taken een kleinere overheid wil, maar wel dat er brede steun is voor vereenvoudiging en modernisering. Deze indeling sluit opvallend goed aan bij mijn eerdere analyse van politieke ideologieën in vier kwadranten: de rechterkwadranten een kleinere, effectievere overheid, het midden een efficiëntere of menselijkere overheid, links meer overheid.
Filosofische basis voor een kleinere overheid
Socioloog Max Weber wees er al op dat bureaucratische systemen de neiging hebben zichzelf uit te breiden: meer regels vragen om meer coördinatie, wat leidt tot meer procedures, en weer tot meer ambtenaren. Milton Friedman liet vervolgens zien dat wanneer beleid faalt, de reactie meestal is om méér ambtenaren in te zetten om het falen te repareren. In zijn beroemde korte college (over de vier manieren van geld uitgeven) vat hij kernachtig samen waarom er weinig remmende prikkels zijn wanneer (andere) mensen andermans geld uitgeven.
Friedman onderscheidt ook vier legitieme basisfuncties van de overheid: defensie, politie, justitie en het bewaken van eerlijke spelregels (marktmeesterschap, eigendomsrechten, mededinging en het voorkomen van negatieve externaliteiten). Zorg en onderwijs zag hij als domeinen die wél privaat met overheidssubsidie kunnen functioneren, maar waar keuzevrijheid en concurrentie de kwaliteit kunnen verbeteren. Dat is een helder uitgangspunt voor een herijking van overheidsbeleid.
Het ijzer smeden als het heet is
Daarnaast is er een groeiende hoeveelheid empirisch onderzoek dat laat zien dat een steeds grotere overheid uiteindelijk de economische groei kan afremmen en productiviteit en welvaart kan verlagen. Er is ook duidelijk sprake van afnemende meeropbrengsten: hoe groter de overheid, hoe minder efficiënt en effectief die wordt en hoe minder welvaart dat voor de maatschappij oplevert. Het nieuwe kabinet krijgt nu een kans om de stap te zetten die langdurig is uitgesteld: van groei door complexiteit naar kwaliteit door eenvoud.
Wereldwijd zien we bovendien een onderstroming van burgers die minder regelgeving, minder bureaucratie en minder supranationale aansturing willen. Sommige landen lopen hebben deze beweging al (vol) ingezet, zoals de Verenigde Staten en Argentinië. De maatschappelijke tijdgeest verschuift. De vraag is daarom niet óf de overheid moet veranderen, maar hoe en hoe snel.
Dit artikel bevat een persoonlijke opinie van Harry Geels