CBS: Koopkrachtontwikkeling gepensioneerden hapert

CBS: Koopkrachtontwikkeling gepensioneerden hapert

Pension
Omlaag Downstairs, Roltrap Escalator (Pexels, Brixiv)

Bij gepensioneerden met meer dan € 3.000 extra lag de koopkracht in 2022 10,9% onder het niveau van 2011.

‘Bij gepensioneerden met een relatief hoog aanvullend inkomen daalde de koopkracht in het afgelopen decennium,’ meldt het CBS vandaag op basis van eigen onderzoek.

De doorsnee jaar-op-jaar koopkrachtontwikkeling volgt in grote lijnen de conjuncturele ontwikkeling in Nederland. Zo dook de koopkracht in het verleden tijdens de zware recessie in de jaren ’80 en de economische crisis van 2009-2013 in de min. Bezien over de gehele periode 1989-2022 steeg de koopkracht van werknemers met 112%. De gehele bevolking ging er in die periode in doorsnee bijna 53% op vooruit. De onderliggende stijgende trend in de periode houdt mede verband met de toegenomen arbeidsparticipatie van vrouwen en de hogere inbreng van vrouwen in het huishoudensinkomen. Pensioenontvangers daarentegen gingen er in al die jaren nauwelijks op vooruit.

‘De koopkrachtontwikkeling van gepensioneerden is in sterke mate gerelateerd aan de hoogte van het (bruto) aanvullend inkomen bovenop de (bruto) AOW-uitkering. Gepensioneerden met relatief hoge aanvullende inkomens gingen er in de periode 2011-2022 in koopkracht op achteruit. Bij degenen met tussen de € 1.000 en € 2.000 aanvullend per maand bedroeg de koopkrachtdaling 5,2%, bij hen met tussen de € 2.000 en € 3.000 extra was de daling 7,5%. Bij gepensioneerden met meer dan € 3.000 extra lag de koopkracht in 2022 10,9% onder het niveau van 2011,’ aldus het CBS.

‘Gepensioneerden met een kleine beurs gingen er wel op vooruit. Bij degenen met maandelijks tot € 200 bovenop de AOW steeg de koopkracht 14,6% en bij degenen met maandelijks € 200 tot € 500 extra 8,5%. Afwijkend van de andere groepen met AOW nam de koopkracht van gepensioneerden met een kleine beurs in 2022 sterk toe. Deze stijging komt vooral op het conto van de energiemaatregelen in 2022, die voor personen in de lagere inkomensgroepen een forse impuls betekenden.’

‘Het gemiddelde, gestandaardiseerde besteedbaar jaarinkomen van de AOW’ers van 2011 kwam in prijzen van 2022 uit op € 30.200. Van de AOW’ers in 2021 was het gemiddelde jaarinkomen (in prijzen van 2022) hoger en kwam uit op € 31.900. Bij de groepen AOW’ers met een hoog aanvullend inkomen die over de periode 2011-2021 met koopkrachtdaling te maken kregen, steeg het gemiddelde inkomen eveneens. De AOW’ers die in 2021 maandelijks minstens € 3.000 aanvullend inkomen bovenop hun AOW ontvingen, kwamen uit op een gemiddeld inkomen van € 49.000. Van de AOW’ers die in 2011 deel uitmaakten van de hoogste inkomensklasse was het gemiddelde aanzienlijk lager (€ 45.700).

Door de hoge inflatie in 2022 kwam het gemiddelde, gestandaardiseerd besteedbaar inkomen van de AOW’ers met maandelijks minstens € 500 aanvullend inkomen in dat jaar aanzienlijk lager uit. Desalniettemin waren de gemiddelde jaarinkomens van deze groepen nog altijd hoger dan in 1989. De gemiddelde jaarinkomens van de AOW’ers met maandelijks tot € 500 extra kwamen in 2022 door de energiemaatregelen wel hoger uit dan in 2021.’