Vanguard: Marktleiders wisselen, maar beleggingsprincipes blijven overeind
De sterke beursrally van de voorbije jaren, gedragen door slechts een handvol beursreuzen, leidt tot bezorgdheid over de concentratie op de Amerikaanse aandelenmarkt. Wat gebeurt er immers als het vertrouwen in de huidige marktleiders afneemt?
Volgens vermogensbeheerder Vanguard leert de geschiedenis dat marktleiders komen en gaan, en dat de markt zich telkens aanpast. De concentratie op de aandelenmarkt beweegt mee met de economische cyclus.
De grootste bedrijven mogen dan de meeste aandacht trekken, hun dominantie blijkt zelden blijvend. Op de Amerikaanse markt evolueerde de dominantie van industriële zwaargewichten zoals Standard Oil of New Jersey (het huidige Exxon) en General Motors, naar de technologische leiders van vandaag.
Verandering is onvermijdelijk, zelfs voor de grootste bedrijven
Veranderende economische omstandigheden leiden tot de opkomst en neergang van bedrijven en sectoren. Eind jaren vijftig was de concentratie op de Amerikaanse aandelenmarkt vergelijkbaar met die van vandaag: de tien grootste bedrijven waren toen goed voor ongeveer 32% van de marktkapitalisatie. In december 2025 maakten diezelfde bedrijven nog slechts 2% van de markt uit.
Omgekeerd zijn de huidige koplopers op de Amerikaanse aandelenmarkt met een verwaarloosbaar gewicht op de markt gekomen en hebben ze zich opgewerkt tot dominante posities. Apple trok bijvoorbeeld in 1980 naar de beurs en vertegenwoordigde eerst slechts 0,1% van de markt. In december 2025 was dat aandeel gestegen tot 6,7%, waarmee het alleen Nvidia (7,6%) voor zich had.
De bezorgdheid over concentratie op de aandelenmarkt steunt vaak op de veronderstelling dat een terugval van de huidige marktleiders de rendementen van de aandelenmarkt op de lange termijn zal aantasten. De historische gegevens wijzen echter op het tegendeel.
Voormalige marktleiders maken plaats voor nieuwe, maar hun afnemende gewicht heeft de prestaties van de Amerikaanse aandelenmarkt op de lange termijn niet ondermijnd. Nieuwe ondernemingen namen de rol van hun voorgangers over en hielpen zo de groei van de markt te dragen. Sinds 1958 realiseerde de Amerikaanse aandelenmarkt een rendement op jaarbasis van ongeveer 11%. Zelfs na correctie voor inflatie blijft het rendement sterk, met ongeveer 7%.
Voor alle duidelijkheid: beleggers hebben natuurlijk wel periodes van forse koersdalingen en verhoogde volatiliteit moeten doorstaan om die langetermijnwinsten te behalen.
Aandelenmarkt volgt de economie
De veranderende samenstelling van de markt is geen zwakte, maar een weerspiegeling van de economische evoluties. Naarmate sectoren opkomen en weer verdwijnen, past ook de markt zich aan.
Het huidige gewicht van de technologiebedrijven op de Amerikaanse markt is opvallend, maar niet uitzonderlijk. Eerder namen olie- en industriële bedrijven een vergelijkbaar aandeel van de Amerikaanse aandelenmarkt voor hun rekening, met name in de jaren ’40 en ’60.
De winnaars van vandaag kunnen de verliezers van morgen zijn. De samenstelling van de grootste beursgenoteerde bedrijven verandert voortdurend. Die verschuiving kan gepaard gaan met een scherpe correctie, een langere periode van bescheiden winsten, of iets daartussenin.
Het is moeilijk te voorspellen wie de winnaars van morgen zijn. Maar wie breed belegt, heeft de toekomstige winnaars vaak al in de portefeuille. Zelfs wanneer markten geconcentreerd lijken, onderstreept de geschiedenis het belang van diversificatie om te profiteren van de economische groei. De boodschap van Jack Bogle om ‘de hooiberg te bezitten’ is vandaag net zo relevant als 50 jaar geleden.