Carmignac: Beurzen gaan vaak in tegen de intuïtie van beleggers
Om de beursprestaties op lange termijn beter te begrijpen, kan het helpen terug te keren naar de fundamentele drijfveren. Historische statistieken leren enkele lessen die voor beleggers contra-intuïtief kunnen lijken en laten zien dat intuïtie vaak een slechte raadgever is als het op beleggen aankomt.
Dit stelt Kevin Thozet, lid van het investeringscomité van de Franse vermogensbeheerder Carmignac, op basis van een analyse waarin hij tien historische cijferreeksen nader beschouwt.
Als het aankomt op beleggingsbeslissingen, kan onze intuïtie een slechte raadgever zijn. Beleggers worden hierdoor aangezet om kortzichtig: op het “juiste moment” te willen wachten, volatiliteit met risico te verwarren of te geloven dat cash altijd een voorzichtige belegging is. De historische data vertellen echter een heel ander verhaal, aldus Thozet.
Voor aandelen hangt het rendement op de lange termijn vooral af van de winstgroei, ongeacht het dividend, terwijl voor obligaties het rendement juist afhangt van de uitkeringen aan beleggers gedurende de looptijd, wijst Thozet. Op basis hiervan, komt hij tot enkele inzichten die voor beleggers niet altijd even natuurlijk overkomen.
Het rendement van aandelen komt hoofdzakelijk voort uit de winstgroei, en in mindere mate uit de dividenden die aan aandeelhouders worden uitgekeerd. Op lange termijn neigen de bedrijfswinsten ernaar mee te evolueren met de nominale groei van de economie, dus de reële bbp-groei plus inflatie. De ontwikkeling van waarderingsmaatstaven, zoals de koerswinstverhouding, is ook een factor. Maar het is lastig om hier een belegginsstrategie te baseren, omdat ze op lange termijn terugkeren naar hun gemiddelden.
Het rendement op obligaties is daarentegen grotendeels verankerd door het aanvangsrendement dat wordt gerealiseerd als ze tot het einde van hun looptijd worden aangehouden. Dit rendement bestaat drie componenten: de geldmarktrente, die vergoedt dat het geld niet direct aan alternatieven kan worden besteed en vooral bepaald wordt door de beleidsrente van de centrale bank; de termijnpremie, de vergoeding voor economische onzekerheid tijdens de looptijd, met name wat betreft de inflatie; en de kredietpremie, de vergoeding voor het risico op wanbetaling.
De voornaamste les die Thozet trekt uit de historische data: de lange termijn is geen rechte lijn, maar blijft het beste uitgangspunt voor geduldige beleggers. Daarvoor moeten ze wel de omwegen en hobbels accepteren. De beurzen beloven geen comfortabele rit, maar ze belonen uiteindelijk beleggers met een lange adem.