Aon: In juni kentering in dekkingsgraden pensioenfondsen

Aon: In juni kentering in dekkingsgraden pensioenfondsen

Pensionfunds
Bron: Shutterstock

De indicatieve* gemiddelde dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenfondsen is in juni licht teruggelopen naar 131%. Deze daling werd vooral veroorzaakt door een lagere rente. De indicatieve beleidsdekkingsgraad, gebaseerd op de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden, steeg in juni naar 128%.

Dat blijkt uit de Pensioenthermometer van Aon, wereldwijd dienstverlener op het gebied van risico-, pensioen- en gezondheidsoplossingen, die dagelijks de hoogte van de gemiddelde dekkingsgraad bijhoudt.

Turbulente eerste helft van 2026

In de eerste helft van 2026 wordt het wereldbeeld bepaald door hardnekkig hoge inflatie, een opvallend veerkrachtige Amerikaanse arbeidsmarkt en toenemende politieke en geopolitieke spanningen.

In de VS groeide de werkgelegenheid opnieuw sterker dan verwacht en blijft de economie boven trend, terwijl de CPI- en PCE inflatie met 3-4% ruim boven de 2%-doelstelling liggen.

Onder de nieuwe Fed voorzitter Kevin Warsh is de toon duidelijk verhard: de rente blijft voorlopig restrictief en de dot plot suggereert dat extra verhogingen mogelijk zijn als de inflatie niet verder daalt. Zo hebben de ECB en de BoJ deze maand de rente met 0,25% verhoogd tot respectievelijk 2,25% en 1%.

Geopolitiek stond de Straat van Hormuz centraal. Een wankel memorandum van overeenstemming tussen de VS en Iran heeft de olieprijs doen terugvallen van rond 120 naar ruim onder de 80 dollar per vat.

Tegelijkertijd houden fysieke normalisatie van de scheepvaart en de afwezigheid van een duurzaam akkoord over het nucleaire dossier het risico op nieuwe verstoringen hoog. Voor de inflatie betekent dit waarschijnlijk dat de energiepiek achter ons ligt, maar dat de algehele prijsstijgingen dit jaar boven doel blijven.

In het VK zorgt de aangekondigde terugtreding van premier Keir Starmer en de opmars van Andy Burnham voor extra politieke onzekerheid. 

Op de financiële markten resulteert dit in gemengde aandelenprestaties en een complex rentesentiment. Amerikaanse treasuries en Europese staatsobligaties zagen de lange rentes licht dalen na het olie akkoord, maar de structurele opwaartse druk door begrotingstekorten en centrale banken die “hoger voor langer” suggereren, blijft aanwezig. Aandelenmarkten, met name technologie en halfgeleiders, ondervinden winstnemingen en toenemende twijfel over de houdbaarheid van de AI gedreven uitbundigheid.

Tegelijk laten extreme waarderingen – geïllustreerd door SpaceX, dat na zijn record IPO uitgroeide tot een van de grootste beursgenoteerde ondernemingen ter wereld, ondanks beperkte winstvooruitzichten – zien dat beleggers nog altijd bereid zijn forse premies te betalen voor vermeende structurele winnaars in ruimtevaart, satellietcommunicatie en AI infrastructuur.

De kredietmarkten worden intussen gedomineerd door grootschalige AI  en infrastructuurfinanciering, met meer dan 200 miljard dollar aan uitgiftes dit jaar en een forse geplande obligatiedeal van SpaceX, wat de vraag oproept hoe diep de risicobereidheid van beleggers werkelijk reikt in een wereld van hardnekkige inflatie en verscherpt beleid.

In juni stegen de aandelen met 0,6%, maar de verschillen tussen regio’s waren groot. Zo daalden Amerikaanse aandelen met 0,9% in lokale valuta, maar, geholpen door een ruim 2% sterkere US-dollar, stegen Amerikaanse aandelen met 1,2%, terwijl Europese aandelen met 4,6% stegen en Nederlandse zelf met 14%.

Aandelen van opkomende markten stegen eveneens met 0,6%. Vooral Chinese aandelen en die van olie-exporterende landen daalden. In de eurozone daalde de rente.  Hierdoor steeg de vastrentende waardenportefeuille met ongeveer 1,3%. Het totaalrendement van de portefeuille was positief en bedroeg 1,2%.

Rente gedaald en vermogen gestegen in juni

In juni daalde de risicovrije rente over de eerste 30 jaar met gemiddeld 6 basispunten. De Ultimate Forward Rate (UFR), waarmee pensioenfondsen de waarde van hun toekomstige verplichtingen berekenen, kwam uit op 2,1%.

Door de rentedaling nam de waarde van de verplichtingen toe met ongeveer 1,3%. Dit, in combinatie met een beperkte stijging van het vermogen in juni, leidde tot de dekkingsgraad van 131%.

Indicatief rendement voor beschikbare premieregelingen positief

De rendementen voor beschikbare premieregelingen (DC-regelingen) varieerden deze maand gemiddeld tussen de 1,0 en de 0,9% voor alle leeftijdscohorten. De verschillen tussen jonge en oudere deelnemers waren deze maand klein. De verschillen zijn groter bij het rendement over het eerste half jaar van 2026, van 12,5% voor de jongere deelnemers tot 4,4% voor deelnemers die bijna met pensioen gaan.

De rendementen zijn hieronder weergegeven voor alle leeftijden tot 68 jaar. Dit geldt voor lifecycles met een vaste uitkering vanaf de pensioendatum en lifecycles met een variabele uitkering, waarbij ook na de pensioendatum wordt belegd. Ook staan de kosten van een annuïteit voor alle leeftijden weergegeven. De rendementen deze maand waren vergelijkbaar met de kostenstijging voor aankoop van een pensioen.

Voor deelnemers die vlak voor pensionering staan en een vaste uitkering willen aankopen, steeg de portefeuille gemiddeld met 4,4% en de prijs van pensioen met 1,1%. Per saldo levert dit voor deze groep dit jaar een klein voordeel op. Concluderend is er het eerste halfjaar van 2026 sprake van mooie rendementen op de beschikbare premieregelingen.

Communicatie over rendement vraagt om context

De afgelopen maand is gebleken hoe belangrijk communicatie is. In de Tweede Kamer zijn zorgen geuit over tegenvallende rendementen van pensioenfondsen. In het nieuwe stelsel ligt meer focus op de communicatie van rendementen.

“Het gaat niet alleen om het rendement, maar ook om de rente”, zegt Frank Driessen, Director Wealth, Aon Nederland, “Waar het nieuwe pensioenstelsel gebracht werd als communicatief eenvoudiger, ontkom je er niet aan om naar twee kanten van de balans te kijken.”

De rente is fors opgelopen het afgelopen jaar en daarmee zijn de pensioenuitkeringen goedkoper geworden. In het nieuwe stelsel gaat dat bij het solidaire contract via het beschermingsrendement. Dat is weliswaar negatief, maar leidt ertoe dat de uitkeringen op peil blijven. Het overrendement dat over blijft is veelal positief en leidt tot hogere kapitalen en uitkeringen, waar het uiteindelijk om draait. “Dit voorbeeld benadrukt dat communicatie en de boodschap van cruciaal belang zijn”, besluit Driessen. 

Transitie naar nieuw pensioenstelsel voor pensioenfondsen op schema, verzekerde regelingen blijven achter

De transitie is in volle gang. De fondsen die per 1 juli overgaan, hebben inmiddels hun beschikking op zak en zijn druk in het proces van inregeling en communicatie. De grootste piek blijft op 1 januari 2027 liggen. Dit betekent wel dat implementatieplannen al ingediend zijn en de beoordeling loopt; pensioenfondsen lijken daarmee goed op weg, wat betreft de transitie. 

De verzekerde regelingen blijven echter nog steeds achter. Ongeveer 30% van de pensioencontracten zijn omgezet. Inmiddels worden er vanuit allerlei fronten acties genomen om werkgevers in beweging te krijgen, zoals vanuit het Verbond van Verzekeraars en het ministerie van Sociale Zaken.

“Uit onze analyse blijkt dat bijna de helft van de werkgevers die een nieuw Wtp-contract sluit kiest voor de zogenoemde eerbiedigende werking”, zegt Driessen. “Daarnaast stelt een kwart de keuze uit door bijvoorbeeld een verlenging van een jaar af te spreken. Dit zien wij als serieus risico, omdat ook de contracten die in 2026 en 2027 aflopen, verlengd en Wft-proof gemaakt moeten worden. Er is een serieus risico van capaciteitsgebrek als alles ophoopt richting de ultieme transitiedatum van 1 januari 2028. Wij roepen werkgevers op om aan de slag te gaan, als ze dat nog niet zijn. En sluiten ons aan bij het idee om een noodoplossing uit te werken om fiscale consequenties te voorkomen.” De overige 25% van de werkgevers kiest voor de flat premie.  

Loontransparantie

In deze maand, op 7 juni, zijn de Europese loontransparantie-richtlijnen van kracht geworden. Deze richtlijnen gelden voor alle werknemers met een arbeidsovereenkomst, inclusief voltijd, deeltijd en tijdelijke werknemers. Werkgevers moeten gaan rapporteren over loonverschillen. Voor de grotere werkgevers gaat deze rapportageplicht in op 1 juni 2027.

Wij raden werkgevers aan om tijdig voorbereidingen te treffen, zoals het in kaart brengen van het huidige beloningsbeleid, zegt Frank Driessen, Director Wealth, Aon Nederland.

“Ook kunnen er andere voorbereidingen worden getroffen, zoals het opstellen van objectieve beloningscriteria en het trainen van leidinggevenden en HR-medewerkers. Door proactief te handelen kunnen bedrijven voldoen aan de regelgeving en tegelijkertijd profiteren van voordelen van loontransparantie, zoals verhoogd werknemersvertrouwen en een verbeterde reputatie als werkgever.”