Candriam: Onverzadigbare vraag naar AI ondersteunt markten

Candriam: Onverzadigbare vraag naar AI ondersteunt markten

Artificial Intelligence
shutterstock_1481287040

De groei verliest aan vaart. In Europa en China blijven huishoudens voorzichtig, terwijl ook in de Verenigde Staten de consumptiekracht ongelijker wordt verdeeld. Tegelijk blijven hyperscalers ongekende bedragen steken in AI-infrastructuur, wat bedrijfswinsten, investeringen en aandelenmarkten steun geeft.

Volgens Nadège Dufossé, Global Head of Multi-Asset bij Candriam, ontstaat daardoor een opmerkelijk beeld: in grote delen van de economie oogt de vraag zwak, maar op enkele cruciale plekken blijft zij onverzadigbaar. Voor beleggers draait het om de vraag of de uitzonderlijke kracht van AI-gerelateerde investeringen de zwakte elders kan blijven opvangen.

Wanneer de vraag het aanbod overstijgt

Hyperscalers zullen naar verwachting meer dan 700 miljard dollar investeren in AI-infrastructuur in 2026. De vraag naar halfgeleiders, netwerkapparatuur, datacenters en energie-infrastructuur is groter dan het beschikbare aanbod. De knelpunten worden steeds vaker fysiek. Datacentercapaciteit, elektriciteitsopwekking, netwerkinfrastructuur, transformatoren en strategische metalen hebben allemaal moeite om in het vereiste tempo uit te breiden. Kapitaal lijkt er in overvloed, capaciteit niet.

Dit is belangrijk omdat die tekorten aanleiding geven tot inflatoire druk. In tegenstelling tot de inflatiegolf die volgde op de pandemie, zijn deze opkomende drukpunten minder breed georiënteerd en meer geconcentreerd rond infrastructuur, grondstoffen en industriële capaciteit.

De consument is niet langer de motor van de economie

De consumentenzijde van de economie vertelt een ander verhaal. In de Verenigde Staten blijven de totale bestedingen veerkrachtig, maar het beeld onder de oppervlakte wordt ongelijkmatiger. Huishoudens met hogere inkomens blijven uitgeven, gesteund door inkomensgroei en door vermogensaanwas via stijgende beurskoersen.

Consumenten met lagere inkomens komen steeds meer onder druk te staan door afnemende loongroei, hogere kosten van levensonderhoud en krappere financiële voorwaarden. Deze divergentie helpt verklaren waarom de consumptie toch positief blijft, zelfs nu de vertrouwensindicatoren afzwakken. De Amerikaanse consument is noch zwak, noch sterk. Hij wordt alleen steeds onevenwichtiger.

Europa schetst een minder fraai beeld. Het consumentenvertrouwen blijft matig en de hogere energiekosten blijven wegen op de bestedingsintenties. De groei blijft positief, maar het momentum is bescheiden. China staat voor vergelijkbare uitdagingen. Het vertrouwen van de huishoudens blijft in het slop zitten; de spaarquote blijft stijgen vanaf een hoog niveau en de binnenlandse vraag blijft teleurstellen ten opzichte van de beleidsambities. De groei is steeds meer afhankelijk van export, technologie en industrieel beleid in plaats van een breed gedragen macro-economisch herstel.

Alles bij elkaar suggereren deze ontwikkelingen dat consumptie niet langer de primaire motor van de wereldwijde groei is. Die rol wordt steeds meer overgenomen door investeringen.

Inflatierisico

Inflatie blijft het grootste risico binnen een verder constructieve omgeving. De obligatiemarkten blijven gevoeliger dan de aandelenmarkten, met relatief hoge olieprijzen en stijgende inflatieverwachtingen die bijdragen aan opwaartse druk op de rendementen. Na een eerste inflatiegolf van een door handelstarieven veroorzaakte prijsschok en een tweede golf in verband met de olieschok, vormen AI-gerelateerde kapitaalinvesteringen en infrastructurele knelpunten in toenemende mate een derde potentiële bron van inflatoire druk, ook al blijven timing en omvang onzeker.

Inflatierisico's worden ook steeds diverser. Naast de knelpunten in de energiesector en de industrie, introduceert de opkomst van een super El Niño een extra bron van inflatoire druk via de landbouw- en voedselmarkten. De sterkste impact zal waarschijnlijk volgend jaar voelbaar zijn, maar de combinatie van weergerelateerde verstoringen, krappe meststoffenmarkten en geopolitieke spanningen zou de inflatie in verschillende regio's kunnen versterken.

Dit suggereert dat de desinflatie langzamer en minder lineair kan verlopen dan gewenst. Dat is vooral relevant voor centrale banken. Het is onwaarschijnlijk dat de Federal Reserve zal reageren op kortetermijnvolatiliteit in de energiesector, maar een lagere rentestand wordt gecompliceerder als de inflatie hardnekkig blijkt.

Positionering Candriam

Candriam is gematigd positief. De vermogensbeheerder blijft licht overwogen in aandelen, voornamelijk via de Verenigde Staten en opkomende markten. De Verenigde Staten blijven profiteren van superieure bedrijfsresultaten en AI-leiderschap, terwijl de opkomende markten aantrekkelijke waarderingen en een verbeterende winstdynamiek bieden, ook dankzij technologiebedrijven.

Bij obligaties houdt Candriam een long duration tilt aan via hoogwaardige Duitse staatsobligaties en is zij overwogen in opkomende markten obligaties. De eerste biedt kwaliteit in een afzwakkende Europese activiteitencontext, terwijl de tweede diversificatie toevoegt en profiteert van aantrekkelijke carry en verbeterende kapitaalstromen. Binnen bedrijfsobligaties blijft Candriam de voorkeur geven aan Investment Grade boven High Yield, waar de risicopremies beperkt blijven en weinig ruimte laten voor fouten.