Janus Henderson: Centrale banken leggen hogere bodem onder de goudprijs
Janus Henderson: Centrale banken leggen hogere bodem onder de goudprijs
Jarenlang was de relatie tussen goud en de reële Amerikaanse rente opvallend voorspelbaar: hoe lager de reële rente, hoe sterker de steun voor goud. Sinds 2022 is die inverse relatie minder strak geworden.
Goud staat op recordniveaus, terwijl ook de reële rente hoog blijft. De verklaring hiervoor ligt vooral bij centrale banken, stellen Allan en Philip Maymin, Portfolio Managers bij Janus Henderson.
Van eind jaren negentig tot 2020 was sprake van een opvallend stabiele inverse relatie tussen goud en de reële Amerikaanse tienjaarsrente. Daalt de reële rente, dan wordt goud aantrekkelijker, omdat het zelf geen rente oplevert. Stijgt de reële rente, dan neemt de relatieve aantrekkelijkheid van goud doorgaans af.
Sinds 2022 is er echter een duidelijke kloof ontstaan. De goudprijs is gestegen naar nieuwe records, zowel nominaal als gecorrigeerd voor inflatie. Tegelijk is de reële rente hoog gebleven, momenteel rond 2,0%. In de afgelopen twee decennia kwamen reële goudprijzen en reële rentes niet eerder gelijktijdig op zulke hoge niveaus uit.
Oude relatie, nieuw vertrekpunt
Wie alleen naar dat langjarige verband kijkt, kan concluderen dat goud is losgeraakt van de renterealiteit. Maar het beeld over de afgelopen achttien maanden is genuanceerder. Goud lijkt de reële rente nog steeds te volgen, alleen vanaf een structureel hoger niveau.
De correctie begin 2026 riep daarom de vraag op of goud eindelijk terugviel naar een niveau dat beter past bij hogere reële rentes, of slechts tijdelijk pauzeerde op een nieuw, verhoogd plateau.
Dat laatste lijkt waarschijnlijker. De belangrijkste reden is de vraag van centrale banken. Sinds 2022 kopen vooral centrale banken in opkomende markten goud in het hoogste tempo in decennia. Tussen 2022 en 2024 lag de gemiddelde jaarlijkse aankoop rond 1.000 ton, tegenover ongeveer 500 ton per jaar in het voorafgaande decennium.
Centrale banken willen minder afhankelijk zijn van de dollar
Die verschuiving lijkt eerder strategisch dan cyclisch. Centrale banken willen hun reserves minder afhankelijk maken van de dollar en bouwen daarom hun goudposities op. Dat creëert een structurele vraag naar goud die losstaat van de normale rentegevoeligheid.
Daarmee valt ook de verschuiving in het patroon te verklaren. Goud noteert veel hoger dan op basis van reële rentes alleen te verwachten zou zijn. Tegelijk is het rentemechanisme niet verdwenen. De afgelopen zes maanden laten zien dat goud nog altijd onder druk komt wanneer reële rentes stijgen, en herstelt wanneer die rentes dalen.
De conclusie is daarom niet dat goud ongevoelig is geworden voor rente. De richting wordt nog steeds mede bepaald door reële rentes. Maar het startpunt is veranderd. Centrale banken hebben met hun aanhoudende vraag waarschijnlijk een hogere bodem onder de goudprijs gelegd.