VCP: Fundamentele bezwaren bij wetsvoorstel box 3
VCP: Fundamentele bezwaren bij wetsvoorstel box 3
De Vakcentrale voor Professionals (VCP) roept de Tweede Kamer op de staatssecretaris van Financiën te bewegen het wetsvoorstel Wet Werkelijk Rendement Box 3 in te trekken en met een beter voorstel te komen. Het wetsvoorstel lost de problemen in box 3 niet op, maar vergroot ze. Op maandag 19 januari bespreekt de Vaste Commissie Financiën het wetsvoorstel.
“Voor gewone huishoudens met een klein vermogen is het wetsvoorstel onrechtvaardig, economisch onwenselijk en inconsistent met bestaand beleid. Het raakt vooral middengroepen in hun voorzorg en zelfredzaamheid”, zegt VCP-voorzitter Nic van Holstein. “Onze kritiek is zodanig fundamenteel dat het beter is om het wetsvoorstel in te trekken. Ik realiseer me dat de huidige problemen in box 3 niet opgelost worden, maar het voorliggende voorstel brengt nieuwe problemen.”
Vermogensaanwas onterecht gelijkgesteld aan inkomen uit vermogen
Het wetvoorstel neemt afstand van het heffingsvrije vermogen. Daarnaast wordt voorgesteld om in bepaalde gevallen ongerealiseerde vermogenswinsten te belasten, zonder dat hiervoor een consistente en principiële rechtvaardiging wordt gegeven. Er wordt gesproken over vermogensaanwas alsof deze zonder meer gelijkgesteld kan worden aan inkomen uit vermogen, terwijl dit economisch en juridisch niet het geval is.
Breuk met beschermingskarakter box 3 voor kleinere vermogens
Door de keuze voor een zeer lage heffingsvrije vermogensaanwas worden met name kleine beleggers onevenredig hard geraakt en belast in situaties waar zij onder het huidige stelsel vrijgesteld zijn. Gewone huishoudens en gezinnen worden geconfronteerd met een belastingdruk die niet aansluit bij hun draagkracht en hun feitelijke bestedingsmogelijkheden. In de huidige box 3 hoeft de kleine belegger geen belasting te betalen.
Zelfredzaamheid en voorzorg huishoudens belast
Het wetsvoorstel belast de zelfredzaamheid van huishoudens, in het bijzonder middengroepen. Door beleidsmatige keuzes van de politiek moeten huishoudens steeds vaker zelf in risico’s voorzien, omdat voorzieningen – vaak vanwege het inkomen – onvoldoende beschikbaar zijn of verwacht wordt dat zij kosten zelf dragen. Het voorstel versterkt bovendien het spaargedrag in Nederland waarbij huishoudens vermogen op spaarrekeningen met laag rendement aanhouden.