Adam Tooze: De eerste echt wereldwijde crisis - de COVID-19-pandemie

Adam Tooze: De eerste echt wereldwijde crisis - de COVID-19-pandemie

Adam Tooze (980x600).jpg

De in de Verenigde Staten woonachtige Britse historicus Adam Tooze schreef met ‘Crashed’ volgens velen de meest gezaghebbende analyse van de kredietcrisis. Het boek verscheen in 2018, een decennium later. Hij nam dus ruim de tijd om de implicaties van de crisis te overzien.
 
Door Joost van Mierlo

 

Met zijn nieuwe boek ‘Shutdown’, dat de gevolgen van de COVID-19-pandemie behandelt, is hij aanzienlijk sneller. Tal van landen waren, toen zijn boek afgelopen zomer verscheen, nog in een vorm van lockdown, of hadden in elk geval te maken met tal van beperkingen. Het blijkt toch mogelijk om allerlei verstrekkende inzichten te ontlenen aan wat volgens Tooze de grootste, want eerste echt mondiale, crisis is die de wereld ooit heeft geteisterd.

Tijdens een bijeenkomst van de London School of Economics, waar Tooze ooit studeerde, gaat hij in op delen van zijn studie, die heel bewust niet ‘Lockdown’ heet. ‘Een lockdown wijst op een afgedwongen situatie’, aldus Tooze. Het is volgens hem een term die ontleend is aan het gevangeniswezen. ‘Maar bij de COVID-19-pandemie was er sprake van een in elk geval deels ook vrijwillige vorm van beperkingen. Nog voordat er sprake was van een uitgaansverbod, hielden mensen onderling meer afstand. In het Verenigd Koninkrijk daalden de betalingen met creditcards met de helft voordat daar de eerste dode was gevallen.’ ‘Maar’, vervolgt Tooze bijna lachend, ‘hoewel ik vrij stellig ben in mijn mening betreffende het gebruik van de titel ‘Shutdown’, wilde mijn Duitse uitgever er niet van weten, waardoor ik voor die editie een aanzienlijk deel van het voorwoord heb moeten herschrijven.’

‘Het meest opmerkelijke cijfer van de pandemie is 3,3 miljard. Dat is het aantal mensen dat volgens de ILO (International Labour Organization) wereldwijd werkte onder de invloed van de een of andere beperking. Het is geen cijfer waar je regelmatig mee wordt geconfronteerd, zoals dat het geval is met de Non-Farm Payrolls, de belangrijke indicator voor de Amerikaanse werkgelegenheid. Het is een astronomisch getal. Toen ik dat aantal zag, realiseerde ik me dat het feitelijk om iedereen ging.

Dat maakt de pandemie zo uitzonderlijk. Het is een crisis die iedereen in de wereld raakt. Dit in tegenstelling tot de Kredietcrisis, die feitelijk beperkt bleef tot een soort Noord-Atlantische crisis. Het gaat ook verder dan de crisis van 1929. Toen waren er een aantal haarden, maar de crisis van de jaren dertig liet grote delen van de wereld onberoerd.

 

Het meest opmerkelijke cijfer van de pandemie is 3,3 miljard.

 

Met het schrijven van dit boek realiseer ik me dat ik bezig ben met het schrijven van levende geschiedenis. Dat is enigszins controversieel onder historici. Er is een soort van regel dat je dertig jaar moet wachten voordat je een gebeurtenis kan duiden. Bij de Kredietcrisis, en zeker nu met de pandemie, ben ik bezig met schrijven terwijl de wereld nog in brand staat.

Want de COVID-19-crisis is natuurlijk nog niet voorbij, al denken sommigen op Wall Street en in de Londense City van wel. Kijk alleen al naar de reiswereld, waar mijn echtgenote werkt. Het is op dit moment nog niet duidelijk of de toeristische wereld in 2022 opengaat. Veel mensen halen hun neus daarvoor op. Alsof het hier gaat om een overbodige luxe. Maar de hele Caraïben zijn ervan afhankelijk. Datzelfde geldt voor landen in Oost-Afrika en ook voor Zuid-Afrika is het verdwijnen van het toerisme een enorme aderlating. Hele delen van Vietnam, Thailand en Cambodja zien hun inkomstenstroom stokken. Ik begrijp niet hoe je dat niet serieus kunt nemen.

De COVID-19-pandemie zorgt daardoor voor een stijgende ongelijkheid in de wereld. Armere landen zijn harder geraakt door de pandemie dan rijkere landen. Dat heeft vooral te maken met de ongekende reactie van centrale banken en stimuleringsprogramma’s in westerse landen. De schaal waarop dat gebeurd is, is ongeëvenaard. Maar dat gold niet voor armere landen. Neem een land als Mexico. Daar zorgde het trauma van de schuldencrisis in de jaren negentig ervoor dat de regering weigerde de schuld op te laten lopen. Het land heeft wel wat geprofiteerd van de Amerikaanse stimuleringsmaatregelen, maar slechts in beperkte mate.

Maar ook de ongelijkheid binnen westerse landen is gestegen, of zal nog gaan stijgen. Op de korte termijn zag je dat de armoede in landen waar traditioneel geen groot sociaal vangnet bestaat, daalde als gevolg van de stimuleringsmaatregelen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Verenigde Staten. De cheques die daar aan iedereen werden uitgereikt, zorgden ervoor dat het armste deel van de bevolking meer geld ging uitgeven. Maar het rijkere deel van de bevolking profiteerde meer. Die mensen zagen hun vermogen stijgen als gevolg van het krachtige herstel van aandelenkoersen. Dat was een direct gevolg van de massale steun van centrale banken. Ze profiteerden ook van de hausse op de woningmarkt. Het betekent dat de rijken meer profiteerden dan de armen.

 

Centrale banken zullen actief blijven. Het opkopen van staatsobligaties zal voorlopig niet veranderen.

 

Maar de gevolgen voor de lange termijn zijn ernstiger. We hebben te maken met kinderen die in sommige gevallen een jaar onderwijs hebben moeten missen. Op een gegeven moment waren er wereldwijd 1,8 miljard kinderen die geen normaal onderwijs konden volgen. Het zal gevolgen hebben voor hun taalvaardigheid en daarmee voor iets dat wel ‘Menselijk Kapitaal’ wordt genoemd. Pas over tien of twintig jaar worden de gevolgen daarvan duidelijk. Maar het is nu al zeker dat het kwetsbare deel van de bevolking, waar dan ook, harder is geraakt dan de rest.

Een van de discussies die plaatsvindt, is over de vraag of dit het einde betekent van het neoliberale denken. Met het massale overheidsingrijpen is er een einde gekomen aan de dominantie van de markt, maar het lijkt me dat dit te vroeg wordt gezegd. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de VS, dan zie ik geen ideologie achter de manier waarop is gereageerd, behalve een soort van heldhaftigheid die vergelijkbaar is met de houding van de brandweermannen die de trappen van de Twin Towers opstormden, terwijl die op instorten stonden. Hulp was nodig, kost wat kost.

Er zijn cynici die zeggen dat overheden de cirkel hebben rondgemaakt. Overheden geven massaal geld uit aan stimuleringsmaatregelen. Daarvoor worden staatsobligaties uitgegeven, die daarna weer worden opgekocht door centrale banken, waarna het verhaal weer van voren af aan kan beginnen. Maar dat is niet wat je van centrale bankiers hoort. Die hebben het over een mandaat om deflatie te voorkomen. Al hun maatregelen zijn daarop gericht. Wat je in ieder geval kunt zeggen, is dat schuld op dit moment geen groot probleem is. Er is geen land ter wereld dat gebukt gaat onder de problemen als gevolg van het betalen van de schuld. Er zijn wel landen waar je je zorgen over kunt maken, zoals Brazilië en Zuid-Afrika, maar vooralsnog is het niet aan de orde. En dan zijn er de verhalen over de dominantie van het daadkrachtige staatskapitalisme van China ten opzichte van de stroperige westerse democratie. Het klopt dat China heel effectief heeft gereageerd op de crisis, iets wat je zeker niet kunt zeggen van diverse democratieën. Maar dit soort verstrekkende conclusies zijn niet aan de orde.

Een van de meest positieve gevolgen van de pandemie is het omarmen van het zogenoemde ‘short time work model’. Het betekent dat regeringen overal ter wereld vrij snel zijn geweest met het garanderen van inkomens. De Duitsers hebben er in 2008/2009 mee geëxperimenteerd na de Kredietcrisis, maar het is begin 2020 op grote schaal overgenomen. Ja, ook in het Verenigd Koninkrijk. Het is ronduit ironisch dat misschien wel de belangrijkste maatregel daar, in het jaar van de Brexit, uit de koker van Europa kwam.

 

Een van de meest positieve gevolgen van de pandemie is het omarmen van het zogenoemde ‘short time work model’.

 

Het is wereldwijd overgenomen, van Canada tot Australië. Het komt er overal op neer dat overheden de lonen deels doorbetalen van mensen die vanwege de pandemie niet kunnen werken. Het is een relatief goedkope maatregel gebleken, want het zorgde ervoor dat de relatie tussen werknemer en werkgever intact bleef. Mensen die niet langer konden werken, hadden niet direct te maken met de paniek dat ze een andere baan moesten vinden. En voor werkgevers betekende het dat ze hun investeringen in de opleidingen en de ervaring van deze werknemers niet verloren.

Als je macro-economisch kijkt, dan zie je dat de Federal Reserve nog altijd een cruciale rol speelt. Toen het systeem van Amerikaanse centrale banken de crisis ging bestrijden, zag je dat andere landen volgden. Misschien wisten we dit al, maar de pandemie heeft het in ieder geval bevestigd.

Mensen vragen me wat er nu moet gebeuren. Maar er is geen eenduidig antwoord. Centrale banken zullen actief blijven. Terecht denk ik. Het opkopen van staatsobligaties zal voorlopig niet veranderen. Natuurlijk is er een discussie over de houdbaarheid van de lage rente. Vertegenwoordigers van de Oostenrijkse School zijn altijd goed geweest in het adresseren van de onzinnige investeringen die het gevolg zijn van deze lage rente.

Ik begrijp de wens voor een meer ‘efficiënt’ renteniveau, maar ik denk dat we vooralsnog te maken zullen hebben met de kredietstijging van de afgelopen jaren. Je zou hopen dat die op den duur zullen leiden tot meer duurzame investeringen als gevolg van de ontwikkeling van nieuwe technologie. Wat dat betreft, denk ik dat landen er vooralsnog goed aan doen om te profiteren van de lage rente en om dit geld te gebruiken om de meest urgente problemen aan te pakken. Daarbij denk ik in de eerste plaats aan de klimaatverandering. Dat is wat je ook ziet bij het Amerikaanse stimuleringsprogramma. Idealiter kom je daardoor in een situatie terecht waarbij nieuwe kredieten zorgen voor nieuwe groei.

Het probleem is natuurlijk dat je dit nooit zeker weet. Het is ontegenzeggelijk een van de belangrijkste zorgen die er op dit moment bestaan. Maar ik denk dat de kredietexpansie voorlopig nog niet voorbij is. Als het een probleem wordt, zal het moeten worden geadresseerd. Dat is uiteindelijk waar het om draait bij economische politiek. De COVID-19-pandemie heeft ons in ieder geval geleerd dat dit soort krachtige politieke keuzes mogelijk zijn.’

 

CV

De Britse historicus Adam Tooze is in 1967 in West-Duitsland geboren. In 1989 behaalde hij een Bachelor in de Economie aan King’s College in Cambridge, de universiteit waar John Maynard Keynes ooit furore maakte. Na een vervolgstudie aan de Freie Universität van Berlijn promoveerde Tooze in 2002 in Economische Geschiedenis aan de London School of Economics. Voor ‘Crashed’ schreef Tooze twee eerdere boeken. ‘The Wages of Destruction’ (2006) beschrijft de Nazi-economie en ‘The Deluge’ (2014) het herstel van de wereldorde na de Eerste Wereldoorlog. ‘Shutdown’ verscheen zomer 2021.

 

21102021-Omslag Shutdown-Bij interview Adam Tooze

Attachments